Etalage, theater, woonkamer FLANERENDE HISTORICI PORTRETTEREN EUROPESE BOULEVARDS

'GEEN STRAAT die de Nevski Prospekt te boven gaat', luidt de aanhef van Gogols novelle over de beroemde boulevard, 'in ieder geval niet in Petersburg: voor die stad betekent zij alles.' Ze is de parel aller boulevards....

'Ternauwernood heb je je eerste stap op de Nevski Prospekt gezet', vervolgt hij, 'of de lust krijgt je te pakken daar wat te gaan flaneren.' Het is het trefpunt voor heel Petersburg. 'Er bestaat geen adresboek, geen informatiebureau dat zo feilloos inlichtingen kan verstrekken als de Nevski Prospekt.' De trottoirs zijn er proper aangeveegd; nergens ter wereld 'vinden zulke zwierige en voorname begroetingen plaats als hier op de Newski Prospekt'. Geen van onze bleekneuzige klerkjes in Sint-Petersburg, schrijft Gogol, zou die boulevard willen ruilen voor alle heerlijkheden van de wereld.

In Boulevards - Die Bühnen der Welt herinnert Karl Schlögel aan de in 1916 verschenen roman Petersburg van Andrej Belyj. De schrijver schildert de Nevski Prospekt, de exemplarische Europese boulevard, het Petersburgse tumult. Onder de straatlantaarns van de avenue werden complotten gesmeed; overdag volgden de beursspeculanten de koers van de roebel en in de namiddag schuifelden de dames over de promenade. Je ziet er - vertelt ook Gogol - duizenden soorten hoedjes, toiletten, bontgekleurde en vederlichte schouderdoeken, 'waaraan de bezitsters soms wel twee dagen achter elkaar gehecht blijven'. Ze verblinden het oog van iedere wandelaar op de Nevski Prospekt. 'Het lijkt of een hele zwerm vlinders plotseling van bloemstengels is opgestegen om als een glanzende wolk boven de zwarte kevers van het mannelijk geslacht te golven.'

De boulevard is de barometer van de samenleving. In 1914 verspreidde zich onder de wandelaars op de Prospekt het nieuws van 'het schot in Sarajevo'. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschansten de inwoners van het door de Duitsers belaagde Leningrad zich negenhonderd dagen lang in hun gebarricadeerde stad. Na de Wende en de val van het communisme is 'de Nevski' opnieuw het kloppende hart van de Russische underground, een soort Hyde Park; maar het is ook de 'kapitalistische' etalage van het nieuwe Petersburg.

Als in een dominospel veranderde, huisnummer na huisnummer, het uitzicht van de Nevski Prospekt. Na Crédit Lyonnais vestigde Café Beranger zich op de boulevard, dan Café Gourmand, de Business Club Fortuna, Cafébar Phönix, Fashion House en Yves Rocher. De beroemdste laan van Sint-Petersburg is nu gestoffeerd met alle westerse iconen - dure parfums, haute couture en snelle auto's.

Voor de opmerkzame fysiognoom, die het publiek op de boulevards botaniseert, is de Nevski Prospekt - naast nog andere beroemde boulevards - 'een groepsportret van een tijdperk'. Je ziet er allerhande types. Fysiognomen, in dit geval de schrijvers van Boulevards, kijken om zich heen als in een panorama. De boulevard, waar - in de woorden van Honoré Balzac - 'het grote gedicht van de etalage zijn kleurrijke strofen zingt', is een theatrum mundi.

In Boulevards portretteren bekende 'stadsfysiognomen', cultuurhistorici en schrijvers als Schlögel, Werner Hofmann of Claudio Magris, Rudolf Walter Leonhardt en Karl-Heinz Götze, het wonderbaarlijke universum van de Parijse Champs-Elysées, de Wiener Ring, de Ramblas van Barcelona, het New Yorkse Broadway, de Maximilianstrasse in München en de Cours Mirabeau in Aix-en-Provence, of het Berlijnse Unter den Linden. Alles defileert voorbij: de gebeurtenissen in het Praag van 1968, het neerslaan van de Praagse Lente; de betogingen op de Champs-Elysées en de gezapige sfeer op de Promenade des Anglais in Nice; de bloemen en vogels op de Ramblas en de gentle society van de Londense Strand. De boulevard is 'de agora van de stad'; het stadsleven 'vertoont' zich op de avenues.

Het boek is een soort mentaliteitsgeschiedenis van het veranderende stadsbeeld. De stad - met als hart de boulevard - is een collage. Laag over laag, eeuw na eeuw, ontstaat het beeld van de meervoudige stad, gevormd uit verschillende culturen of mentaliteiten. Elke epoque hanteert een eigen taal, een andere architectuur. Iedere stad heeft een ander gelaat. Gebouwen en avenues vertellen over kommer en kwel, over politiek en welvaart, over onlusten en oorlogen, over hoogmoed en slavernij.

De paarden hollen over de Romeinse Via del Corso, tijdens de zestiende-eeuwse paardenrennen; nu zijn de Via Veneto en de Via del Corso, eens het trefpunt van kunstenaars en schrijvers én vereeuwigd in Fellini's La dolce vita, dure en opzichtige boulevards. De auteurs vertellen de geschiedenissen van het middelpunt van de stad, met petites histoires en stadsroddel. Hun beschrijvingen zijn stadsfysiologieën, geschiedschrijving van stadsarchitectuur die de afgelopen jaren zich bij historici in een steeds toenemende beoefening mag verheugen.

Op de negentiende-eeuwse boulevard speelt het theater van het door Charles Baudelaire in zijn verzen en essays bezongen vie moderne, 'het schouwtoneel van het elegante leven' met zijn hoofdrollen, zijn figuranten en zijn toeschouwers. Het souterrain van de grote stad met weidse pleinen en brede boulevards, 'die Bühnen der Welt', herbergt een zeer verscheiden stadsfauna.

Baudelaire gaf als eerste gestalte aan 'deze helse processie' van speculanten, leeglopers, voddenrapers en oplichters, van de bohème dorée, de filosofen en kunstenaars. Het leven is er voortdurend in beweging, 'de dagen van vreugde, de dagen van rouw, werk en ontspanning, huwelijksgewoonten en vrijgezellenstreken, gezin, huis, kind, school, maatschappij, theater, types, beroepen'.

Wie in staat is zich in een mensenmenigte te vervelen, noteert Baudelaire, 'is een domkop, een domkop zeg ik, en van een verachtelijk soort'.

Wat vroeger voor de adel het feodale hof was, het Versailles met zijn uiterlijke vertoon en zijn door de koning opgelegde rituelen, is voor de moderne burger de boulevard: de via triumphalis van de bourgeoisie.

Het vieux Paris was in de eerste helft van de negentiende eeuw nog geen lichtstad. Parijs was een duistere en onveilige stad met kleine stegen en open riolen. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw echter, tijdens het Tweede Keizerrijk, stond heel Parijs in de steigers en veranderde de modderige nog goeddeels middeleeuwse stad in een modern en bruisend Arcadia, een speeltuin voor de bourgeois.

Donald Olsen, een van de belangrijkste historici van de stadscultuur, las in de kronieken van het negentiende-eeuwse Parijs over de 'artiste démolisseur' baron Georges-Eugène Haussmann - de sloopkunstenaar: 'De tweede december 1851 kende twee grote slachtoffers: de Republiek en het Oude Parijs. Nu weten we dat de Republiek slechts gewond was, maar het oude Parijs, recht in het hart getroffen door baron Haussmann, stond nooit meer op.'

Vergezichten waren het stedebouwkundig ideaal van Haussmann. Hij tekende lange linten van straten, avenues met zicht op monumentale bouwwerken. Parijs veranderde met een ongekende snelheid. Het ene na het andere huis werd afgebroken. 'Nog even', schreef L'Illustration, 'en we zijn pas tevreden als we tussen het middag- en het avondeten een heel paleis hebben gebouwd.' Parijs werd dé stad van de boulevards.

Op een buitenlander, hield een negentiende-eeuwse stadsgids de lezers voor, heeft een half uurtje op de boulevards of op een van de stoelen in de Tuilerieën 'het effect van een buitengewoon onderhoudende theatervoorstelling'. Gedwongen door de krappe behuizing zochten veel Parijzenaars hun heil op straat, in het theater, in grands cafés en restaurants.

Het oude Parijs daarentegen riep halverwege de negentiende eeuw eerder walging dan verrukking op. De Parijzenaars zochten vertier buiten de stad, in de Marais of op het Ile Saint-Louis. Pas na de haussmannisering, waarbij het Parijs met zijn hobbelige en slecht geplaveide keienstraten veranderde in een moderne en goed verlichte grootstad, fungeerden - zegt Olsen - 'de boulevards als woonkamer'. Parijs werd een hectische 'buiten-de-deur-stad'.

De Parijse grands boulevards weerspiegelden - anders dan de openbare promenades in Sint-Petersburg, Wenen of Berlijn - het gelijkheidsideaal. De Weense Ring of Unter den Linden in Berlijn belichaamden nog het absolutisme, terwijl op de Parijse brede lanen de Fransen zich met elkaar verbroederden. 'Ik geloof niet dat er op de wereld een levend panorama is', jubelt Amédée de Cesena in zijn 1864 verschenen Le nouveau Paris, 'dat vergelijkbaar is met dat van het Parijs dat begint bij het Café Riche en eindigt bij het Café de la Paix.'

De impressionistische schilders verlieten hun atelier. Ze verkozen het buitenlicht, niet alleen het licht in de open natuur, maar ook het gefilterde licht van de grootstad. Caillebotte of Manet schilderden niet alleen zonovergoten landschappen, korenvelden of waterlelies, maar ook boulevards en pleinen met feestende Parijzenaars op het terras of in het café, spoorwegstations en stalen bruggen.

0 IEMAND HEEFT beter die sfeer van de buiten-de-deur-stad, de stad als woonhuis, beschreven dan Walter Benjamin (al is Olsen het daar niet mee eens). Parijs, zegt Benjamin, is 'de gestolde droom van de bourgeoisie'. De boulevards en de monumentale huizen, de warenhuizen en de overdekte passages zijn de vormgegeven droom van 'het grootkapitaal'.

Hij onderzocht het Parijs van het Second Empire bij Baudelaire, de dichter van de moderniteit. Aan de hand van fysiologieën, de panoramatische literatuur over Parijs, zet hij types neer: de bohème, de flaneur en de modernen.

De observerende flaneur of de boulevardier, zegt Baudelaire, 'is een vorst die nergens zijn incognito verliest'. Hij is een stadsdier; de straat strekt hem tot woning. Hij is 'de man der massa', die wordt meegesleept in het schouwspel van de menigte.

De wereld veranderde snel. De avenues waren tijdens het Tweede Keizerrijk nog de pretparken van de Parijse burger, waar hij zich vertoonde en zich op de terrassen van cafés en restaurants 'exhibitioneerde'. De boulevardier zag en wilde gezien worden. Vanaf de eeuwwisseling echter, zeker door de automobielen, veranderden de boulevards in een soort ansicht van de jachtige twintigste eeuw.

De auteurs van Boulevards zijn als het ware flanerende historici. In hun beschrijvingen krijgt de menigte gestalte. Op de avenues verkeert de massa in de 'religieuze roes van de grote steden' of brengt uren van ledigheid door. Het zijn plekken van historische gebeurtenissen, van modegrillen en glamour, van spektakel en vertier.

Sommige avenues zijn bekend door hun mondaine karakter, zoals de Promenade des Anglais in Nice; andere - zeker de Champs-Elysées - waren uitgesproken nationalistische symbolen. Weer andere boulevards, de promenade van Triëst, hebben een uitgesproken nostalgisch karakter. Gelegen aan de zee, op een kruispunt van verschillende culturen, huldigt de stad van James Joyce en Italo Svevo - zegt Magris - een promesse de bonheur.

De boulevard is het monumentale hart van een stad. Daar speelt zich het zakelijke en politieke leven af. De meestal rijkelijk geornamenteerde huizen of paleizen vertellen over de roemrijke geschiedenis van een stad of over de misère. Unter den Linden, de Berlijnse boulevard van de filosofen, is met de Brandenburger Tor het symbool van het herenigde Duitsland. Kogelgaten herinneren ons aan de grote oorlogen, het beeld van Frederik de Grote aan de Verlichtingsidealen en de eeuwig brandende vlam aan de miljoenen gesneuvelden. Want elke boulevard is een monument, decorum waarmee een stad of een staat de grandeur onderstreept.

De Weense Ring, schrijft Hofmann in Boulevards, is 'versteinerte Weltgeschichte als Huldigungskulisse'. Adolf Loos vergeleek de Ringstrasse met Potemkinse dorpen: de architectuur is vals. Wenen is een totaalkunstwerk, een stad van decorstukken en veel opsmuk. De Ringstrasse had een theatrale Sendung; ze was het decor en tegelijk ook de coulissen van het door de schilder Hans Makart geënsceneerde schouwspel voor de huldiging van het keizerlijk paar. De stad is een monumentaal kunstwerk; de boulevard - de Ring - is de Bühne van het keizerrijk.

'Schickt einen Philosophen nach London', luidt de aanbeveling van Heinrich Heine. Unter den Linden heeft hij genoeg gefilosofeerd. In Londen ontvouwt zich voor de filosoof een wonderbaarlijk leporello, het panorama van een moderne, wemelende en bruisende grote stad, de wereld van de boulevards, 'het theater van de wereld'.

Paul Depondt

Klaus Hartung e.a.: Boulevards - Die Bühnen der Welt.

Siedler Verlag, import Nilsson & Lamm; 441 pagina's; ¿ 89,10.

ISBN 3 88680 554 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden