Esthetiek van het Nederlands verkeersbord in San Francisco

Je staat er als Nederlander misschien niet meer zo bij stil, maar in dit sterk gereguleerde land schijnt de snip méér te zijn dan een bruikbaar betaalmiddel....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Die esthetiek geldt niet alleen voor geld. Telefoonkaarten, treinstellen, bedrijfslogo's, verkeersborden, politie-uniformen, zelfs belastingformulieren geven in Nederland blijk van 'kennis van proportie, kleurrangschikking, doelmatigheid, materiële expressie, compositie en typografie'. Sterker: elke oppervlakte en elke vorm lijkt het resultaat van 'bewuste gedachten over hoe het werkt en hoe het verschijnt', zodat gerust mag worden geconcludeerd: 'In Nederland is design een normaal onderdeel van het dagelijks leven'.

De voorbeelden en citaten komen uit de catalogus die thans in San Francisco is verschenen bij een tentoonstelling over hedendaags Nederlands design in het plaatselijke Museum of Modern Art (SFMOMA). Do Normal: Recent Dutch Design heet de expositie, een naam die conservator Aaron Betsky ontleende aan dat oer-Hollandse gezegde dat in het Engels nog suffer klinkt: act in a normal manner and you will be weird enough. Betsky woonde als middelbare scholier enige jaren in Nederland.

Verspreid over drie zalen heeft het museum bijna tweehonderd Nederlandse ontwerpen van de laatste tien jaar bijeengebracht. Het bejubelt daarmee tot en met 20 oktober 'een cultuur die ordelijk en vernuftig design in het dagelijks leven integreert'. Met werk van ruim zeventig ontwerpers, ontwerpduo's, -bureau's of -collectieven, onder wie dus Jaap Drupsteen (van de bankbiljetten), n/p/k Industrial Design (verkeersborden) en Max Kisman (telefoonkaarten), en verder onder anderen Henk Stallinga, Hella Jongerius, de Designpolitie en Piet Hein Eek.

Directeur Melle Daamen van de Mondriaanstichting was vorige week bij de opening van de tentoonstelling, die met forse steun van de stichting (150 duizend gulden) werd ingericht. Hoewel hij zich geen groot designkenner acht, durft Daamen wel te beweren dat er niet eerder zo'n grote expositie aan de Nederlandse ontwerpkunst werd gewijd dan nu in San Francisco.

Nederlandse ontwerpen staan internationaal in zeer redelijk aanzien, zegt hij. Anderhalf à twee jaar geleden maakte Paola Antonelli in het Museum of Modern Art in New York al een aanzienlijke tentoonstelling over Nederlands design. Het museumcafé is er geheel naar Nederlands inzicht ingericht (Stallinga, Van Lieshout, Eek). En onlangs wijdde het Designmuseum in Londen nog een grote tentoonstelling aan het werk van Droog Design.

Het SFMOMA besteedt vooral aandacht aan grafische ontwerpen, zoals de flyers van Marieke Stolk en Danny van den Dungen voor Paradiso en de briljante, tweetalige catalogus die Studio Gonnissen en Widdershoven maakte voor de tentoonstelling van Wim T. Schippers in het Utrechtse Centraal Museum: de Nederlandse en Engelse teksten zijn in rood en groen over elkaar afgedrukt en alleen te lezen met behulp van een doorzichtig groen danwel rood plastic inlegvel.

Maar de expositie telt ook weer ontwerpen die voor Nederland zo karakteristiek blijken, die er, in de woorden van Betsky, 'zo normaal uitzien dat je ze bijna niet opmerkt'. Zoals de hamer van Henk Stallinga, die bij nader inzien bedoeld is als kapstok. Daar weet de Hema wel raad mee, is ook Betsky opgevallen.

Toch noemt de conservator 's lands normaalste bedrijf evengoed wel 'the most innovative low-cost dry goods store.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.