Esther Gerritsen: 'Mijn onderbroek kan vijf keer zo duur zijn als mijn jas'

Wat zijn dit voor vragen?

Haar roman Roxy werd geprezen en haar scenario van de film Nena genomineerd voor een Gouden Kalf. Esther Gerritsen: 'Ik moet veel slapen, tv kijken, bijkomen.'

Stil uit de film Nena. Het scenario is geschreven door Saskia Diesing en Esther Gerritsen. Beeld Cinéart

Vijf sterren of 100 duizend boeken? 'Je wilt altijd dat wat je niet hebt. Ik ga dus voor 100 duizend boeken. Het is heel leuk om goede recensies te krijgen, wat ik bij mijn nieuwe roman Roxy kreeg, maar dat zegt ook niet alles. Literaire erkenning leidt zelden tot commercieel succes. Andersom is het verband even troebel. Van mijn vorige roman Dorst werden zo'n 20 duizend exemplaren verkocht. Dat is best goed, ik mag niet klagen, maar ik zou graag eens de 100 duizend halen. Gelukkig denk ik daar niet over na tijdens het schrijven. Ik ben schaamteloos als ik schrijf. De buitenwereld bestaat niet.

'Ik kreeg bij deze roman bijna alleen maar vijfsterrenrecensies. Ik stond in de supermarkt en wist dat er een recensie in Het Parool stond. Dus ik begon te lezen en dacht na een paar alinea's: misschien moet ik deze toch maar kopen. Laat ik er maar van genieten. Toch blijft het vreemd. Alsof je een rapport krijgt van een schoolmeester: dit was goed en dit had ik anders gedaan. Zo wil ik helemaal niet beoordeeld worden. Ik snap dat recensenten dat doen, maar ik denk dan: het was niet alsof dit boek anders kon. Het is allemaal bewust zo opgeschreven. Dit is wat het is.'

Esther Gerritsen Beeld Frank Ruiter

Toneel, film of proza?

'Proza is de grote liefde die altijd blijft. Maar het is fijn om er af en toe uit te ontsnappen. Vroeger was dat met toneel en nu met film. Je moet alles zelf bepalen bij proza. Dat is heel fijn, maar ook heftig. Ik luisterde net naar een nummer van Gillian Welch. 'Of all the little ways I've found to hurt myself. Well you might be my favorite one of all.' Dat is literatuur voor mij: een foute liefde.

'Voor de film Nena werd ik er door regisseur Saskia Diesing later bij gevraagd. Het verhaal was er al. Voor de scènes en dialogen kwam ik erbij. Ik dacht dat ik niet van samenwerken hield, maar het beviel me erg goed. Ik hou erg van de efficiënte manier van denken bij scenarioschrijven: we hebben een man in een rolstoel, hoe vertellen we in één beeld dat hij een midlifecrisis heeft? We kwamen uit bij cowboylaarzen. Het is heel leuk om daar samen over na te denken. Zonder precies in te vullen hoe die cowboylaarzen eruit zien. In proza moet dat wel. Ik doe heel weinig aan beschrijving. Ik geloof niet dat ik bij mijn hoofdpersoon heb benoemd wat voor kleur haar ze heeft. Of ze überhaupt haar heeft. Dat weet ik niet eens.'

Vergrijpt Roxy zich aan mannen of laat ze mannen zich aan haar vergrijpen?

'Arjen Fortuin had in zijn recensie in NRC Handelsblad geschreven dat Roxy mannen zich aan haar laat vergrijpen. Terwijl Roxy zich natuurlijk zelf vergrijpt aan die mannen. Er kwam een kritische lezersbrief binnen bij NRC en later nam Fortuin het terug. Hij had het verkeerd opgeschreven. Zonder kwade wil overigens. Hij had er gewoon niet goed over nagedacht.

'Of er een feministische boodschap in het boek zit? Ik vond het heel vanzelfsprekend dat Roxy na de dood van haar vreemdgaande man met veel mannen naar bed gaat. Ze voelt zich in een depressie wegzakken. Als ze merkt dat iemand haar aantrekkelijk vindt, zoals de begrafenisondernemer die naar haar borsten kijkt, grijpt ze dat met beide handen aan om een sprankje van leven te voelen. Het is een ontsnapping.

'Het maakt mij verder niet uit dat het de vrouw is die zich aan de man vergrijpt. Wel vind ik het leuk dat ik vrouwelijke helden opvoer - hoe tragisch ze ook zijn. Er zijn al zo veel mannelijke helden. Als ik mensen vooraf vertelde over dit boek, zeiden ze weleens: 'Alleen maar vrouwelijke personages die samen in een auto op reis gaan, zou je dat nou wel doen?' Sommige mensen denken dat mannen geen boeken over vrouwen lezen. Daar geloof ik niet zo in. Ik heb genoeg mannelijke lezers.'

Hugo Boss of Bristol?

'Toen ik getrouwd was, had ik nogal veel te besteden. Mijn ex-man was managementconsultant en verdiende veel geld. Ik gaf veel meer uit dan ik verdiende. Dat hield op toen we na veertien jaar uit elkaar gingen. Ik moest voor het eerst sinds mijn studententijd mijn geld tellen. Daarom kwam ik opeens weer vaak in de Bristol, maar ook in de Van Haren, de Wibra en de Zeeman. Daar heb ik toen een stuk over geschreven in Trouw. Ik weet nu exact wat ik op een dag mag uitgeven. Toch kan ik moeilijk kiezen tussen Hugo Boss en Bristol. Ik besta echt uit die twee. Mijn onderbroek kan vijf keer zo duur zijn als mijn jas. Soms denk ik: je moet geld uitgeven aan mooie dingen, geweldig. De volgende week vind ik het allemaal onzin en wil ik naar de Bristol. Het is heel leuk om mooie spullen te kopen, maar voor je het weet, denk je dat het belangrijk is.'

Personages of plot?

'Mijn boeken worden voortgedreven door de personages. Als ik een boek lees waarin alles aan het eind samenkomt, voel ik me belazerd. Dan denk ik: o, nu zijn we klaar. Het is dus niet het echte leven. Wat ik ook zo gek vind: als je een thriller of detective kijkt, vergeet je heel vaak hoe het afloopt. Je kunt hem nog een keer kijken.

'Je hebt de stuwende kracht van een plot nodig in een boek, maar uiteindelijk gáát het daar niet om. Ik denk geen schema's uit voor een boek, maar ik schrijf ook niet zulke dikke boeken, dus dan kom je daar wel mee weg. Ik weet niet precies hoe mijn boek eindigt als ik bezig ben. Ik weet welke tocht de personages moeten maken, welke problemen ze te verwerken krijgen en waar ze naar streven. De gebeurtenissen komen later.'

Inspiratie: fictie of non-fictie?

'Ik laat me erg door non-fictie inspireren. Als ik over een psychopaat schrijf, lees ik zo veel mogelijk boeken over psychopaten. Ik lees ook graag biografieën, vooral van extreme persoonlijkheden. Nu herlees ik de biografie Pim Boellaard, het leven van een verzetsheld, van Jolande Withuis. Iemand in dat boek zegt iets als: 'De sympathiekste ijdele kwast ooit.' Dat vind ik fascinerend. Meestal is een held niet ijdel, maar bescheiden.

'Er is een boek van de Russische neuroloog Aleksandr Loeria over een man die alles onthoudt, The Mind of a Mnemonist. Die man heeft een enorme fantasie. Als hij driehonderd woorden op een rij moet onthouden, stelt hij zich een straat voor en alle woorden zet hij in die straat. Links ligt een bal, rechts een fiets. Op een gegeven moment had hij per ongeluk een woord overgeslagen en toen was hij teruggegaan in de straat. 'O, die lag in de schaduw', zei hij.

'In dat soort extreme karakters herken je altijd wel iets van jezelf of van anderen. Hoe werkt het geheugen, hoe werkt een psychose - dat leer ik van die boeken. Tijdens het schrijven zijn er dan momenten dat mijn personages iets overkomt waarbij ik die kennis kan gebruiken. Ik doe niet zozeer aan research, want je kunt volgens mij alleen schrijven over dingen die al een hele tijd in je hoofd zitten. Feitjes kun je opzoeken. Maar over psychologische mechanismen kan ik alleen schrijven als ze me al jaren bezighouden.'

Manisch of saai?

'Ik ben nooit echt manisch geweest, maar ik kan er tegenaan zitten. Je bent dan nooit moe, wilt alleen maar door, denkt dat je alles aan kunt - en uiteindelijk stort je in. Ik heb liever een saai, regelmatig leven. Daar floreer ik bij. Als schrijver kun je ook profiteren van een manische bui, maar ik hou ervan als ik zelf de observator kan zijn van wat er om me heen gebeurt. In een manisch leven word je overweldigd door alles. Dan heb je geen controle over wat je voelt en denkt: wat gebeurt er nu? Jezus, wat doe ik nu? Ik hou niet zo van hysterie.

'Ik vind het leven nogal indrukwekkend, dus ik moet veel slapen, tv kijken, bijkomen. Als het leven regelmatig is, kan ik meer lezen, meer vrienden zien, meer meemaken. Toch zit echte rust en regelmaat er niet in. Ik werk altijd te hard en ongeduldig aan een boek. Ik kan niet ontspannen als ik weet dat er thuis een boek op me ligt te wachten dat nog niet goed is.'

Beeld DE GEUS

CV Esther Gerritsen

1972 Geboren in Nijmegen

1995 Afgestudeerd dramaschrijven en literaire vorming aan de HKU

2002 Debuutroman Tussen een persoon

2005 Dif/BNG Aanmoedigingsprijs voor haar oeuvre

2010 roman Superduif

2011 Jij hebt iets leuks over je (bundeling non-fictiewerk)

2011 Nominatie voor de Libris Literatuur Prijs

2012 Roman Dorst

2013 Toplist AKO Literatuurprijs, shortlist van de Libris Literatuurprijs, nominaties voor Opzij Literatuurprijs en de Dioraphte Jongeren Literatuurprijs

2013 Ik ben vaak heel kort dom (bundeling columns)

2014 Frans Kellendonk-prijs

2014 Roman Roxy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.