Esther Gerritsen ging naar het kerstcircus en zag: de mens is op zijn best in het circus

Waar anders dan in het circus wordt het publiek hoog geëerd?

Het kerstcircus Foto ANP

De kerst is voorbij. Nog even de jaarwisseling en dan kan het normale leven weer doorgaan. Midden in de rare dagen ging ik naar het kerstcircus. Iedereen was blij, klapte mee, joelde, en riep ooh en aah. De mens is op zijn best in het circus. Het heeft toch iets sympathieks dat een paar mensen jarenlang oefenen op de vreemdste kunsten, om ze op een dag te laten zien aan andere mensen, die dan juichen, klappen en bewonderen. Het vermogen om te bewonderen is prachtig. De trucs zijn zo buitenissig, de artiesten haast onmenselijk, dat we niet eens jaloers worden, we bewonderen alleen maar. Het is geen sport, niemand hoeft te winnen, dus ook niemand te verliezen, geen competitie-element, alleen maar goed nieuws. De bewondering is trouwens wederzijds, waar anders dan in het circus wordt het publiek hoog geëerd?

Ja, dacht ik, dat doen de dieren ons mooi niet na. Natuurlijk, er waren ook paarden in het circus, prachtige spierwitte paarden, maar eerlijk is eerlijk, wat konden die paarden na jaren training? Een paar konden er wat harkerig huppelen, een kon er achteruit lopen, en de kleine paardjes konden onder de grote paarden door. We applaudisseerden uitzinnig voor het paardennummer, maar ons applaus was niet voor de paarden, het was voor die man in het midden, dat hij die arme sukkels zo ver had gekregen. Wat mij betreft, is een enkel dierennummer dan ook genoeg in het circus. Mensen kunnen veel indrukwekkender trucjes dan dieren, dat mag ook wel eens gezegd. Dat ene dierennummer is er slechts om dat nog maar eens aan te tonen. Weer een reden waarom het circus zo sympathiek is. In de wereld buiten het circus richten de mensen net wat meer ellende aan dan de dieren. Laat ons daarom rondom de piste blij zijn dat wij hier eens niet de bad guys van de schepping zijn.

Een ander aspect dat weinig representatief is voor de echte wereld is natuurlijk de kleding. Zo was er een groepje mannen met ontbloot bovenlijf, enorme spierbundels die langzaam op elkaar klommen. Met slechts een arm konden ze op een ander zijn schouder balanceren. Deze beren van kerels, droegen strakke witte broeken met franjes, glitters en bloemetjes zelfs. En als ze hun krachttoeren hadden laten zien, dansten ze een kort sierlijk rondje. Met die kleding en die gebaartjes zouden ze in sommige steden in donkere steegjes in elkaar worden gemept. In het circus kan alles. Men kan er fietsen op een touw met nog een stoel bovenop je hoofd waarop je vrouw zit die daarbij een lied zingt, en stoere mannen mogen bloemetjes op hun broek.

Foto de Volkskrant

De paarden kwamen nog een keer terug tegen het eind, nu niet alleen witte, maar ook zwarte paarden. Ze gingen rondjes lopen, in een patroon van zwart wit zwart wit. Dat kunnen de meeste mensen natuurlijk ook wel. Als je ze zo gek krijgt. Ik stelde het me even voor, een hoogtepunt van de show. De clown die mijn popcorn stal, vond ik heus ook wel grappig, maar grappiger was het beeld van de zwarte en witte mensen, allemaal even braaf in rondjes huppelend om en om achter elkaar aan, een paardje in hun midden.

Meer over