Esperanza vindt de snaren moeiteloos

Oudgediende loochent vrees dat NSJF een popfestival wordt. En sommige pop klinkt beter tussen jazz.

GIJSBERT KAMER en TIM SPRANGERS

ROTTERDAM - Het North Sea Jazz festival opende vrijdagmiddag ideaal. Er was een oudgediende, Ahmad Jamal, die critici dat de organisatie teveel de oren naar de popliefhebber laat hangen, de wind uit de zeilen nam. En er waren een paar betrekkelijke nieuwkomers die aantoonden dat de scheidslijn tussen jazz, pop en soul steeds vager lijkt te worden.

De 81-jarige Ahmad Jamal behoort tot de meest geziene muzikanten op Europese jazzfestivals. Dat was te merken aan zijn wat al te routineuze gebaartjes naar bijvoorbeeld percussionist Manolo Badrena wiens latin spel steeds meer vergroeid is geraakt met het pianospel van Jamal. Maar regelmatig klonk Jamal lekker dwars met veel onverwacht bombastische noten. Dan zijn de vleugjes smooth jazz als tegenwicht helemaal niet erg en begrijp je waarom Miles Davis juist hem als grote leermeester zag.

Fraai, zo aan het begin van het festival, klonk het trio van pianist John Law. Leunend op de nu in de jazz hippe minimalistische vorm (variaties op een repeterend patroon) begon hij liefjes, opgewekt en dromerig tegelijk. Vooral de strijkende contrabassist Yuri Goloubev maakte indruk.

De contrabas vervulde ook een hoofdrol bij een van de opmerkelijkste nieuwe talenten van de laatste jaren: Esperanza Spalding. Was haar instrument nu zo groot of zij zo klein: ze verdween bijna achter de klankkast, maar wist moeiteloos de juiste snaren te vinden. Samen met haar band bracht ze een spannende mengvorm van kamermuziek met zachtmoedige jazz, waarin ook volop ruimte bleek voor improvisatie. Mooi ook hoe ze zingen en scatten moeiteloos wist af te wisselen.

En meteen begreep je ook waarom Prince zich vorig jaar ook al over haar ontfermd had, en waren de geruchten op een mogelijk weerzien tussen de twee later vrijdagnacht zo gek nog niet. Spalding is slechts een van de vele namen die de komende dagen nog in verband zullen worden gebracht met Prince die iedere avond met een nachtconcert het festival zal afsluiten. Zijn komst lijkt iedereen dezer dagen bezig te houden. Iedere naam op het programma heeft ineens een al dan niet vergezochte connectie met de popster uit Minneapolis, en je kreeg ook bij Spalding het idee dat hij zomaar ineens op het podium zou kunnen stappen om een moppie mee te spelen.

Zo weet Prince het festival aardig naar zich toe te trekken, maar voor het vrijdagnacht zover was, was er ruimte voor andere popmuzikanten. Jonathan Jeremiah is zo'n nieuwe naam, waarvan je zeker weet dat daar nog lang van genoten gaat worden. Blanke zanger met een mooie donkerbruine soulstem die dat enorme Metropole Orkest achter hem helemaal niet nodig had. Een paar blazers om zijn ballads van dramatische accenten te voorzien had volstaan. Maar hij was hier beslist op zijn plek, waar zijn liedjes op een popfestival mogelijk te saai hadden geklonken.

Sommige popmuziek werkt op een jazzfestival toch beter. En als de komende dagen de standaard zo hoog blijft als in de eerste paar uur, dan belooft dat wat, en zullen duizenden mensen ook zonder Prince gezien te hebben tevreden huiswaarts kunnen keren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden