Esmet op een perfecte carri

Efatale seconde achtervolgt de snelste man op schaatsen. In Canada is Jeremy Wotherspoon bekender om een val dan om zijn titels....

Jeremy Wotherspoon moest nog twaalf worden, toen hij zijn vader op een avond verraste met een ambitieus plan. Op tafel legde hij een schrift met rekensommen. Bill Wotherspoon kon de getallen niet thuisbrengen, maar zag aan de blik van zijn zoon dat het ernst was.

'Ik heb het helemaal door pa', zei Jeremy, waarna hij zijn verblufte vader voorrekende hoeveel seconden hij elk jaar harder moest schaatsen om het wereldrecord op de 500 meter in handen te krijgen. In 1994, als hij 18 was, zou het zover zijn.

Hardrijden was niet populair in Red Deer, het oliestadje twee uur ten noorden van Calgary, waar de viervoudig wereldkampioen sprint opgroeide. Zijn moeder hoopte dat Jeremy zou slagen als kunstrijder, toen bleek dat hij als jochie behendig over het ijs ging. Zijn vader voorzag een glansrijke toekomst in het ijshockey.

Bill en Sharon Wotherspoon konden niet vermoeden dat Jeremy's eigen wil de doorslag zou geven, na een toevallige ontmoeting met een gegreerde Nederlander op de ijsbaan van Red Deer. Hun zoon was acht jaar.

Sjoerd Post kwam graag op de ovaal die is gebouwd rondom een verzameling populieren, sparren en iepen. Zijn hoge noren, waarop hij in 1963 de Elfstedentocht als twintigste volbracht, maakten hem tot een vreemde verschijning op het ijs. Hij herinnert zich nog dat een fanatiek jongetje zijn slag probeerde te imiteren.

'Jeremy ging heel snel op hockeyschaatsen', zegt Post. 'Ik zei tegen zijn moeder: Je zou hem op speedskating moeten doen.'

Moeder Wotherspoon had geen idee wat Post bedoelde. 'Ik had nog nooit van langebaanschaatsen gehoord.' Aangespoord door haar zoon ging ze op zoek naar een vereniging. Ze meldde Jeremy aan bij de Central Lions Speedskating Club, die tegenwoordig, naast de 27-jarige wereldkampioen, nog een prominent lid telt. Evert van Benthem schaatst er. Zijn boerderij ligt even buiten Red Deer.

Wotherspoon voelde zich thuis bij de schaatsclub. Was er geen natuurijs, dan deed hij aan shorttrack in de nabijgelegen hal. Daar, in de vitrine, hangen nog een paar onderscheidingen die de wereldkampioen op jonge leeftijd kreeg, waaronder drie maal een prijs als 'meest toegewijde schaatser'.

Chirurg Bob Carter, destijds schaatstrainer in Red Deer, herinnert zich dat Wotherspoons talent snel zichtbaar was: 'Hij was een ruwe diamant.' Maar Jeremy bleek, behalve behendig op de schaats, ook een eigenzinnige, dromerige leerling. 'Hij leek in een andere wereld te verkeren. Niemand drong tot hem door.'

Op het ijs kwam dat tot uiting in een curieuze strategie tijdens wedstrijden, die bij de jeugd in Canada worden verreden volgens het principe van de mass start. In plaats van tegen wordt gereden in groepjes van vier, zes of acht. Naast snelheid speelt tactiek een rol, zoals in marathonwedstrijden.

Wotherspoon haatte tactiek. Het geduw en getrek in het groepje, het zoeken naar een positie uit de wind en het gevaar van valpartijen strookte niet met zijn wens zo hard en mooi mogelijk van start naar finish te rijden. Liever dan het gedrang te trotseren, maakte hij extra meters. Tot verwarring van zijn tegenstanders week hij soms uit naar de buitenbaan, waar hij in zijn eigen tempo de wedstrijd maakte.

Vader Wotherspoon: 'De coach vond het een twijfelachtige tactiek. Hij verloor er soms wedstrijden door. Maar soms won hij.'

In lokale, regionale, zelfs landelijke jeugdwedstrijden kon Wotherspoon zich als tiener meten met de besten. Maar Carter zag in hem allerminst een potenti wereldtopper. De tegenstand in Canada is gering. De club in Red Deer heeft nooit meer dan zeventig leden geteld. Misschien, voorspelde Carter eens, zou Jeremy doordringen tot de nationale selectie.

Die sprong maakte de sprinter na zijn middelbare school. Hij was achttien en reed de 500 meter in 38.1 seconden. De ambitieuze berekeningen uit zijn jonge jaren bleken overmoedig - zijn eerste wereldrecord zou nog drie jaar op zich laten wachten. Maar de bondscoaches geloofden in zijn mogelijkheden.

En ze beschikten over kennis. Carter baseerde zijn schaatslessen op slechts bron, het boek dat Eric Heidens trainster Dianne Holum schreef na diens olympische gold rush.

Bovendien was er de introductie van de klapschaats, in 1997. Met de hogere snelheden op het nieuwe materiaal kon Wotherspoon uit de voeten. Het shorttrack, dat hij tot zijn achttiende beoefende, was hij letterlijk ontgroeid met een lengte van tegen de 1.90 meter. Maar de jarenlange trainingen op de scherpe bochten boden hem voordeel, net als de kennis over het buigen van de schaatsijzers die vanuit het shorttrack overwaaide naar de langebaan.

Met een wereldrecord op de sprintvierkamp, eind 1997, begon zijn onstuitbare zegetocht langs de internationale ijsbanen. Inmiddels bulkt zijn palmarvan de prijzen. De Canadees is de meest succesvolle sprinter van zijn generatie. Hij veroverde vier wereldtitels sprint en verbeterde vijftien keer een wereldrecord: twee op de 500 meter, zeven op de kilometer, zes op de vierkamp.

Geen sprinter heeft bij benadering zo vaak een 500 meter gereden onder de 35 seconden - meer dan dertig keer. Dat het huidige wereldrecord, 34,32, nog in handen is van Hiroyasu Shimizu wordt bijna als een misstand ervaren. Wotherspoon wordt serieus genomen als hij spreekt over wondertijden: 500 meter in minder dan 34 seconden.

Maar perfect is zijn loopbaan niet. In eigen land is zijn roem niet gebaseerd op zijn fraaie erelijst. Zijn naam wordt geassocieerd met fatale seconde, waarin het ondenkbare gebeurde.

Bij de Olympische Spelen in Salt Lake City hoopte Canada dat Wotherspoon goud zou winnen op de 500 meter. Op grond van de statistieken was hij de uitgesproken favoriet. Maar de olympische missie van de sprinter eindigde voordat hij in zijn lange, krachtige slag kon komen. Meteen na de start klapte hij voorover. Hij smakte languit tegen het ijs.

Op de tribune slaakte zijn moeder een gil. Zijn vader kon zijn ogen niet geloven. Casey Fitzrandolph, een van zijn beste vrienden en de latere winnaar het goud, beleefde de grootste emotionele schok uit zijn leven. Net voor Wotherspoons race had hij het wereldrecord benaderd tot op eentiende seconde, nu lag de droom van zijn vriend aan diggelen. 'De rillingen liepen over mijn lijf.'

Wotherspoon was in de war. 'Ik was kwaad, ontzettend kwaad. Maar ik kon vooral niet meer helder denken.' Hij schaatste het meest absurde, traagste rondje uit zijn loopbaan. Terwijl hij gemangeld werd door zijn eigen emoties, bedacht hij op de kruising nog dat hij van baan moest veranderen. Na de finish zeeg hij beduusd neer op een bankje: 'Ik zag mensen denken: wat ben ik blij dat ik die vent niet ben.'

Een Amerikaanse official schoot hem aan en vergeleek hem met de sprinter Dan Jansen, die als favoriet meerdere keren ten val kwam op de Olympisch Spelen van 1988 in Calgary. 'Door die official kreeg ik tranen in mijn ogen. Ik kon het niet helpen. Ik was zaad.'

Hij weigerde de pers te woord te staan. In de kleedkamer kwam Fitzrandolph naast hem zitten, zwijgend. 'Wat kunnen woorden op zo'n moment nog betekenen.' Wat later kreeg moeder Wotherspoon een telefoontje met niet meer dan een korte mededeling van haar zoon: 'Maak je geen zorgen mam. Het gaat wel.'

De sprinter besefte niet wat hem boven het hoofd hing. Zijn struikeling veroorzaakte opschudding in Canada. De televisie herhaalde de beelden eindeloos, zonder dat er duidelijkheid kwam over de oorzaak van de val. Op websites werd zijn psychische gesteldheid onderwerp van verhitte discussies. Op de scholen van zijn ouders, beiden zijn onderwijzer, schreven kinderen gedichten om hem te troosten.

Jeugdtrainer Bob Carter: 'Hij heeft niet de faam gekregen die hij verdiende. Hij is eerder berucht dan beroemd. De meeste mensen denken dat hij zichzelf te veel onder druk heeft gezet. Dat het daarom misging.'

Waarom ging het mis - die vraag wordt Wotherspoon sinds de Spelen onophoudelijk gesteld. Hij heeft een hekel aan de vraag, al begrijpt hij hem ook. Toen hij als kind Dan Jansen op televisie zag vallen, was hij ook gefascineerd. De Amerikaan kon een duidelijke verklaring aanvoeren. Zijn zus overleed vlak voor de start van de 500 meter aan leukemie. Maar als jonge schaatser bleef hij zich afvragen, hoe het kon gebeuren.

Een duidelijke oorzaak voor zijn val heeft Wotherspoon niet gevonden. Hij ziet niets aan de beelden. Bezoeken aan een psycholoog leverden niets op. Opbeurende woorden van Dan Jansen en zijn ouders evenmin. Het meest heeft hij nog gehad aan de gesprekken met kinderen. Na afloop van de Spelen ging hij, als onderdeel van een sponsorcontract dat vSalt Lake City was afgesloten, talloze scholen langs om te spreken over zijn olympische ervaring.

Op de scholen kreeg hij vreemde vragen: bijvoorbeeld of schaatsers ook marihuana gebruikten. Wotherspoon: 'Maar de kinderen wilden vooral weten of ik verdrietig was. Dat hielp wel. Ik ga tegen kinderen niet liegen.'

Al pratende maakte Wotherspoon de balans op. Hij realiseerde zich dat plezier hem sinds zijn jeugd naar de ijsbaan drijft. Hij geniet van zijn gave. Daar kan olympisch goud uit voortkomen. Maar het hoort geen overheersend doel te zijn. Misschien verloor hij dat in Salt Lake City uit het oog. Hij rekende op goud. Het moesten zi¿jn Spelen worden.

Wotherspoon beseft nu: alleen jongetjes mogen zichzelf ongestraft rijk rekenen.

Aan stoppen denkt hij niet. Hij blijft schaatsen tot en met de Spelen van Turijn, in 2006. Misschien zelfs langer. Want hij geniet.

'Eslechte race maakt van al die jaren, al die reizen en ontmoetingen geen tijdverspilling. Zelfs niet als je die slechtste race rijdt op het grootste sportevenement ter wereld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden