Erven Goudstikker zetten proces door

De erven van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker zetten hun juridische strijd over diens kunstcollectie voort. Nadat zij in een bijzondere procedure voor rechtsherstel bij het Haagse hof in december vorig jaar bot vingen, pakken de erven de draad weer op van een in 1998 begonnen gewone procedure ter opvordering...

Van onze verslaggever

Het Haagse hof verklaarde zich onbevoegd te beslissen over de weigering van toenmalig staatssecretaris Nuis van Cultuur om de werken af te staan aan de erfgenamen - Goudstikkers schoondochter en kleinkinderen. De eisers waren volgens het hof tevens te laat met het indienen van een verzoek tot rechtsherstel. Dat hadden zij voor 1 juli 1951 moeten doen. Het hof overwoog bovendien dat de weduwe Goudstikker in de jaren na de oorlog zich de mogelijkheden tot rechtsherstel wel heeft gerealiseerd, maar naliet er een beroep op te doen.

Het Haagse hof wees er op dat over een eis tot opvordering van de eigendom van de schilderijen moet worden beslist door de gewone burgerlijke rechter. 'Met deze procedure gaan we nu door', aldus de advocaat van de erven, mr. R. van Holthe tot Echten.

De erven verwachten nu meer kans op succes bij de rechter, gezien de 'hedendaagse opvattingen' over de teruggave van bezittingen die joden tijdens en na de bezetting kwijt raakten. De kunstwerken vielen na de dood van Goudstikker in 1940 in handen van nazi-leider Hermann Göring en de Duitse kunsthandelaar Alois Miedl. Na de oorlog werden de werken door de Nederlandse overheid gerecupereerd. Een groot deel ervan hangt in Nederlandse musea en overheidsgebouwen. Tot de collectie behoren werken van Memling, Terborch, Rubens, Van Dijck en tal van andere 17de-en 18de-eeuwse meesters.

De weduwe van Goudstikker probeerde na de oorlog compensatie te krijgen voor het verlies van de kunstcollectie en andere bezittingen van haar man. In 1952 ging zij akkoord met een schikking waarbij zij afstand deed van de goederen die aan Miedl waren geleverd.

De erfgenamen stellen dat de weduwe Goudstikker door de Nederlandse overheid is misleid over de waarde van de verzameling en de mogelijkheden tot rechtsherstel. Zij zou zijn afgescheept met een te lage vergoeding.

De erfgenamen voelen zich voor het starten van een nieuw proces gesterkt door uitspraken van onder anderen premier Kok en de commissie-Ekkart, die onderzoek doet naar de herkomst van zogeheten 'oorlogskunst'. De premier erkende vrijdag dat de overheid zich kil en bureaucratisch heeft opgesteld ten opzichte van joden die de holocaust hadden overleefd.

Een woordvoerder van het ministerie van Cultuur benadrukt dat de uitspraken van Ekkart en Kok geen betrekking hebben op de zaak-Goudstikker. 'De zaak is niet representatief voor de dingen waar Ekkart en Kok het over hadden: geroofde joodse bezittingen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden