'Ervaringen veranderen de hersenen'

Nancy Andreasen is de vierde gast in De Anatomische Les. Zij verwierf vooral bekendheid met de hersenscans die ze maakt en de nieuwe inzichten die ze daaraan ontleende op het gebied van hersenontwikkeling en schizofrenie....

'HET IS EEN fantastische tijd om met hersenonderzoek bezig te zijn. De moderne technologie stelt ons in staat live beelden te krijgen van de hersenen aan het werk, iets wat tien, twintig jaar geleden absoluut onmogelijk was.

'Eeuwenlang moesten we ons behelpen met de studie van het dode brein, zoals bijvoorbeeld te zien is op Rembrandts schilderij waarin de schedel van een terechtgestelde misdadiger is gelicht. Tegenwoordig kunnen we zo'n 'sectie' uitvoeren op levende hersenen. Het is absoluut adembenemend wat je dan te zien krijgt.'

Prof. dr. Nancy Andreasen, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Iowa in Iowa City (VS) en hoofdredacteur van het American Journal of Psychiatry, kan haar enthousiasme over de mogelijkheden van het moderne hersenonderzoek met MRI- en PET-scans niet onderdrukken.

Beeldvorming van de levende hersenen in relatie tot psychiatrische aandoeningen is het onderwerp van de vierde Anatomische Les, de jaarlijkse medische publiekslezing van het Academisch Medisch Centrum (AMC) en de Volkskrant, op 30 oktober in Amsterdam. Andreasen, die in Iowa City een onderzoeksgroep van 36 medewerkers leidt, heeft er de afgelopen jaren internationale faam mee verworven.

Een van haar favoriete studieobjecten is de anatomie van de hersenen, het karakteristieke patroon van groeven en windingen. Van geen twee personen zijn de hersenstructuren hetzelfde, weet Andreasen intussen, na uitvoerige studie van een groep van twaalf eeneiige tweelingen. 'Leg je mensen foto's voor van vijf personen waar een eeneiige tweeling tussen zit, dan weet iedereen die tweeling er wel uit te halen. Maar laat je hun de plaatjes zien van de hersenen van diezelfde vijf, dan kan niemand de eeneiige tweeling bij elkaar brengen.'

Het betekent volgens haar dat de erfelijke informatie die aanwezig is in het DNA van ieder individu, maar ten dele bepaalt hoe de hersenen eruit zien en hoe ze werken. Een eeneiige tweeling, met exact hetzelfde DNA-pakket, heeft tóch een andere hersenbouw, met name wat betreft de fijnere structuren. Het is een teken dat ervaringen, of die nu van fysieke of sociaal-culturele aard zijn, evenzeer invloed hebben op de structuur van de hersenen en daarmee op hun functioneren.

Andreasen: 'Met MRI- en PET-scans kun je volgen hoe de hersenen zich ontwikkelen. Tot een maand of zes na de conceptie is het oppervlak van de hersenen van een foetus nog glad. Dan beginnen de eerste windingen en groeven zich te vormen en dat proces stopt pas bij het bereiken van de adolescentie, zo rond het twintigste levensjaar.'

Voor Andreasen heeft dit eenvoudige feit ver strekkende implicaties. 'De hersenen zijn pas uitgerijpt als het individu volwassen is geworden. Het is de anatomische neerslag van het gegeven dat kind en volwassene niet op één lijn gesteld kunnen worden. Elke samenleving kent leeftijdsgrenzen waaraan bepaalde (voor)rechten worden gekoppeld, zoals autorijden, stemmen of alcohol drinken. Dat is de sociale erkenning van het feit dat het functioneren van de hersenen met de leeftijd verandert.'

Maar het betekent ook dat, tot op jong-volwassen leeftijd toe, allerlei externe invloeden kunnen neerslaan in bouw en functioneren van de hersenen, ten goede óf ten kwade. Omdat de hersenen veranderen onder invloed van ervaringen maakt Andreasen zich zorgen over de toenemende passiviteit onder kinderen en jongeren.

'Met steeds meer technologie om ons heen leren we steeds minder onze hersens te gebruiken. De rekenmachine neemt de plaats in van het hoofdrekenen en kinderen die van jongs af aan met televisie opgroeien, leren nauwelijks meer met blokken te spelen. De tijden van het goede oude Lego zijn vrijwel voorbij.

'Het passieve televisiekijken heeft werkelijk invloed op hoe mensen reageren en hoe ze zich gedragen. Ze verwachten steeds vaker alles aangereikt te krijgen en gaan niet zelf meer op ontdekking uit. Het ruimtelijk oriëntatievermogen, het zelf je weg vinden in een stad of in het bos, neemt af.

'En al kan ik het niet bewijzen, voor mij is ook duidelijk dat de voortdurende blootstelling van jonge kinderen aan geweld op de televisie wel invloed moét hebben op hun gedrag. De VS kennen het fenomeen van jeugdige moordenaars. Het kan volgens mij niet anders of zij imiteren met hun dertienjarige, onvolwassen breinen gewoon wat ze op tv hebben gezien. Ze zijn zich niet bewust dat ze écht iemand dood maken, dat er écht bloed vloeit en dat het géén spelletje is.'

0B EELDVORMING van de levende hersenen is niet alleen van belang voor het verwerven van kennis van de normale ontwikkeling van het brein. Andreasen hoopt ook dat er nieuwe inzichten van komen in psychiatrische aandoeningen en nieuwe aanknopingspunten voor een betere behandeling van die ziekten.

Daarbij maakt het voor haar niet uit of die uit 'praten' of uit 'pillen' bestaat. Beide behandelvormen hebben invloed op de hersenen en hun functioneren, psychotherapie even goed als medicijnen die stofwisselingsprocessen in de hersenen beïnvloeden.

Andreasen: 'Ervaringen veranderen de hersenen, letterlijk. Ieder gesprek slaat neer in de hersenen en verandert ze. Dat geldt dus ook voor een gesprek over psychische problemen. Psychotherapie, al dan niet in combinatie met gedragstherapie en mentale oefeningen, stelt de cliënt in staat zijn gedrag te veranderen, waardoor per saldo ook zijn hersenen veranderen. Wat ik graag zou willen doen, is PET-scans maken van proefpersonen vóór en ná een psychotherapeutische sessie. Mogelijk dat we dan veranderingen in de hersenen kunnen zien.'

Een andere toepassing van beeldvorming van de levende hersenen ligt op het terrein van schizofrenie, de psychiatrische stoornis waar Andreasen zich de afgelopen 25 jaar het meest in heeft verdiept. Andreasen: 'Een onderzoeksgroep van de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore meldde eind vorig jaar dat bij patiënten met schizofrenie een bepaald type dopamine-receptor veel vaker voorkomt dan normaal, een aanwijzing dat er bij schizofrenie misschien sprake is van een overmaat aan dopamine in de hersenen.

'Ik denk overigens dat ze het bij het verkeerde eind hadden, want ze hebben geen rekening gehouden met het feit dat receptoren niet statisch zijn, maar dynamisch. We weten intussen dat door medicijnen toe te dienen die bepaalde receptoren blokkeren, deze paradoxaal genoeg juist in aantal toenemen.'

Haar academische carrière begon Nancy Andreasen opvallend genoeg met een studie Engels (literatuur, geschiedenis en filosofie). Haar proefschrift ging over de grote Engelse metafysische dichter John Donne. Maar hoewel het werd uitgegeven bij het gerenommeerde Princeton University Press, ontleende ze er te weinig voldoening aan. 'Ik realiseerde me dat het boek op de plank zou blijven staan, weggestopt in de bibliotheek, dat vrijwel niemand het zou lezen. En hoe waardevol ook, ik had geen zin om m'n hele leven Engelse literatuur aan kinderen te onderwijzen.'

Een persoonlijke gebeurtenis - kraamvrouwenkoorts na de geboorte van haar eerste dochter - bracht haar ertoe zich in de geneeskunde te verdiepen. 'Ik wilde er alles van weten, hoe mij dat kon overkomen. En ik had het idee dat ik, met míín energie, in de geneeskunde misschien iets even belangrijks kon ontdekken als penicilline, waar ik mijn leven aan te danken had.'

De keuze voor de psychiatrie als specialisatie hing samen met haar opleiding in de alfa-wetenschappen. 'Met Engels, filosofie en geschiedenis als achtergrond was ik altijd al geïnteresseerd in de verhouding tussen lichaam en geest. Een ongelukkige tegenstelling overigens, die tot heel wat filosofische verwarring heeft geleid. Om pragmatische redenen houd ik het erop dat de geest gewoon het product van hersenactiviteit is.'

Haar oude liefde, de Engelse literatuur, is Andreasen niet vergeten. Ze schreef artikelen over psychiatrische aandoeningen in het werk van Shakespeare, over James Joyce (A portrait of the artist as a schizoid), over de dichteres Sylvia Plath en over de relatie tussen creativiteit en psychiatrische aandoeningen.

Andreasen: 'Vroeger is wel gedacht dat er een relatie was tussen schizofrenie en creativiteit; om creatief te zijn, moet je een beetje gek zijn. Ik ben dat nagegaan bij een groep bekende schrijvers die deel hadden genomen aan de befaamde Iowa Writers Workshop.

'Ik vond echter geen verband tussen creativiteit en schizofrenie; succesvol schrijverschap was veeleer gerelateerd aan depressie, alcoholisme of manische depressiviteit. Wat ik nog eens graag zou willen, is PET-scans maken van creatieve auteurs. Maar dat plan moet ik eerst nog verder uitwerken; ik wil hun kostbare tijd natuurlijk niet verspillen.'

Gerbrand Feenstra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden