Erkenning voor Boogerd van de oude wielerrotten

'Hier staat de wielerhistorie van Nederland', zegt Wim Breukink en hij wijst naar Jan Janssen, naar Peter Post en naar Jan Raas....

Van onze verslaggever

Bart Jungmann

DEN BOSCH

Die keuze was niet moeilijk. Na jaren van betrekkelijke armoede telt het Nederlandse wielrennen weer mee en één man verpersoonlijkt die renaissance. Michael Boogerd heeeft in 1998 zoveel wielergeschiedenis geschreven dat hij zich wielrenner van het jaar mag noemen.

Breukink senior is erevoorzitter van Club '48 en al die beroemde wielervingers wijzen naar hem voor het antwoord op de vraag: waarom heet de Club '48 eigenlijk Club '48? Geen ander lid lijkt het precies te weten. 'Omdat er oorspronkelijk maar 48 leden mochten zijn', veronderstelt clublid Henk Lubberding.

'Omdat Gerrit Schulte in 1948 wereldkampioen achtervolging werd en er besloten werd een trofee naar hem te vernoemen', vertelt Wim Breukink met het geduld van een ervaren docent. 'Een paar jaar later werd besloten dat een club van oud-renners voortaan zou uitmaken wie de meest opvallende renner was geweest en zo ontstond de Club '48.'

Gaandeweg is het bestuur, tegenwoordig onder voorzitterschap van Peter Post, een stuk lichtzinniger geworden in zijn selectiebeleid. Mensen die zich anderszins verdienstelijk hebben gemaakt voor de wielersport, mogen ook al lid worden. Dat gold dit jaar bijvoorbeeld voor Daniëlle Overgaag, kennelijk om het aanzien van het vergrijzende gezelschap op te fleuren.

Niettemin hangt rond de Club '48 nog altijd de geur van verschraalde massage-olie en daarom was Michael Boogerd ook zo opgetogen over zijn uitverkiezing. 'Dit zijn toch mensen die weten wat het is om het hele jaar door te presteren.'

Boogerd was even vergeten dat zijn uitverkiezing een gezamenlijke onderneming was. Behalve de oud-renners hebben ook de lezers van de Wieler Revue en de leden van de wielervakbond een stem in het kapittel. Unaniem werd Michael Boogerd tot de beste coureur van 1998 uitgeroepen.

Boogerd 'Nou, de beste... Dat gaat me een beetje te ver. Jeroen Blijlevens kan beter sprinten en Erik Dekker kan beter tijdrijden. Je kunt beter van de meest constante spreken.'

Met zijn vijfde plaats op de seizoensranglijst van de UCI ziet Michael Boogerd zijn succes mooi weerspiegeld. Als geen ander reed hij praktisch het hele jaar vooraan: vierde in de voorjaarsklassieker Luik-Bastenaken-Luik, vijfde in de zomerse Tour en dan nog ook twee aansprekende prestaties in het najaar: zesde op het WK in Limburg en tweede in de Ronde van Lombardije.

Maar Michael Boogerd beseft dat in de ogen van het publiek een podiumplaats pas echt telt als het de hoogste is. 'Ik zou ervoor tekenen als ik in 1999 tiende sta op de UCI-lijst, maar wel met een klassieker op zak.'

Daarop zal het nieuwe seizoen ook gericht zijn. 'Proberen wat zuiniger te rijden in de kleine ronden, proberen in een koers wat over te houden voor de laatste kilometers.' Kortom, weer een stapje vooruit, al kan hij niet zeggen of dat een conditioneel stapje moet zijn of een verdere ontwikkeling van het koersintellect.

Alle voorzichtige kritiek die op dat gebied is geuit, zit hem nog steeds dwars. 'Soms heb ik wel eens het gevoel dat ik niet voor vol word aangezien. Over Leon van Bon hoor je ze nooit. Maar van mij zeggen ze de ene keer dat ik te aanvallend rijd en de volgende keer dat ik te behoudend rijd. Het is kennelijk nooit goed.'

Dat het goed genoeg is voor de mensen die het kunnen weten, doet Michael Boogerd zichtbaar goed. 'Dit betekent veel voor me.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden