Nieuwsstaatssecretaris Visser

Ergernis in de Kamer neemt toe, maar Visser krijgt de ‘vooruitkijkers’ op haar hand

Staatssecretaris van defensie Barbara Visser heeft met gemak een tweede debat over het niet doorgaan van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen overleefd. Wel heeft ze andere zorgen: het al genomen besluit van plaatsing van een smart-L-radar nabij het Gelderse Herwijnen blijft op twijfel stuiten, ook in de coalitie. 

Staatssecretaris van defensie Barbara Visser donderdag op weg naar een Tweede Kamerdebat in de Oude Zaal over het afblazen van de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De kwestie Vlissingen kwam donderdag opnieuw aan de orde nadat de Volkskrant zaterdag had onthuld dat Visser in het geheim ruim anderhalf jaar actief gezocht heeft naar een alternatieve locatie. Dat is veel langer dan Visser had gezegd in een moeizaam debat in februari (waarin ze negentien keer excuses aanbood).  Het verschil ligt volgens de bewindsvrouw aan het verschil tussen ‘informele verkenningen’ en het formele traject, dat in mei 2019 begon. ‘Woordspelletjes’ en ‘hogere politieke tekstgoochelarij’, klinkt het vanuit de oppositie, maar de coalitiepartijen willen het pijnlijke debat uit februari niet nog eens overdoen. 

Die ‘informele verkenningen’ voor mei 2019 bestonden onder andere uit de aanstelling van oud-bewindsman Co Verdaas, in juni 2018, als degene die mogelijkheden zou verkennen om de verhuizing naar Vlissingen af te blazen. Hij werd – zo bleek uit de Volkskrant-publicatie – ondersteund door minister van Defensie Bijleveld zelf, die sprak met het Utrechtse provinciebestuur, de gemeente Utrechtse Heuvelrug en later ook met burgemeester Aboutaleb van Rotterdam.

Verantwoordelijkheid

Donderdag in het debat beaamt Visser dat ze lang en veel heeft ‘geworsteld’ met het besluit, en dat er – behalve met de Zeeuwen – veel is gesproken met andere partijen, ook door de minister. Maar dat was allemaal verkennend. Aan de Kamer is geen informatie onthouden, zegt ze, de betrokkenheid van de minister is normaal. ‘Het is mijn politieke verantwoordelijkheid. Ik heb de naam Verdaas niet genoemd, of de heer Aboutaleb. Omdat dat uiteindelijk niet uitmaakt, wie die contacten heeft. Ik heb op basis van die verkenningen een besluit genomen (…) en u de relevante informatie toegestuurd.’ 

Het kafkaëske verschil tussen de realiteit en de ambtelijke werkelijkheid – Defensie kampt er vaker mee. Na het bombardement op het Iraakse Hawija in 2015 trok Defensie zelfs in de ministerraad nooit aan de bel ‘omdat niet kon worden vastgesteld hoeveel burgerslachtoffers er waren gevallen’.  Alsof het telraam leidend is, hoonde een koor van critici. Bij de marinierskazerne is een berg informatie niet gedeeld met de Kamer, omdat alles onderdeel uitmaakte van de ‘informele verkenningen’. 

Vanuit die redenering hebben ook de grote regeringsfracties VVD en CDA, die de bewindslieden voor Defensie leveren, weinig nieuws gelezen afgelopen zaterdag. André Bosman (VVD): ‘Goed lezende, kan ik geen nieuwe bijzonderheden vinden, wel een nieuwe feitelijke invulling.’ En ook Martijn van Helvert (CDA) heeft geen ‘echt nieuwe informatie gezien’, behoudens de aanstelling van Verdaas.

Minister Bijleveld

Maar hoe zit het dan met de rol van minister Bijleveld, waarover tot voor kort in alle talen werd gezwegen door het departement? Die is logisch, zegt Van Helvert. Zij is immers minister. Als Chris Stoffer (SGP) vraagt of Bijleveld dan evenveel blaam treft, aangezien dit onderwerp net zozeer op haar bordje ligt als op dat van Visser, luidt het antwoord: ‘Dat weet ik niet.’

Intussen neemt de irritatie onder andere partijen toe over deze bewindslieden, die zelf voortdurend betogen dat ze heel hard werken aan een cultuuromslag op Defensie. John Kerstens (PvdA) wijst erop dat Defensie koploper is wat betreft het onjuist informeren van de Kamer. Bijleveld is hiervoor al vier keer naar de Kamer geroepen, Visser nu voor de tweede keer. ‘Wie heeft eigenlijk de leiding op het departement?’, sneert Sadet Karabulut (SP). 

Niettemin is donderdag de dag van de ‘vooruitkijkers’. Dat zijn de coalitiepartijen, maar ook SGP’er Stoffer, die zich eerder deze week nog heel kritisch uitte. Hij wil vooruitkijken en hoopt met de rest van de Kamer op een goed compensatiepakket voor Zeeland. Dat moet binnen twee weken op tafel liggen. 

Radar

Ondertussen blijft ook een ander dossier staatssecretaris Visser achtervolgen: de nieuwe radar die in het Gelderse Herwijnen geplaatst zal worden (waarschijnlijk in 2021). Deze is cruciaal voor de verdediging van het luchtruim zegt Defensie – reden waarom bezwaren van de gemeente terzijde zijn geschoven en er in februari een zogeheten rijkscoördinatieregeling is gestart om het besluit alsnog erdoorheen te krijgen.  Bewoners hebben er grote bezwaren tegen – vanwege de straling, de onzekerheid over mogelijke bijeffecten en omdat er al een KNMI-radar staat. 

Vorig najaar dwong de Kamer een TNO-onderzoek af, dat geen bewijs vond voor negatieve effecten. Maar er loopt nog een GGD-onderzoek en de Raad van State kan (als enige instantie) nog roet in het eten gooien bij de plaatsing van de radar.  Donderdag komen er vanuit de coalitiepartijen drie moties met slagen om de arm: vraag nog eens naar de bereidheid van twee alternatieve gemeenten waar de radar zou kunnen worden geplaatst, wacht het GGD-onderzoek af en laat de radar voldoen aan de nieuwste normen waaraan op Europees niveau gewerkt wordt. Visser zegt het toe, maar laat weten dat er grenzen zijn aan het talmen: ‘Het proces stopzetten wil ik niet, het is onze verantwoordelijkheid het luchtruim te bewaken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden