Ergens proef je narigheid

De Vlaamse regisseur Arne Sierens werd bekend met volkstheater, al wil hij dat zelf niet zo noemen. Nu werkt hij met Alize Zandwijk van het Ro Theater en met professionele acteurs....

'Ik ben een afvalverwerkend bedrijf', zegt Arne Sierens (Gent, 1959). En: 'Ik drijf op colère.' Even later: 'Mijn vader was een autodidact. Wij waren een rare uitzondering in de buurt. Wij lazen boeken en zo.' De camera zwenkt langs droevige gevels, een donkere straat. De Brugse Poort, volkswijk in Gent. Een wijk waar textielarbeiders werden gehuisvest, arme lui die zo doof waren van de machines op de werkvloer, dat ze ook thuis, op straat, de boel bij mekaar schreeuwden. Een wijk waar ook het nodige te lachen viel. En waar Sierens zijn eerste poppenkast zag, en wist: mijn toekomst, het theater.

De documentaire laat een wat wazige Sierens zien, maar gelukkig zit de schrijver/theatermaker live voor het scherm. Het fragment maakt deel uit van Een avond met Arne Sierens dat het Ro Theater in zijn eigen Rotterdamse theater organiseert om het publiek nader te laten kennismaken met dit Vlaams fenomeen dat samen met Ro-regisseuse Alize Zandwijk een nieuwe voorstelling maakt: Meiskes en jongens.

Het is nog maar een halffabrikaat, zegt hij verontschuldigend tegen zijn interviewer, dramaturg Erwin Jans. Ze zitten midden in de zaal, op Thonet-krukken. Op het toneel staat al wel het decor - een tuin, een hoge haag, daarachter een zwembad. Sierens schreef het stuk, hij houdt het script bij de hand, leest een stukje.

Jans stelt Sierens voor als de theatermaker die medio jaren negentig (ook) in Nederland bekendheid verwierf met voorstellingen als Mo e der en kind, Volkstheater B ernadetje heette het en Allemaal Indiaan. al snel, een betiteling waarmee Sierens niet helemaal gelukkig is. Maar feit is dat hij en medemaker, choreograaf Alain Platel, hoge ogen gooiden met hun werk, waarin ze kinderen en volwassenen zo ongeveer van de straat plukten en op het toneel de stukken lieten ontstaan.

Volkstheater, Sierens haalt opnieuw zijn schouders op. Akkoord, hij werd geboren in De Brugse Poort en, bon, hij is daardoor beïnvloed, in zekere zin: zoals Joyce zich liet inspireren door Dublin, en Boon zich door Aalst. Maar het is niet per se de volksbuurt van Gent die we zien in de stukken van Sierens. Het is het werk van iemand die zijn ogen en oren openhoudt voor de sores van de gewone man, en van iemand die zich druk kan maken om wat hij ziet als sociale ongelijkheid, onrechtvaardigheid. Arne Sierens wordt boos als het niet klopt, dat is die colère, die hem drijft. Tegelijk is het de rottigheid die hem weer inspireert, die hij wil laten zien: de afvalverwerking. Voor hem geen Grieks drama, het melodrama van alledag is zijn terrein. Bij Shakespeare doet hij een dutje.

'Regisseren is soms alsof je een vierspan probeert te mennen, terwijl je de paarden alle kanten ziet opgaan. Oeps, dat gaat slecht aflopen! En dan komt het toch op een of andere manier op zijn pootjes terecht. Het is verslavend, dat ook.' Sierens schrijft, interviewt, noteert veel. Hij was huisschrijver bij Luk Percevals Blauwe Maandag Compagnie, maar eigenlijk geeft hij niet graag een stuk uit handen. 'Ik maak liever mijn eigen mislukking', zegt hij nu tegen de Ro-zaal. In zijn stukken trad hij met regelmaat zelf ook aan.

Sierens werkt graag in duo's. Maar Meiskes en jongens is wel een nieuwe ervaring. In plaats van een elfjarige non-professional van de straat, staat hem een troupe getrainde acteurs ter beschikking. 'Prettig om ook eens met een goed gestemd orkest te spelen', zegt hij opgeruimd.

Zandwijk had Shakespeare in haar achterhoofd, maar nee, nee, niet voor Arne Sierens. Dan moet je dat maar zelf doen, hè Alize, zei-ie. Love's Labour's Lost was het, misschien zit er nog een vleugje van in, ergens. Maar verder gaat het op zijn manier, stapels materiaal bekijken om te komen tot een speciale sfeer - de camera glijdt over boeken, foto's, Sierens praat met Jans over de invloed van films van Cassavetes, Robert Bressons en van muziek. Muziek is een belangrijke motor. De zaal klapt, Sierens dankt en maakt een gebaar naar de techniek. Een chanson klinkt op en terwijl neuriet hij vrolijk mee. het publiek vertrekt 'Verdoeme!' Een week later gaat het niet zoals hij wil. Met Zandwijk zit hij op de eerste rij, op het toneel rennen half-blote acteurs achter elkaar aan met opblaasbeesten, waterpistolen, een visnet. Vlak voor de hoge haag zet Jacqueline Blom een iglovormig tentje op, Rogier Philipoom draagt een clownsmasker op de hoge duikplank. Het is een hilarisch geheel, maar ergens proef je narigheid. Meiskes en jongens, laatste deel.

Goed, goed, goed, roept Zandwijk enthousiast met van de weeromstuit een Vlaamse tongval. Het is een co-productie met de KVS, de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en een deel van de acteurs is Vlaming. Binnenkort verhuist de hele bubs van het Ro-theater naar Brussel voor de première op 2 april. Zandwijk springt op, ploft neer in haar stoel. Naast haar is de beweeglijke Sierens opvallend rustig. Totdat-ie opeens ontploft. Verdoeme! Het kleine publiek van technicus, lichtontwerper en componist zwijgt verschrikt. De regisseurs gaan in conclaaf .

Even later komt hij stralend naar beneden en bestelt een colaatje in de Ro-bar. Het is alweer over. Frustraties van een paar dagen zijn er uit. 'Da was efkes ontladen.' Met die muziek eronder wordt het te romantisch, zegt hij en zijn stem daalt. 'Ik wil dat het einde in stilte gebeurt, de muziek moet bij de acteurs liggen.'

Vandaag wrong het dan een beetje, meestal loopt het soepel genoeg. 'We zijn twee temperamenten, maar er is een enorme affectie en een wederzijdse nieuwgierigheid. We hebben elkaar uitgedaagd. Alize is een heel andere regisseur dan ik. Zij is van de grote producties, Tsjechov, Shakespeare, het repertoire. Ik doe het tegenovergestelde, ik regisseer eigenlijk niet eens, ik componeer. Ik laat de dingen vanuit improvisatie ontstaan.

'En als het niet loopt, durf ik hele stukken buiten te gooien. Ik durf dat. Ik ga nooit knippen en plakken, pfffiiiit, weg ermee en ik begin opnieuw. Vanuit andere premissen.'

Hij las Love's Labour's Lost: 'Ik zeg: Alize, ik heb alles geschrapt.' Alleen het gegeven van mannen die zich (vergeefs) willen afzonderen van vrouwen stond hem nog wel aan. Bedacht dat-ie nog een verhaal had liggen: Juffrouw Tania, 'een lichtjes burlesk stuk, daar wilde ik altijd nog een extra-large versie van maken.' Hij vlocht een en ander samen, en voilà. Een stuk met meerdere lagen en veel textuur, als bij de Vlaamse primitieven. Verhaallijn: twee meisjes dienen zich aan op een chique landgoed dat eigendom blijkt van de rijke minnaar van een van hen. Vluchten kan niet meer, ze worden betrokken bij een tuinpartijtje dat de familie organiseert en tijdens feestelijkheden komt steeds meer ellende naar boven. 'Ik denk: ik wil een zwembad, mensen in bikini's en zwembroeken, zomer en zonnecrème en intussen die Festen-sfeer.'

Hij kijkt op z'n horloge, oeps, grijpt z'n spullen bijeen: op naar huis, terug naar Gent, naar z'n dochtertje.

Een penetrante lucht van verbrande worst vult de zaal. Vanachter de hoge haag kringelt rook omhoog. Hier mislukt een gezellig bedoelde barbecue. Op toneel hangt een bedrukte stilte. Voor de duidelijkheid: dat is ook de bedoeling. Meiskes en jongens, tweede deel.

Het is pakweg een week later en in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel - dat wil zeggen in het moderne, gloednieuwe gedeelte dat is opgetrokken naast de aloude bonbonnière waaraan onaflatend wordt gebouwd. Mooi, roept Zandwijk geestdriftig. Het is hetzelfde plaatje: beide regisseurs volgen vanaf een van de eerste rijen nauwgelet de verrichtingen van de acteurs. Zandwijk op levendige wijze, Sierens rustiger, zij het niet minder aanwezig. Maar de sfeer is opperbest. Er wordt gelachen, van alles uitgeprobeerd, ook met licht en muziek. Die avond is er een doorloop, alle vijf delen achtereen.

Bewegingen, noemt Sierens het. Meiskes en jongens bestaat uit vijf bewegingen. Het script is nu wel helemaal rond, zegt hij na afloop van de repetitie in het heldere daglicht van theatercafé Congo. Klaar-geïmproviseerd, klaar-gesleuteld. Hij rekt zich eens uit en legt beide handen op tafel, de nagels afgekloven. Het is een zwaar seizoen.

'We moeten nog een oplossing vinden voor een deel dat we al tijden voor ons uit schuiven. Nachtspel stond er dan, maar wat dat nachtspel precies ging zijn, dat kon niemand verzinnen. Ik denk trouwens dat we daar nu net achter zijn. Het is spannend, hoor, voor ons allebei. Ook voor Alize, want het is echt geen klassieke tekst.' Wuift met zijn hand: 'Nou ja, wat het echt ís, kan ik eigenlijk ook pas zeggen als de laatste voorstelling is gespeeld.'

Eerst Brussel, daarna Rotterdam. Daar staat-ie in de Rotterdamse Schouwburg, grote zaal. Dat is anders spelen dan voor die tweehonderd stoeltjes nu in de KVS. Dat betekent opnieuw repeteren, zegt Sierens.

'Maar een stuk is voor mij nooit klaar, vaak begint het pas bij de première. Ik ga mee tot aan de laatste keer. Ge moet er bijblijven. Want een voorstelling kan groeien, maar ook scheefgroeien, hè.' n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden