Erfgoed Jemen onherstelbaar verwoest

De stille slachtoffers van de oorlog in Jemen

Al drie maanden bombardeert Saoedi-Arabië Jemen. Eeuwenoude monumenten uit de rijke geschiedenis van het Arabische land worden daarbij niet ontzien.

Aanval op Al Qahira-kasteel. Foto AP

Eeuwenoude moskeeën, woonhuizen en andere bouwwerken zijn de stille slachtoffers van de al drie maanden voortrazende oorlog om de macht in Jemen. Maar met een humanitaire crisis die dagelijks verder uit de hand loopt - een uitbraak van dengue in havenplaats Aden is het laatste feit - staat het beschermen van erfgoed niet hoog op de agenda. 'Ik verwacht niet dat de oproepen van wat archeologen daaraan iets zullen veranderen', zegt Paul Yule, hoogleraar archeologie van de Heidelberg Universiteit, die van 1998 tot 2010 in Jemen heeft gewerkt.

De wijk Al Qasimi, in de Oude Stad van hoofdstad Sanaa, schrok 12 juni abrupt wakker. Vlak voor het ochtendgloren galmde een explosie door de wijk, die duizenden huizen herbergt van vóór de 11de eeuw. De ontploffing, naar verluidt een Saoedische raketaanval, maakte meerdere monumentale torenhuizen met de grond gelijk. Minstens zes mensen kwamen om bij het bombardement; het eerste dat de meer dan 2.500 jaar bewoonde Oude Stad direct trof.

De woonhuizen zijn waarschijnlijk voorgoed verloren, zegt Yule. 'Het is simpelweg te duur om ze te restaureren en er is niemand meer die zo bouwt. Een woonhuis met trappen die zes, zeven verdiepingen omhooggaan, wie in Jemen kan en wil dat tegenwoordig nog bouwen? Het is dus vrijwel onmogelijk voor de eigenaren ze in hun oorspronkelijke staat te laten herstellen. Dat is rampzalig.'

Archiefbeeld van de Al Hadi-moskee in Saada. Foto reuters
Archiefbeeld van de inmiddels verwoeste stad Sanaa. Foto REUTERS

Arm en rijk

Jemen is het armste land van de Arabische wereld, maar heeft een rijke islamitische én pre-islamitische geschiedenis. Het land - in Romeinse tijden bekend als Arabia Felix, Gelukkig Arabië - telt veel archeologische plekken, onder meer uit de tijd van Bilqis, de legendarische koningin van het Bijbelse koninkrijk Sheba.

Niet zelden wordt dat cultureel erfgoed door strijders gebruikt als schuilplaats, uitvalsbasis of opslag voor wapens. Sinds een door Saoedi-Arabië geleide coalitie eind maart begon met het bombarderen van de sjiitische Houthirebellen, die grote delen van het land hebben veroverd op de regering, zijn monumenten als de Grote Dam van Marib zwaar beschadigd.

De uit de achtste eeuw voor Christus stammende dam maakte landbouw mogelijk in de woestijn rond Marib, de hoofdstad van het koninkrijk Sheba. De uit leem en kalksteen opgetrokken dam is meermaals gebroken; de laatste keer staat beschreven in de Koran, waar de doorbraak wordt opgevoerd als een straf van Allah. Eind vorige maand werd de noordelijke sluis - een van de beter bewaarde delen van de dam - geraakt. In de damwanden en torenstenen waren eeuwenoude inscripties te vinden, die archeologen waardevol inzicht verschaft hebben in de wetten, de instituties en het dagelijkse leven in pre-islamitisch Jemen. VN-cultuurorganisatie Unesco vreest dat die ernstig zijn beschadigd.

Het kasteel vóór het bombardement. Foto Gabriel Eisenmeier

Grote schade

De Grote Dam van Marib is er nog genadig vanaf gekomen vergeleken met de Oude Stad van Saada, het noordelijke bolwerk van de Houthi's. Saoedi-Arabië heeft heel Saada tot militair doelwit verklaard en de schade is na twee maanden bombardementen navenant. Veel van de lemen huizen waar de Oude Stad om bekendstaat zijn tot stof gereduceerd. Zelfs de 1.200 jaar oude Imam al Hadi-moskee werd deels in puin gelegd, volgens Saoedi-Arabië omdat de Houthi's die als schuilplaats gebruikten.

De lijst groeit gestaag: het middeleeuwse Al Qahira-kasteel nabij de stad Taiz is een hoop puin en het nationale museum van Dhamar - waar zo'n 12.500 artefacten lagen opgeslagen - is van de kaart geveegd. Ook de Oude Stad van de havenplaats Zabid en de pre-islamitische steden Sirwah en Baraqish zijn beschadigd geraakt.

Archeologen roepen Jemen en Saoedi-Arabië op zich te houden aan het Cultuurgoederenverdrag van Den Haag, dat ze in 1954 hebben ondertekend. 'Helaas denk ik dat dat in dit geval zinloos is', zegt Yule. 'De partijen hebben gewoon een andere agenda dan het beschermen van erfgoed. Dit ongelooflijke verlies vervult me dan ook met droefenis. Mijn levenswerk, waaraan ik twaalf jaar van mijn leven heb gewijd, wordt onherstelbaar verwoest.'

Jemen.