Erfgoed Egypte geplunderd

Terwijl het leger de pro-Morsi-demonstraties neersloeg, werd het Mallawi National Museum leeggehaald. De roof van cultureel erfgoed is al sinds de val van Mubarak gaande.

AMSTERDAM - Een beeldenstorm, maar wel een met troebele motieven. Niemand weet precies waarom op woensdag 15 augustus 1.050 objecten werden gestolen uit het Mallawi National Museum in de provincie Minya, een museum met archeologische schatten in het zuiden van Egypte.


Het is de omvangrijkste cultuurroof in de recente geschiedenis van Egypte. En bruut: de kaartjesverkoper kwam om het leven. Wat er niet kon worden meegedragen, werd kapotgeslagen door de daders. Koningsbeelden van kalksteen werden onthoofd, eeuwenoude gezichten werden weggehakt van grafbeelden. Brons en juwelen uit de tijd van de farao's werden meegenomen.


Een dag na de roof woedde bovendien een brand die nog meer van het Egyptisch cultureel verleden in rook liet opgaan. Er verdween voor duizenden jaren en miljoenen euro's aan erfgoed.


Was het wraak op het neerslaan van de pro-Morsi-demonstraties in Caïro door het leger, werd meteen gespeculeerd op blogs en Twitter. Ook het huidige regime zinspeelde daarop. Imams hadden immers overal opgeroepen tot wraak voor de ruim duizend doden die op die zwarte woensdag vielen. Maar waarom zouden Egyptenaren hun eigen verleden vernietigen? Als de motieven ideologisch waren en de radicale zijde van de Morsi-aanhang hierachter zou zitten, waarom werden de objecten dan meegenomen en niet 'slechts' vernietigd, zoals in eerdere beeldenstormen uit de geschiedenis?


De waarschijnlijkste reden van de roof is dat de daders er geld mee wilden verdienen. Verscheidene kampen willen het politiseren, waarschuwt dr. Joris Kila, internationaal specialist in erfgoedbescherming in conflictgebieden, maar dat is in dit geval pure manipulatie: 'Zodra de aandacht van politie en beveiliging verslapt, slaan bendes hun slag.'


Al sinds het vertrek van dictator Mubarak, het begin van de revolutie, verslechterde de beveiliging van erfgoed drastisch. In Caïro werden vijftig topstukken gestolen uit het Nationaal Museum op het Tahrirplein. Daarna werd dit museum weliswaar bewaakt, maar gelijktijdig werd er grootschalig geroofd op belangrijke archeologische vindplaatsen overal in het land. Dat de regering-Morsi weinig belang hechtte aan bescherming van de eigen culturele schatten, maakte de situatie nog schrijnender, zegt Kila. 'Je kunt gerust zeggen dat het de georganiseerde lokale criminaliteit is, die hierachter zit. Er wordt gebruikgemaakt van de wetteloze situatie.'


Voor een land dat zijn identiteit en economie ontleent aan zijn rijke geschiedenis, is het een zwaar verlies. Het Mallawi Nationaal Museum is opgebouwd uit vondsten uit de directe omgeving, maar de collectie is van nationaal belang. Die bestaat vooral uit opgravingen uit het oude Hermopolis, Tuna El-Gebel en de faraonische vindplaats Tell El-Armana.


Een van de topstukken is een klein kalkstenen beeldje van een dochter van de farao Akhenaten uit 1.300 voor Christus, zegt de Leidse egyptoloog Olaf Kaper: 'Een prachtig beeld met een gaaf gezichtje. Ze heeft de lichaamsvormen die haar goddelijke status suggereren. Een prinses als een godin.' Het werk zou 'miljoenen' opbrengen in de handel, zegt Kaper.


Uit Hermopolis verdwenen aardewerk, bronzen beelden, Romeinse munten, sarcofaagjes en gemummificeerde dieren. De plaats was in de Romeinse tijd een begraafplaats voor ibissen, een heilig dier waarmee de god Toth werd vereerd: de god van wijsheid. Uit heel Egypte werden de vogels gebracht en gemummificeerd of begraven in sarcofagen. Die ibis-mummies zouden enkele tienduizenden euro's per stuk opbrengen.


Maar of dat zover komt is de vraag, zegt Kaper: 'Het werk is moeilijk te verkopen. Bezit van erfgoed is verboden in Egypte, en als de dieven de werken het land willen uitsmokkelen hebben ze hulp van professionals nodig.' Hij heeft de indruk dat het geen werk van beroepscriminelen was, maar een spontane combinatie van roof en vandalisme, 'waarschijnlijk door dezelfde bende die de christelijke kerken in Minya en Mallawi heeft aangevallen'.


Het Ministerie voor Oudheden in Egypte heeft maandag aangekondigd geen maatregelen te treffen tegen degenen die geroofde werken terugbrengen, en zelfs een financiële compensatie te bieden. Enkele objecten, waaronder twee beelden van de god Osiris, werden al ongedeerd teruggegeven. De Egyptische archeologe Monica Hanna, die ter plaatse was tijdens de vernielingen, wist met lokale experts nog enkele sarcofagen, mummies en papyri te redden, liet zij weten via Twitter.


Joris Kila, die als expert naar Irak, Libië, Mali en Egypte meereisde met internationale missies om bedreigd erfgoed in kaart te brengen, meent dat een groot deel van de vernielingen had kunnen worden voorkomen als het Egyptische leger was getraind om erfgoed te beschermen. In 2009 deed hij een poging; hij reisde met een Amerikaans team mee om daar militairen te trainen, maar bij aankomst werd de training afgeblazen door het leger.


Niets doen kan een indirecte bijdrage betekenen aan de bewapening van terroristen, zegt hij: 'De rovers kopen van de opbrengst wapens. De handel in artefacten is na die in drugs de grootste bron van inkomsten voor terroristen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden