Erdogan wil het Koerdische vraagstuk oplossen

Turkse premier poogt met plan critici de pas af te snijden.

Van onze verslaggever Eric Outshoorn

Een opmerkelijke actie van de Turkse premier Tayyip Erdogan. Hij kondigde woensdag plots stappen aan om het Koerdische vraagstuk op te lossen.

Dat is opmerkelijk om twee redenen. Erdogan heeft al twee jaar de woorden ‘het Koerdische vraagstuk’ niet meer in de mond genomen. Met zijn actie probeert de premier kennelijk het initiatief in eigen hand te houden.

Allerwegen wordt verwacht dat de leider van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, Abdullah Öcalan, half augustus zal komen met een eigen plan om een eind te maken aan het gewelddadige conflict tussen de PKK en de Turkse strijdkrachten. Erdogans actie zou volgens politieke waarnemers Öcalan, die tot een levenslange celstraf is veroordeeld, de wind uit de zeilen moeten nemen.

Toen de premier twee jaar geleden tijdens een bezoek aan de voornamelijk door Koerden bewoonde Zuidoost-Turkse stad Diyarbakir voor de eerste keer sprak over het bestaan van een ‘Koerdisch vraagstuk’, viel het establishment fel over hem heen. Dat was als vloeken in de moskee: er bestaat geen Koerdisch vraagstuk, er is slechts een terrorismeprobleem, zo luidde de kritiek.

Vandaar ook dat Erdogan woensdag voor zijn vertrek naar Syrië zijn critici de pas trachtte af te snijden. ‘Of we het nou een Koerdisch, of het zuidoostelijk of oostelijk probleem noemen, of het Koerdische initiatief, we zijn met dat probleem aan de slag gegaan.’

Hij ging niet in op details van het plan, maar wilde slechts kwijt dat er nauw wordt samengewerkt met de machtige strijdkrachten. Erdogan zei verder dat ook wordt overlegd met parlementsleden van Koerdische afkomst.

Sinds de PKK in 1984 in opstand kwam tegen de Turkse staat zijn er bijna 40 duizend doden gevallen. Na de gevangenneming van Öcalan in 1999 nam het geweld aanzienlijk af. Niettemin sneuvelen er regelmatig Turkse militairen in het overwegend door Koerden bewoonde zuidoosten van het land.

De Koerdenleider zit al tien jaar in eenzame opsluiting op het eiland Imrali. Hij heeft laten weten een routekaart naar vrede te willen presenteren op 15 augustus, 25 jaar na het uitbreken van de Koerdische opstand.

De Turkse regering heeft nooit willen praten met de PKK, of met de pro-Koerdische partij DTP, die zij ervan beschuldigt slechts de politieke spreekbuis van de PKK te zijn. Ook nu verwacht niemand dat Erdogan en de zijnen willen onderhandelen over het PKK-plan.

Niettemin beseffen regering en leger dat de strijd tegen de PKK militair niet te winnen valt. Vandaar ook dat er de laatste jaren voorzichtig een strijd om de ‘hearts and minds’ van de Turkse Koerden is begonnen. Stapje voor stapje krijgen de Koerden meer rechten.

Wat Erdogans plan behelst, is nog onbekend, maar een aantal maatregelen ligt in de lijn der verwachting : bijvoorbeeld het verder opheffen van de restricties op het gebruik van het Koerdisch, het toestaan van private Koerdische media en het afkondigen van een amnestie onder voorwaarden voor Koerdische strijders.

Onder druk van de Europese Unie zou de Turkse regering zelfs overwegen de eenzame opsluiting van Öcalan op te heffen. Hij zou gezelschap kunnen krijgen van andere gevangenzittende PKK’ers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden