ERASMUS

Vanaf het moment dat hij 'Roterodamus' aan zijn naam toevoegde, had Rotterdam in Desiderius Erasmus zijn eerste internationale ambassadeur voor cultuur en wetenschappen....

HIJ is er wel geboren maar daarmee is ook alles gezegd. In Gouda, Deventer en Den Bosch groeide hij op om vervolgens door heel Europa te reizen. Nooit is hij naar Rotterdam teruggekeerd en nooit heeft hij een woord over zijn geboortestad geschreven. 'Erasmus heeft meer voor Rotterdam betekend dan Rotterdam voor Erasmus.'

'Hij gaat over de tong bij drinkgelagen, op markten, tijdens vergaderingen, bij kwakzalvers, bij wedrennen, bij kappers, in bordelen, tijdens besloten en openbare lezingen, in schoolse verhandelingen, in gewijde preken, in heimelijke discussies en geheime bekentenissen, op boekenmarkten, in armeluis logementen en in de verblijven der rijken, in vorstelijke paleizen, bij gelovige grijsaards, bij rijkaards, bij het onwetende volk en bij stomme oude wijven. . .' Zo omschreef bijna vijfhonderd jaar geleden Desiderius Erasmus Roterodamus (1469-1536) zijn eigen populariteit.

Rotterdam heeft een school, een universiteit en een brug naar hem genoemd. Zo ook een pad, een singel, een straat, een uitgeverij, een verzekeringskantoor, een marketingcentrum, een belastingadviesbureau en een partyservice. De stad heeft zich Erasmus toegeëigend, maar wat zou Erasmus gedacht hebben van Rotterdam? Een stad die dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa is, die een ongekend aantal nationaliteiten herbergt en die zich bij voorkeur presenteert met een skyline die letterlijk haaks staat op de spreekwoordelijke 'Erasmiaanse bescheidenheid'. Liesbeth Levy, stafmedewerker van Rotterdam Culturele Hoofdstad: 'Erasmus is geboren in het verlengde van wat nu bekend staat als de ''koopgoot''. Had hij daar gelopen, dan zou hij zich vast en zeker een enorme buitenstaander hebben gevoeld. Hij zou zo snel mogelijk op zijn paard zijn gesprongen om de Alpen over te steken. Als je anno 2001 Erasmus nog naar Rotterdam wilt lokken, moet je hem overhalen met de belofte dat er vanaf 2005 een HSL-trein is, die hem razendsnel naar het Erasmushuis in Brussel kan brengen.'

Han van de Roer-Meyers, conservator van de fameuze Erasmuscollectie is het niet met Levy eens: 'Och, ik denk dat Erasmus wel genoten zou hebben van het huidige Rotterdam. Ja, ook van de commercie. Hij was natuurlijk wel een kamergeleerde, maar de steden waar hij op zijn reizen kwam waren in die tijd net zo grootstedelijk als Rotterdam nu. Erasmus observeerde, keek om zich heen en had veel gevoel voor humor.'

Cultuurhistoricus en Erasmusspecialist Jan van Herwaarden: 'Die koopgoot - Erasmus zou er niet middenin op een stoel gaan zitten, maar hij zou zich er vast ook niet aan ergeren. Daar was hij veel te nuchter voor. Zelf heeft hij zich ook nooit afgewend van het commerciële. Hij verkocht zijn rommel goed, had een buitengewoon goed netwerk en stak in Rome bij voorkeur zijn benen bij de rijkste kardinalen onder tafel.'

Het is wonderlijk dat een man voor wie Rotterdam niet veel meer dan zijn geboorteplaats was, deze stad zo veel goed heeft gedaan. Vanaf het moment dat hij 'Roterodamus' aan zijn naam toevoegde, had het onaanzienlijke vissersstadje zijn eerste internationale ambassadeur voor cultuur en wetenschappen. Eeuwenlang hoorde men pas van Rotterdam als men van Erasmus hoorde en even zo lang waren het geboortehuis aan de Wijde Kerkstraat en het standbeeld op de Grote Markt de enige redenen om het stadje te bezoeken.

Hij mag dan in Rotterdam geboren zijn, Gouda eist nog altijd de eer op van Erasmus' verwekking. Daar onderhielden een priester en een chirurgijnsdochter een verhouding die een haatdragende Paus Leo X later zou omschrijven als een 'goddeloze en vloekwaardige verbintenis'. Vlak voor de geboorte van Erasmus, hun tweede kind, kwamen zij naar Rotterdam. Toch was het weer Gouda waar de vierjarige Erasmus voor het eerst naar school ging; later in Deventer en Den Bosch. Naar Rotterdam is hij nooit teruggekeerd en nergens in zijn verzamelde werken is ook maar één woord over zijn geboortestad te vinden.

Erasmus was nog niet dood of zijn geboortehuis werd een toeristische attractie van de eerste orde. Diplomaten uit het gevolg van keizer Karel V kwamen in 1540 op bezoek. Toen diens zoon, de toenmalige prins Philips II, een paar jaar later naar Rotterdam kwam, werd hij door een sprekende en bewegende beeltenis van Erasmus verwelkomd. Het was het eerste van een lange reeks, steeds wisselende standbeelden. Van hout, van steen, van als steen geverfd hout, totdat in 1622 het huidige koperen beeld geplaatst werd, ontworpen door de Amsterdamse stadsbouwmeester Hendrick de Keyser.

Dit beeld kwam op een brug te staan die deel uitmaakte van de Grote Markt. De schepen konden er onderdoor varen en één maal per jaar werd het beeld geschuurd en gepoetst, 'soodanig dat het tegens de Zon als Gout blonk'. De Fries Sixtus Petri Arnoldinus kon in 1661 zijn ogen niet geloven: 'deselve de klock d'uren van den dagh hoorende slaen, keert 't elckens een blad in 't boeck om'. Een kunstje dat het beeld volgens een chagrijnige Constantijn Huygens al snel was verleerd: 'Siet sijn versuft gelaet. Hij staet en mijmert en vergeet sijn blad te keeren.'

Ten tijde van de Contrareformatie namen de toeristische belangen af. Het geboortehuis werd een schijngevel, vervolgens de nooduitgang van een bioscoop om uiteindelijk het loodje te leggen tijdens het bombardement van 1940. Het standbeeld bleef daarentegen op wonderbaarlijke wijze gespaard. Wel werd het voor de zekerheid begraven op de binnenplaats van het toenmalige Museum Boymans.

Terug op zijn plek naast de Laurenskerk keek het in de jaren zestig nu eens oost, dan weer west. In de jaren zeventig werd de sokkel geheel naar de aard van de tijdgeest versierd met de woorden 'een groot provo' en in de jaren tachtig met het minstens zo geestige 'sprookjesverteller'. In het najaar van 1996 viel Erasmus door een nog altijd niet opgehelderde oorzaak van zijn sokkel.

Jan van Herwaarden: 'Met heel wat facetten van de huidige multiculturele samenleving zou Erasmus veel problemen hebben gehad. Tolerantie, verdraagzaamheid en vrije meningsuiting, ja, maar wel binnen de strikte grenzen van zijn eigen Latijns-christelijke kerk. En hij mag dan wel een pacifist geweest zijn, de oorlog tegen de Turken vond hij gerechtvaardigd. En ook over de joden was hij niet bepaald positief.'

Liesbeth Levy: 'Zijn ideeën over tolerantie en verdraagzaamheid zouden door de huidige multiculturele samenleving inderdaad ernstig op de proef worden gesteld. Zo tolerant was hij nou ook weer niet. Aan de andere kant had Erasmus als geen ander oog voor de dreigingen van het fundamentalisme. Hij zou op zoek gaan naar een gematigde tussenweg, ergens tussen het cultuurrelativisme en het fundamentalisme in.'

Jankees Ouwerkerk, conrector van het Erasmiaans Gymnasium, onlangs in Vrij Nederland bestempeld als het 'zwarte gymnasium': 'Ik mag toch hopen dat hij ons hoge percentage allochtone leerlingen formidabel zou hebben gevonden. In zekere zin zijn wij een schoolvoorbeeld van Erasmiaans humanisme. Nee, in de figuur van Erasmus zijn de allochtone leerlingen niet geïnteresseerd. Het zijn verschillende culturen en dat merk je in dat soort dingen toch heel duidelijk. Wat niet wil zeggen dat de blanke leerlingen zoveel interesse in Erasmus hebben.'

Wie wel, kun je je afvragen. Wie, afgezien van een select groepje wetenschappers, is nog geïnteresseerd in de echte Erasmus, laat staan in zijn in het Latijn geschreven boeken? De Lof der zotheid, die titel is nog wel bekend, maar verder? Veel van zijn boeken en met name ook zijn enorme correspondenties zijn wel in het Engels of Frans vertaald, maar niet in het Nederlands. Een achterstelling die door een immer scherpe, maar ook wat verongelijkte Erasmus zelf al werd voorzien: 'Italianen, Spanjaarden, Zweden en Denen zijn mij beter gezind dan mijn landgenoten: het is een hongerig slag mensen, alleen voor de buik geboren.'

De geschiedenis maakt duidelijk dat Erasmus het meest gewaardeerd werd in tijden die om een toonbeeld van gemeenschapszin vroegen. In de afgelopen eeuw waren dat de jaren van het Tweede Vaticaanse Concilie maar ook de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Een schrijver als Edgar du Perron prees Erasmus in 1935 als een man die in het midden tussen de strijdende partijen durfde te gaan staan. Een ogenschijnlijk lafhartige maar in wezen gevaarlijke plaats wanneer de tijdgeest er op uit is om de individuele mens zijn vrije wil te ontzeggen.

In een relatief tolerante samenleving als de onze klinkt Erasmus' pleidooi voor de gulden middenweg misschien wat gedateerd, evenals zijn scepsis ten aanzien van utopieën en ideologiën. Dat neemt niet weg dat zijn strijd tegen orthodoxie en formalisme van alle tijden is. Zo ook zijn vrijheidsdrang, zijn eigenwijze humor en, niet te vergeten, zijn literaire kwaliteit.

Maar niet alleen zijn werk is onbekend, ook de historische figuur is zo goed als onzichtbaar geworden. In Rotterdam geldt Erasmus als een beminnelijke stadspatroon, maar is hij hiervoor wel de geschikte figuur? Of is hij het slachtoffer geworden van zijn eigen beeldvorming? Op al de portretten die Erasmus door de grote schilders van zijn tijd, Holbein, Metsys en Drer, van zichzelf liet maken staat hij gesloten, afstandelijk en in zekere zin onpersoonlijk afgebeeld. Gelijk zijn lijfspreuk: 'Concedo nulli' oftewel 'ik wijk voor niemand'.

Mede door deze schitterende, maar ongrijpbare portretten is hij een figuur geworden waarmee nagenoeg elke belangengroep aan de haal kan gaan. Maar is dat een probleem voor zijn geboortestad? Jan van Herwaarden: 'Erasmus heeft de stad nooit windeieren gelegd. Hij heeft meer voor Rotterdam betekend dan Rotterdam voor Erasmus. Hij is een icoon geworden, een inhoudsloos containerbegrip.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden