Er zit een heerlijke gewoonheid in zo'n schilletje

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.* Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: schilletje.

Wie vorig jaar de enorme tentoonstelling in de Arsenale in Venetië wilde bezoeken tijdens de biënnale, moest eerst door een 300 meter lange corridor lopen die aan beide zijden van de grond tot ongeveer 10 meter hoogte vol was gehangen met gebruikte jutezakken. 3.000 kilo afgeraffelde bruingroene jute, alsof je je als een commando door een stormbaan moet worstelen. Verderop zouden we meer afval vinden, zoals een indrukwekkende kerkklok gegoten van gesmolten oorlogsmateriaal uit Irak dat de kunstenaar Hiwa K gevonden had op kapotgeschoten terreinen in het land.

Afval hoort bij kunst. Zelfs een van de beste kinderfilms van het afgelopen decennium draait erom: WALL E (2008), het robotje dat als enige overblijft in een wereld die de mensen allang hebben verlaten omdat ze niet meer tussen het puin kunnen leven. Een kleine kakkerlak is zijn enige gezelschap.

Tongue-in-cheekgebaar

Al jaren is afval gebruikelijk in kunst, niet in de laatste plaats omdat er weinig zo veel zegt over de condition humaine als afval; hoe we ermee omgaan, en wat (en wie) wij als overbodig beschouwen. De duizenden jutezakken van kunstenaar Ibrahim Mahama bijvoorbeeld vestigen de aandacht op de cacao-industrie in zijn land Ghana en de geschiedenis van economische ongelijkheid die eraan kleeft.

De obsessie van kunstenaars nu met afval is dus wel te verklaren - maar vroeger?

Dit schilletje had me beet zoals iemands onverwachte knipoog je voor iemand kan innemen. Een tongue-in-cheekgebaar in een schilderijgenre dat normaal bestaat uit etaleren van luxe: het Hollandse stilleven. Met een liefde en schoonheid verbeeld die niet onderdoet voor het meest glanzende gouden zoutvat dat je anders op zulke voorstellingen tegenkomt.

Heel lang kon ik mijn verveling nauwelijks onderdrukken bij het kijken naar dit soort stillevens, een verveling zoals je die ook kunt hebben als een patser te opzichtig zijn Rolex laat zien of zijn stropdas omgekeerd hangt zodat we een duur label zien. Stillevens in de Gouden Eeuw zijn voor een deel dat: laten zien hoe rijk de Hollanders zijn, hoe ze de wereld bestormden en overal peper, goud, zout, schelpen en andere kostbaarheden vandaan haalden - roofden, zou je soms kunnen stellen.

Alledaags minigeluk

Ik moest eerst flink wat oefening en plezier krijgen in het onderscheiden van schilderkwaliteit; pas daarna kon ik genieten van de reflecties in een zilveren schaal, de slijmerige glans van oesters, een vette, brokkelige pastei, een porseleinen schaal en hoe goed dat gelukt was in verf. Toen kwam ook waardering voor symboliek, zoals in dit schilderij waar misschien de vier smaken verbeeld zijn; zout door de kazen, zoet door de druiven, bitter door de noten en zuur door de appels. Of zelfs religieus: de appel als de zonde van Eva in het paradijs en de druiven en het brood van de eucharistie van Christus.

Niks van dat alles in dit schilletje, een stukje afval dat Floris van Dijck eigenwijs tot centrum van het stilleven heeft gemaakt. Er zit een heerlijke gewoonheid in zo'n droog schilletje. En een alledaags minigeluk, dat je een mandarijn pelt en de schil blijft heel, dat geluk. De schil is heel, al zie je kleine gaatjes en breekt-ie bijna van uitdroging. Zo veel liefde voor zoiets schijnbaar waardeloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden