'Er zit een donkere kant in mij, hoor'

Cor Bakker (44) is vooral bekend als de schuchtere pianist van Paul de Leeuw, die hij vanaf vanavond weer begeleidt....

Niemand kon zo spelen op de piano van de middelbare school als Cor Bakker. En dat was meteen ook het enige dat hij kon. De lange, onhandige, doorzichtig magere slungel was niet goed in sport, blonk niet uit in leren, had moeite een spijker recht in de muur te slaan, botste overal tegenop.

Cor Horror was zijn bijnaam. Zijn hele houding straalde uit: 'Sorry dat ik hier sta'. Maar de piano was zijn strohalm - achter de piano was h'j iemand.

Twee jaloerse medeleerlingen konden dat niet verteren. 'Toen ik een keer zat te spelen, gooiden ze de pianoklep dicht, op mijn handen, en gingen ze op die klep zitten.'

Behoorlijk ernstig.

'Ik had mazzel. Op dat moment had ik mijn polsen net een kwartslag gedraaid. Dan kunnen je handen meer hebben.'

Anders had je misschien de rest van je leven geen piano meer kunnen spelen. Dat is bijna wreed.

'Jaha. Maar kinderen zijn zo wreed. Ik vocht nooit. Toen heb ik gevochten.'

De middelbare school was 'de hel, echt de hel' voor Cor Bakker. Zijn reddende engel was de muziekleraar, die niet rustte voordat zijn leerling op het conservatorium zat. 'En dan kom je op het conservatorium en ontdek je dat je niet gek bent, dat je niet de enige bent. Dat daar allemaal mensen voor zich uit zitten te neuri'n in de kantine. Dat was de hemel. Het is alsof je ontdekt dat je homo bent, en dat jij denkt dat je de enige bent, totdat je in een homobar komt.'

Cor Bakker, jongste zoon in een gezin waar het muziekrepertoire bestond uit een stapeltje elpees van James Last, zou cum laude afstuderen aan het Conservatorium in Amsterdam. Nu is hij bovenal bekend als de pianist van Paul de Leeuw. De goedmoedige Cor Bakker, die de spot van Nederlands meesterentertainer immer wat schuchter lachend over zich heen laat komen. Ook vanavond zal hij er weer achter de piano zitten, bij de opening van het nieuwe seizoen van Mooi! Weer De Leeuw. 'Wie is toch die dikke homo die steeds in jouw programma door het beeld loopt?', zei onlangs iemand tegen de pianist. Geintje.

Hij heeft afgesproken in partycentrum café-restaurant Stam, in het West-Friese Wognum, waar hij in een riante stolpboerderij woont met zijn vrouw en twee puberdochters. (Toen hij hierheen verhuisde, ging het gerucht dat Paul de Leeuw zich in het dorp zou vestigen, met zijn vriend Cor Bakker). 'Ha Cor', groet de serveerster. 'Haar geverfd?', vraagt Cor even later. 'Is allang zo hoor', vertelt de serveerster. Zo gaat dat in nuchter Wognum, tot blijdschap van Bakker, wars van poeha.

Buiten stormt en regent het. 'Een lagedrukgebied, typisch herfstweer, dat de komende dagen aanhoudt', weet Bakker, pianist met een weertic. Een erfenis van zijn vader, die nog steeds twee barometers in zijn huis heeft hangen. Het gezin Bakker ging altijd met de wereldontvanger op reis. Dan stopte vader op een parkeerplaats, slingerde 200 meter antennedraad zo hoog mogelijk de boom in, luisterde naar Pelleboer en tekende denkbeeldige kaarten in de lucht. 'Oké jongens, we gaan niet naar Zwitserland, we moeten naar Noord-Italië, daar ligt een hogedrukgebied.'

Een Nederlands hervormd gezin - zijn opvoeding was streng. 'Doordeweeks moest ik om half 11 thuis zijn. In het weekend om 11 uur, tot ik 22 was en het huis uitging.' Op zijn vijftiende verjaardag kwamen zes jongens. Zijn vader zette zes biertjes neer, dat moest genoeg zijn. Anders werd het maar 'een dronkemansbende', zei hij. Om half 11 ging de eerste lamp uit. Moeder Bakker vertrok al naar bed. Vader Bakker zat in zijn hemd een sinaasappeltje te schillen en knipte nog een lamp uit. Vlak voor elven, er brandde nog één lampje, zei hij: 'Ik denk dat de visite ook wel naar bed wil. Welterusten.' De jongens pakten hun jas, in het donker. 'Nee, ik heb me nooit afgezet', zegt Bakker. 'Ik hou niet van conflicten.'

Op de lagere school leek het of 'de bliksem insloeg', toen hij zijn onderwijzer voor het eerst in de pauze hoorde studeren, voor diens eigen pianoles. 'Mag ik ook eens?' vroeg de tienjarige Cor. Op ouderavond merkte de onderwijzer voorzichtig op tegen het echtpaar Bakker: 'Het is wel erg leuk, wat ie doet. Zou u 'm niet op pianoles doen?' Pianoles, moest dat nou? Zo duur.

In plaats daarvan kreeg Cor een melodica, een 'blaaspiano'. Bij het spelen werd hij helemaal duizelig: 'Alsof je dertig rubber boten moest opblazen.' Zijn moeder, hartstikke lief, hielp af en toe mee. En na een half jaar kwam er tóch een echte piano, een afdankertje van een collega van zijn vader. Nu mocht hij wel op les, bij de strenge juffrouw Hopman. Van zijn zakgeld kocht hij alle elpees van Louis van Dijk, zijn grote idool. Met zo'n platenhoes toog hij naar de opticien: 'Dat montuur wil ik' - dezelfde bril als Louis van Dijk.

Op de havo moesten de meisjes niets van hem weten. 'Behalve als ik achter de piano zat. Als ik van die romantische, slijmerige, Richard Clayderman-achtige deuntjes speelde, kwamen ze dichterbij. Dan was ik een soort rattenvanger van Hamelen. Hé, dacht ik, dit is de truc om meisjes te lokken. Maar zodra ik ophield, waren ze weer weg. Als verschrikte spreeuwen stoven ze op.'

Dat kun je je nu helemaal niet meer voorstellen.

Verrast: 'Nee??

'Ik heb toen een behoorlijk minderwaardigheidscomplex opgelopen. Kinderen kunnen zo hard zijn. De piano was mijn redding. De piano was mijn grote vriend. Ik had ook niet zoveel vriendjes, niet echt, geen boezemvrienden.'

Heeft die langeslungel-periode ermee te maken dat je zo'n goede pianist bent geworden?

'Uit ellende worden vaak mooi dingen geboren, omdat je wel moet. Het klinkt dramatisch, maar het was een soort overlevingsdrang. Als het niet zo'n rottijd was geweest, was ik nooit zo fanatiek geworden. Studerenstuderenstuderen. Ik heb wat zitten schelden en janken, echt janken. Stampvoeten: het lukt niet! Maar wel door blijven gaan.'

Zijn muziekleraar op de middelbare school, die bleef bezweren: je hebt talent, je hebt talent, belde Louis van Dijk. Of hij eens naar Cor Bakker wilde luisteren. Van Dijk hoorde het pianospel van de jonge Bakker. twintig minuten aan. Toen concludeerde hij: 'Je bent het doodschoppen niet waard als je niet verder gaat in de muziek.'

Intussen zit Bakker 22 jaar in het vak en geeft hij zelf les, op het conservatorium in Utrecht. Zijn vierde cd, Warm Feelings, is net uit. Hij maakte twee muziekprogramma's voor televisie: Cor & Co en Cor op Reis. Hij won de Gouden Harp, speelde achter de vleugel van het Metropole Orkest, heeft zijn eigen orkest en begeleidde bijna iedere Nederlandse topartiest, in het theater, op de radio of op televisie.

Maar toch word je vooral gezien als de pianist van Paul de Leeuw en de man van de leuke...

'Dreutelmuziekjes.'

Dat steekt weleens?

'Mwa. Het is wel jammer. Maar het is ook mijn eigen schuld: ik heb er zelf aan meegewerkt.'

Je ouders waren niet blij, toen je bij Paul de Leeuw ging werken.

'Nee. Vloeken en schuttingtaal - nee. Ze zijn nog steeds niet zo'n fan van hem. Mijn vader heeft een keer gezegd: ik schaam me dat je voor die man speelt. Mijn moeder zei: die vuilak. Nou, dat vond ik niet leuk.'

Wat zei jij toen?

'Ik vind hem een ontzettend talent. Ik kijk verder dan zijn schuttingtaal. Vertrouw maar op mijn gevoel.'

Is het naar om telkens zo op je nummer te worden gezet in zijn programma?

'Nee. Anders had ik het allang niet meer gedaan. Ik weet dat ie respect voor me heeft. En misschien zeg ik nu iets heel arrogants: omdat ik erboven kan staan. Ik weet wat ik waard ben. Ik weet wat ik kan. Het minderwaardigheidscomplex is ook wel wat bijgetrokken. Ik weet nu dat ik niet meer de lelijkste man van Nederland ben.'

Jammer dat je niet ronduit trots op jezelf kunt zijn.

'Ik heb Cor & Co gedaan, hè. Het geweldigste dat ik ooit heb gepresteerd. Ik stond voor een eigen orkest van 28 man, begeleidde iedereen en interviewde wereldsterren. Dat interviewen deed ik helemaal niet goed - maar ik deed het wel. Het was míjn programma. Van de week keek ik naar een oud stukje en voelde ik me weer helemaal trots worden.'

Terwijl je het liefst niet in de belangstelling staat.

'Ik zit het liefst met een emmer over mijn hoofd achter het gordijn te spelen. Ik vind het nog steeds niet leuk om mezelf op televisie te zien, of een foto van mezelf te zien. Als ik oude fragmenten van mijn eigen programma's bekijk, spoel ik alle stukjes door waarin ik iemand interview of een aankondiging doe - die vind ik verschrikkelijk. Totdat er een fragment komt waarin ik een mooi liedje speel, dan ben ik als een vis in het water. Met Karin Bloemen heb ik een show gedaan en daarin zat een act waarin we een heel kitscherig schnabbelduo nadeden. Ik moest dansen en zingen en goochelen en pianospelen. Zoiets zou je bij mij nooit verwachten. Heel uitbundig. Alleen: ik droeg een pruik en een snor. Dan durf ik wel.'

Vermomd durf je - en zolang de muziek maar vooropstaat.

'Laatst vroeg iemand mij: wat vind je van Wibi Soerjadi? Ik zeg: 'Ik vind het een fantastische pianist. Maar die Mickey Mouse-flauwekul en dat privé-gedoe van hem interesseert me helemaal niks.' Man, je bent toch muzikant.'

Later: 'Zo'n opmerking, over Wibi Soerjadi, die had ik een paar jaar geleden niet durven maken. Als je mij naar hem had gevraagd, had ik gezégd: goede pianist. En gedácht: maar al dat Mickey Mouse-gedoe...

'Ik ben nu 44 en kijk sinds een tijdje terug op mijn leven. Anderen zouden het een midlifecrisis noemen, maar dat vind ik te negatief. Ik noem het een groeiproces. Ik ben sterker geworden.'

Je hield je altijd in?

'Bang voor conflicten, hè. Ik wilde heel erg de ideale schoonzoon uithangen, altijd. Dat imago had ik: o, die jongen is zo lief voor zijn moeder.'

Daar ging je naar leven?

'Daar ga je dan zelf in geloven. Totdat je begint te denken: maar zo ben ik helemaal niet. Ik ben heel normaal toch? Ik ben net als iedereen: iemand met meningen over dingen. En die mening mag ik best geven, als ze me daarnaar vragen, ook al staat die anderen niet aan. Het was voor mijn doen al heel opstandig, dat ik tegen mijn vader zei: 'Maar ik vind Paul de Leeuw wél leuk.' Het pleaserige zit in me - altijd willen pleasen. Ik ben bang voor kritiek. Als iedereen me maar aardig vindt.'

De altijd vrolijke Cor Bakker.

'Er zit een donkere kant in mij, hoor. Ik hou erg van sombere muziek. Ik hou van adagio, ik hou van het requiem. Ik ben veel sociaal gewenst bezig en kan me daardoor ook heel down gaan voelen. Mensen verwachten van je dat je leuk en aardig bent. Je houdt jezelf de hele tijd in. 'Gezellig dames en heren, gezellig.' Het is een beetje acteren. De momenten dat je alleen bent, moet je wel even rust nemen.'

Stoort het je, dat je het imago hebt van de man van de lichtvoetige muziek? '

'Er zit wel een soort bewijsdrift in me...'

Ineens: 'Nu ga ik iets heel gevaarlijks zeggen: ik ben eigenlijk een jazzpianist. Ik zou veel meer jazz willen doen en dat ga ik ook doen. Bij de jazz ligt mijn grote liefde. Een paar weken geleden speelde ik met het jazzorkest van het Concertgebouw in Vredenburg en toen zeiden mensen: ik wist helemaal niet dat je dat kon. En dan zeg ik: maar dat is mijn ding, dát is mijn ding.'

Hoezo is het gevaarlijk om te zeggen dat je eigenlijk jazzpianist bent?

'Omdat een heleboel jazzpuristen dat niet met me eens zullen zijn. Als je een goed inkomen hebt en niet in een trui op het podium zit, tel je niet mee. Je moet subsidie hebben, je moet in dat circuit zitten. Gelukkig is dat wel aan het veranderen. Maar vroeger was het zo: hoe slonziger en ongeïnteresseerder je erbij zat, hoe beter dat het was.'

Waarom richt je je niet helemaal op je passie?

'Voor jazz is maar een heel klein publiekje. En ik wil wel lekker kunnen leven. Maar het zou weleens leuk zijn om een lange neus te trekken - nou ja, lange neus klinkt zo negatief - maar om een punt te zetten. Dat de mensen denken: hé Cor Bakker is jazzpianist, dat wist ik helemaal niet. Maar ja.'

Je bent een zakenman.

'Dat komt eigenlijk door mijn oudste broer - hij is het voorbeeld van een zakenman. Vanaf het moment dat ik mijn eerste geld ging verdienen, op mijn 22ste, zei hij: 'Nu ben je aan de beurt, vanaf nu ga je pensioen betalen. Vanaf nu betaal je je premies voor lijfrente en verzekeringen en ik ga het voor je regelen. Dan word je niet zo'n sukkelaar.' Want er zijn nogal wat muzikanten die veel geld hebben verdiend, lange leve de lol, en later aan de bedelstaf raakten.

'Aan de verleidingen van coke en alcohol heb ik ook nooit toegegeven - de meeste muzikanten waren vroeger alcoholisten. Ben ik ook te gierig voor, ha. Coke, weet je wat dat kost? Dat is trouwens ook zo'n regel van thuis: koop nooit dingen die je niet kunt betalen. Geen flauwekuldingen. Niet doen.'

De romantiek van het korte hevige leven van jazzsaxofonist Charlie Parker zie jij niet in?

'Een berg ellende, hoor. Ik stel het me anders voor. Op mijn 85ste loop ik door Amsterdam, op een mooie zondagmorgen, en kijk ik naar een paar verhuizers die een vleugel omhoog takelen. In een keer breekt het touw en word ik geplet. Dat is pas een geweldige dood.'

Cor Bakker is de man van doe-maar gewoon.

'Ja. Niet zo erg als Frans Bauer, maar ja, inderdaad.'

Terwijl het voor Paul de Leeuw niet gek genoeg kan.

'Daar geniet ik dus ook zo van. Hij durft gewoon alles.'

Paul de Leeuw durft de dingen te doen die jij zou willen doen?

'Hij durft alles te zeggen. Hij zegt alles.'

En dat zou jij ook willen doen?

'Het lijkt me heerlijk om eens...'

Om eens?

'Om eens echt te zeggen wat je denkt. Maar ik ga het steeds meer doen, hoor.'

Hij lacht, toch nog even verlegen: 'Misschien is Paul de Leeuw wel voor een heel klein stukje mijn alter ego.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden