Er zijn geen nazi's meer nodig om Europa Judenfrei te maken

Beweringen & Bewijzen

De reacties op een terroristische aanslag verlopen volgens een vast patroon: eerst heb je de ontzetting, dan heb je de woede, vervolgens komt de saamhorigheid, dan heb je de harde maatregelen, dan komt de relativering, daarna wordt gezegd dat ze het zelf hebben uitgelokt, dan beweert iemand dat het onze eigen schuld is, dat de aanslagplegers wel degelijk een punt hebben en wordt er om empathie voor de daders gevraagd. Tenslotte herneemt het leven zijn gewone gang en is het wachten op de volgende aanslag.

Ondertussen zoeken de Joden een veilig heenkomen. In Frankrijk, las ik, gaat de emigratie met duizenden tegelijk, in andere Europese landen komt de exodus trager op gang. Je hebt zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog kennelijk geen nazi's meer nodig om Europa Judenfrei te maken.

Aboutaleb is een held, wie dat ontkent is niet goed snik. Verder zag ik veel moslims en moslima's op de televisie. Ze hadden het allemaal erg zwaar. Waarom ze op de televisie waren, was niet helemaal duidelijk, want ze ontkenden allemaal dat ze iets met de aanslag te maken hadden.

Joden zag je niet, behalve wat beelden van orthodoxen met kolenkitjes op hun hoofd. Je draagt een hoed omdat de hemel altijd op je neer kan storten. Wist u trouwens dat Joden in het christelijke Europa behalve een gele ster vaak ook een hoed moesten dragen, maar dit terzijde, of eigenlijk meer voor de actiegroep die de Vrije Universiteit van Abraham Kuyper tot in alle geledingen 'Israël Vrij' wil maken.

In NRC.Next schrijft Ilja Leonard Pfeiffer dat empathie de enige weg is om de daders te begrijpen. Omdat ik altijd iets wil leren, ben ik meteen aan de slag gegaan en daarbij had ik het geluk dat twee dagen eerder in NRC Handelsblad een uitgebreid verslag was verschenen van de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo. Columniste Sigolène Vinson, een van de weinigen die overleefde, vertelt hoe haar mannelijke collega's een voor een werden afgeschoten en hoe die, stervende in hun bloed, over elkaar lagen - de hoofden naar beneden.

'Wij doden geen vrouwen!', hebben de terroristen geroepen en daarmee hebben zij het leven van Sigolène gespaard. Dat is toch een mooi punt om mijn empathiegevoelens te laten beginnen. De Kouachi-broers, zo besefte ik, hebben toch iets diep menselijks in zich en ik begrijp nu ook waarom Pfeiffer zijn stuk de kop 'Je suis Kouachi' had willen meegeven.

Toch ben ik nog niet helemaal overtuigd - 'zijn rechterwang was weggerukt, ik kon zijn hand niet vasthouden, het lukte mij niet hem te helpen', enzovoort - maar ik zal blijven oefenen om ook gevoelens van empathie voor de daders onder de knie te krijgen. Misschien kan ik dan samen met Ilja een therapeutisch lesboek schrijven voor de Joodse gemeentes, die nog niet vertrokken zijn.

De Franse filosoof en essayist Pascal Bruckner, onlangs geïnterviewd door Trouw, kijkt er toch wat anders tegenaan. Ook hij was geen liefhebber van de cartoons van Charlie Hebdo, maar daar gaat het niet om. Hij erkent dat het nu oorlog is - 'noem het beestje asjeblieft bij de naam'.

Verder zegt hij niet graag in de schoenen te staan van degenen die er destijds voor hebben gepleit hun toon te matigen. Dat is op niets uitgelopen. Ook wijst hij erop dat de term islamofobie werd gelanceerd door de ayatollah Khomeini, met als doel om 'de kritiek op zijn religie gelijk te stellen aan racisme. En dus te criminaliseren'. Als dat juist is, wordt het misschien tijd het woord islamofoob als een geuzennaam te gebruiken.

In zekere zin ontneemt de moordpartij op Charlie Hebdo ons het zicht op de moordpartij in de joodse supermarkt, die praktisch tegelijkertijd plaatsvond. Daarbij vielen vier doden, zoals er een half jaar geleden drie doden vielen bij het Joods Museum in Brussel. En Toulouse daarvoor, enzovoort.

Wat hadden deze mensen moeten doen om hun dood te ontlopen? Hun toon matigen? Zich beheerst opstellen? Zich tegen de politiek van Netanyahu uitspreken? Misschien hebben zij dat wel gedaan. In feite waren het puur racistische moorden, ingegeven en opgepimpt met religieuze motieven. Je suis Amédy Coulibaly hoor je minder dan Je suis Kouachi, maar het waren wel brothers in arms.

Dat het oorlog is, is een zeer onaangename boodschap. Daar hadden maar weinigen op gerekend. Ik wil ook liever thee drinken. Graag zelfs, met een chocolaatje erbij. Je suis Leonidas. Maar aan het zo maar doodschieten moet eerst een einde komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.