Er zijn asielzoekers in allerlei soorten

De overheid gaat asielzoekers te lijf met steeds nieuwe, te simpele maatregelen die er vooral op zijn gericht om zo weinig mogelijk mensen op te nemen....

HET systeem van opvang, toelating en verwijdering van asielzoekers is hopeloos vastgelopen. De meningen en oplossingen buitelen over elkaar heen. Selectie in de plaatsen waar vluchtelingen vandaan komen, opnieuw instellen van grenscontrole, een quotum voor politiek vluchtelingen, en een nieuwe asielwet binnen acht weken, zijn enkele voorbeelden.

Veel van die plannen en uitlatingen trekken wel veel publiciteit maar brengen geen oplossing dichterbij, domweg omdat ze de situatie versimpelen tot hele eenvoudige kwesties; en de werkelijkheid veel weerbarstiger is.

Belangrijk is dat een scherp onderscheid wordt gemaakt tussen echte en onechte vluchtelingen. Men hanteert daarvoor verscheidene tweedelingen: politiek versus economisch vluchteling, bona fide versus malafide asielzoekers, en echte vluchtelingen versus profiteurs en gelukzoekers.

Was het maar zo simpel! Onderscheid en selectie in asielverzoeken is noodzakelijk. Want er zijn mensen die proberen via het 'asielkanaal' in Nederland binnen te komen; en die niet voldoen aan de toelatingsgronden die Nederland erkent en in verdragen heeft vastgelegd: gegronde vrees voor vervolging, risico op onmenselijke behandeling, of oorlogssituatie, om het kort samen te vatten. Maar selecteren is niet zó eenvoudig als vaak wordt voorgesteld.

Dat wordt duidelijk als we kijken naar de vluchtachtergronden en naar de manier waarop het asielbeleid zich heeft ontwikkeld. Om wat voor mensen en wat voor 'vluchtachtergronden' gaat het? De mogelijkheden om te reizen zijn enorm toegenomen. Daarnaast zijn de redenen om te vluchten veranderd. In veel gevallen is niet alleen sprake van politieke onderdrukking. Armoede en onderdrukking houden vaak verband. Het onderscheid tussen asielzoekers is onmogelijk te maken.

Hoe is het zover gekomen? De belangrijkste reactie van Westerse landen op meer en andere asielzoekers was: zo weinig mogelijk toelaten. Op allerlei manieren werd het beleid aangescherpt en uitgebreid. Een kleine greep: het concept van veilige landen en veilige derde landen. Uitbreiding van de criteria om een asielverzoek 'kennelijk ongegrond' te verklaren (waardoor het niet behandeld hoeft te worden), controle in landen van herkomst vóór het opstappen in het vliegtuig, aanscherping van visum-vereisten, en het laatst door de rechter teruggedraaide besluit, vervolgingsgronden alleen te erkennen als er sprake is van vervolging door staten.

Desondanks bleef het moeilijk een scheidslijn te trekken. Een probleem is en was dat mensen die uit oorlogsgebieden afkomstig zijn, en die eenmaal hier zijn aangekomen, met goed fatsoen niet meer teruggestuurd kunnen worden, of ze nu precies aan de criteria voldoen of niet. Het wrange is dat Nederland voor deze 'groep' in de loop der jaren wel degelijk beleid heeft ontwikkeld, maar dat dit veel te weinig wordt toegepast.

Eind jaren tachtig was er een praktijk van 'gedogen' voor mensen uit deze landen (de 'Nawijn-lijst'). Deze werd geformaliseerd in een gedoogregeling die weer werd vervangen door een ontheemdenregeling die op haar beurt werd omgezet in wetgeving: de voorwaardelijke, dus tijdelijke, vergunning tot verblijf. Deze wordt echter maar op beperkte schaal toegepast omdat het aantal (tijdelijk) toegelaten vluchtelingen te groot zou zijn. En als gevolg daarvan zijn weer nieuwe gedoogvormen ontstaan, met name het 'uitstel van vertrek' na een afwijzende beslissing, en daarnaast het domweg aanhouden van zaken.

Het komt er op neer dat de overheid zo weinig mogelijk mensen wil toelaten, maar een groot deel van degenen die niet worden toegelaten, ook niet kan of wil uitzetten.

Een illustratie: donderdag werd in de Kamer onder andere over Kosovo gesproken. Je zou zeggen: daar sturen we niemand naar terug. Dat gebeurt gelukkig ook niet. Maar tegelijk krijgen mensen uit Kosovo ook geen tijdelijke verblijfsvergunning, 'want dat zou een verkeerd signaal zijn'. Logisch dat je dan opvangproblemen krijgt. Als gevolg van dergelijk uitstel-beleid zitten nu vijfduizend mensen langer dan drie jaar in de centra; daarnaast - en dat krijgt veel minder publiciteit - zijn er ook nog eens 8500 mensen die al langer dan 4,5 jaar in de decentrale opvang verblijven.

Dat is ook niet van de een op de andere dag gebeurd. In 1987 kwam het systeem van spreiding van asielzoekers, met daarbij voor de eerste periode, negen weken, asielzoekerscentra. In 1991 bleek dit systeem te beperkt, en daarom kwamen er vanaf 1992 onderzoekscentra. Ook dit bleek weer te beperkt en er kwamen in 1994 aanmeldcentra.

Steeds dus weer een nieuwe voorfase, gericht op selectie, en op een betere logistiek. En ook dit systeem liep vast, en nu zijn er tenten waar mensen vóór het AC moeten verblijven. En vele anderen worden sinds enkele weken niet eens meer opgevangen, omdat ze volgens het verdrag van Dublin ergens anders asiel hadden moeten aanvragen. Wat maanden niet kán, omdat het andere land er vaak heel lang over doet een 'claim' te accepteren.

Wie niet wordt toegelaten, moet het land weer uit, zegt de regering terecht. Maar daar hoort bij dat wie niet wordt uitgezet of kan worden, tijdelijk of voorgoed moet worden toegelaten.

Erkenning van dat gegeven zou het systeem van noodzakelijke selectie weer enige levenskansen geven. En ook dan is het nog steeds niet echt eenvoudig, te beslissen. De wereld is ingewikkelder dan zwart of wit; er is een grote groep tussen de echte, 'drie sterren' vluchteling, en profiteurs. Wie die complexiteit miskent, houdt problemen.

Eduard Nazarski is adjunct directeur/hoofd beleid VluchtelingenWerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden