Er zaten twee christenen, vlak naast mij, heel christelijk te eten

Als ze klaar waren gingen ze christelijke dingen doen

Het komt allemaal door Sybrand Buma.

Ik zat dit weekend in een ontbijtzaal mijn handen te warmen boven een croissant, toen een echtpaar naast mij begon te bidden. Ik keek opzij. Dat hoefde niet stiekem, want bidden doe je met je ogen dicht. Ik had zomaar aan hun croissant kunnen ruiken. Maar ze hadden helemaal geen croissant. Ze hadden allebei een snee bruinbrood op hun bord liggen.

Het bidden duurde lang, misschien omdat God even met iets anders bezig was, bijvoorbeeld een rollertje kopen bij Dokter Total Handy om een muurtje voor te strijken met grondverf. Ik merkte dat ik, door dat bidden, niet durfde te eten. Ik neuriede, goed hoorbaar voor het echtpaar, de eerste twee coupletten van het Wilhelmus en ondertussen hoopte ik stilletjes dat er nu 190 Groningse corpsballen de ontbijtzaal zouden binnenstormen om de buren te bekladden met namen van de strakste vrouwen.

Dat gebeurde niet. Ik keek nog eens. Zo zag dat er dus uit, lang bidden. Ik begreep dat er geen verband kon bestaan tussen de lengte van het gebed en wat God die ochtend op hun bord had gelegd. Ik keek wat ik zelf op mijn bord had liggen. Ongeveer drie uur bidden.

Ze waren klaar. Ik keek hoe christenen aten. Met hun mond en hun handjes. Er zaten twee christenen, vlak naast mij, heel christelijk te eten en als ze klaar waren gingen ze christelijke dingen doen, zoals fietsen of midgetgolfen. 's Avonds zou hij naar een vogel wijzen en zeggen: 'Dat is een geruite christelijke karekiet.' Dat kwam allemaal door Sybrand Buma.

Ik herkende in het provocerend christelijke gedrag van het stel naast mij een herwonnen zelfvertrouwen en dat kwam waarschijnlijk doordat Buma weleens een grapje maakt. Daar ging het de hele verkiezingscampagne over, dat Sybrand Buma een heel andere kant van zichzelf liet zien. Je zette een kopje koffie voor hem op tafel en dan zei hij iets stand-upcomedy-achtigs over het oortje, dat God ook een oortje had et cetera en daarna zei iedereen: 'Haha, een christen met humor.'

Om met Herman Kuiphof te spreken: waren we er toch weer ingetuind. Zo makkelijk gaat dat in de Nederlandse politiek. Je doet, als je naar de onderhandelingen loopt, geen christelijke schoenen aan maar een paar sportschoenen, je zegt tegen een journalist: 'Ruik aan mijn schoen als u uw leven prematuur wilt beëindigen', en de kerken stromen weer vol.

Steeds kwader werd ik daar, achter mijn ontbijt. Nu was het bidden boven een bruine boterham - het nieuwe boek van Jan Siebelink - maar let op, binnen twee jaar moest ik in een korte broek langs de deuren met een kinderbijbel. Ik verliet de ontbijtzaal en liep naar de binnenplaats van het hotel. Daar stond een stenen tafeltennistafel, bezaaid met dode eikeltjes.

Ooit had iemand dit een goed idee gevonden. Een loodzware tafeltennistafel met een netje van beton. Ik heb wel tien minuten naar die tafel staan kijken. Daarna sloot ik mijn ogen. Opeens hoorde ik ping, ik hoorde pong en de opgewonden kreetjes van een verliefd stel. Ik hoorde hoe hij haar voordeed hoe je tegen een pingpongballetje slaat. Daarna hoorde ik het geluid van hun stemmen overgaan in dat van acht kinderen die allemaal tegelijk met een schooltas de deur uit moeten.

Ik opende mijn ogen. Niets. Had ik hier nu, midden in de tuin, staan bidden?