Er kwam een Soedanees gezin in de schuur van Peter en Anne wonen

Peter en Anne stelden hun luxueuze schuur ter beschikking aan een vluchtelingengezin. Aanvankelijk voor een paar weken, maar al gauw bleek dat het langer ging duren.

Beeld Erik Varekamp

Ze zaten even na half acht 's avonds in de woonkamer van hun vrijstaande huis aan de rand van het dorp, Anne met haar voeten over de leuning van de fauteuil, Peter op de bank onder de schilderijen. De televisie stond aan en Peter scrolde ondertussen door zijn Facebook. Daar las hij een bericht: 'Veilige opvangplek gezocht voor een moeder en twee kinderen.'

Hier, zei hij tegen Anne. Lees dit eens. Is dat niets voor ons? vroeg ze even later.

Ze spraken er kort over. Onlangs hadden ze de oude schuur en de stallen laten platgooien en op die plek een ruim appartement laten bouwen voor feesten en vergaderingen, voor een vriend die in scheiding lag, voor ouders die niet meer op zichzelf konden wonen.

Waarom zouden ze die ruimte, die ze nog altijd 'de schuur' noemden, niet beschikbaar stellen aan drie vluchtelingen uit Soedan?

Peter typte op zijn telefoon een bericht aan de kinderen. 'Hoi, willen jullie alle drie even naar ons toe komen?'

'Als je gaat zeggen dat jullie gaan scheiden kom ik niet', antwoordde hun 16-jarige dochter. 'Dit klinkt te eng.'

'Is niet eng', schreef Anne terug.

Toen de kinderen beneden waren, liet Peter ze het bericht lezen. Ze zagen het zitten, bleek al snel. Peter gooide er voor de vorm nog wat tegenargumenten tegenaan. Dat ze de komende weken met dat andere gezin hier op het terrein zouden samenleven. Dat ze straks, als het lekker weer werd, niet ongestoord rond het zwembad konden liggen. Dat de schuur, die voorzien was van een bar met een tap, dan even geen hangplek meer was.

Het maakte ze weinig uit. En dus pakte Anne haar telefoon. 'We willen graag helpen', schreef ze op 16 maart 2017 even na achten aan Emma, die de oproep op Facebook had geplaatst. 'We hebben een schuur die eigenlijk geen schuur is, een prachtige plek voor noodopvang.'

Emma parkeerde haar Volvo tegen half drie op het grind naast het huis. De deuren vlogen open, de 6-jarige jongen stond als eerste buiten. Hij stormde op Peter af en stak zijn hand uit.

Hallo, ik ben Omer, zei hij in het Nederlands dat hij op het schooltje van het asielzoekerscentrum had geleerd. Waar mag ik wonen?

Daarna kwam Yusra, een meisje van 9 met een hoofddoek om haar hoofd en een lach op haar gezicht. Ook zij stelde zich voor.

Hun moeder, Amina, die geen Nederlands sprak, volgde op afstand. Ze bewoog traag, verschool zich achter de rug van Emma. En ach, dat was ook wel te begrijpen. Dit was hun derde adres in korte tijd.

Peter en Anne loodsten het gezin mee naar de schuur, die ze in anderhalve dag bewoonbaar hadden gemaakt. Ze hadden er wat meubels van vrienden en kennissen naarbinnen gesleept en de keukenkastjes gevuld met pannen, mokken en bestek uit de uitzet van de dochter die kort op kamers had gewoond. Op beide tafels stond een bos tulpen.

Ja, hier kon het gezin best een paar weken wonen, tot er een plek was waar ze langer konden verblijven.

Samen droegen ze de kleding, de paperassen, een waterkoker, speelgoed, broodjes, een strijkbout, een kapotte mobiele telefoon en een lekkend pak Yoki vanuit de auto de schuur in het meeste in plastic tassen. Omer dartelde ondertussen rond op het terrein, speelde met een voetbal, sprong op de trampoline en bestudeerde het zwembad.

Die avond kookte Amina voor iedereen kip met rijst, op Soedanese wijze bereid.

Ze sliepen veel de eerste dagen, met z'n drieën bij elkaar in die ene slaapkamer. Omer werd soms nog gillend wakker, maar Peter en Anne hadden het idee dat dat snel minder werd. Het gezin kwam hier tot rust, constateerden ze met genoegen.

Ondertussen deden ze hun best elkaar te leren kennen. Zo probeerde Anne Amina elke dag tien Nederlandse woorden te leren. Dan liepen ze samen door de keuken, waarbij Anne spullen aanwees. Peter voerde af en toe een stevig gesprek met Omer, die hem al snel 'papa Peter' begon te noemen. 's Avonds speelden ze mens-erger-je-niet.

Die jonge kinderen, dat was weer even wennen voor Peter en Anne. Omdat ze met hun handen aten, kwamen er vetvlekken op de net gesausde muren. Ze knoeiden met viltstift op de nieuwe bank. Omer parkeerde de ijzeren skelter tegen de gloednieuwe auto. Op het moment zelf moesten Peter en Anne even slikken, maar meestal verdween hun ergernis snel.

Over andere zaken begonnen ze zich meer zorgen te maken, zaken waarover ze aanvankelijk nauwelijks hadden nagedacht. Waren ze strafbaar door onderdak te verlenen aan mensen zonder verblijfsvergunning? Moesten Yusra en Omer de bosjes in duiken als er een politieauto voorbijreed? Met welke mensen in hun omgeving konden ze beter niet over hun gasten spreken?

Met vergelijkbare vragen, dachten ze soms, hadden de mensen rondgelopen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak boden aan Joden.

In die eerste weken ordende
Peter de papieren die Amina in een plastic tas had meegenomen. Hij las de rechtbankstukken, struinde over het internet op zoek naar informatie en benaderde mensen met verstand van asielzaken. Zo begon hij langzaam te begrijpen hoe de situatie in elkaar stak.

Amina en de kinderen waren op 8 augustus 2016 in Italië aangekomen, las hij in een van de documenten. Van daaruit waren ze doorgereisd naar Nederland, waar ze asiel aanvroegen. Dat verzoek werd afgewezen, omdat aanvragen volgens de zogeheten Dublinverordening afgehandeld worden in het land waar een vluchteling de Europese Unie binnenkomt. Dat Italië de grote hoeveelheid vluchtelingen al lang niet meer aankon en dat Amina er een verschrikkelijke tijd had gehad, maakte de Nederlandse rechter niets uit. Het gezin moest terug.

Maar Amina durfde niet terug naar Italië. Vanuit het asielzoekerscentrum in het Twentse Azelo was ze daarom met haar kinderen en al hun bezittingen naar Utrecht gereisd, waar een organisatie zou zijn die hulp bood aan ongedocumenteerden. Toen daar geen plek bleek te zijn, waren ze met al hun bagage bij een bushokje neergestreken.

Buurtbewoners sleepten het gezin een huis in, waarna een van hen, Aafke, driftig begon te bellen. Talloze telefoontjes pleegde ze, maar tevergeefs. De opvangplekken van hulporganisaties zaten vol. Ze waren aangewezen op particulieren.

Via Facebook vond Aafke een plek, eerst voor een paar dagen op een zolder in Utrecht, toen bij een vrouw in Rotterdam. Vervolgens waren ze hier in de schuur terechtgekomen. En nu? Peter en Anne wisten dat er een manier was om de Dublinclaim te omzeilen. Als Amina en de kinderen achttien maanden onder de radar zouden blijven, konden ze in een ander Europees land opnieuw asiel aanvragen.

Achttien maanden, anderhalf jaar.

In die periode hadden ze wel recht op zorg, leerde Peter, en de kinderen mochten naar school. Maar, zo waarschuwde de advocaat die Amina had bijgestaan tijdens haar rechtszaak, dat was niet zonder risico. Ze zouden daardoor in beeld kunnen komen van de autoriteiten. En dan werden ze misschien alsnog uitgezet.

'Tot er een betere oplossing in een grotere stad is, zitten ze hier prima', typte Peter op 28 maart in een Whatsappgroep met Emma en Aafke, die zich op afstand nog over Amina ontfermden. 'School ga ik echter niet wagen.'

Op een maandag stuurde Anne haar auto over een paar binnenweggetjes naar de dijk. Amina en de kinderen woonden nu een dag of tien in de schuur en ze gingen naar de islamitische winkel in een dorp aan de overkant van de rivier. Daar kon Amina vlees kopen dat halal was.

Normaal reed Anne altijd via de provinciale weg, maar nu stond het verkeer vast op de brug en bovendien vond ze het leuk om het gezin iets van de omgeving te laten zien. En dus sloeg ze rechtsaf de Veerweg in en reed ze de auto het pontje op.

Is dit de zee? vroeg Amina angstig. Omer leek er de lol wel van in te zien, maar zowel Amina als Yusra kneep hard in Annes handen.

Later, toen ze Amina's levensverhaal met behulp van foto's op Google reconstrueerden, zou Anne pas begrijpen wat hier aan de hand was.

Woonde je in zo'n huis?, zouden Peter en Anne vragen.

Nee, lachte Amina, dat was in de hoofdstad Khartoum.

Zoiets dan? Ja, dat leek er meer op.

Op die manier leerden ze dat Amina met haar gezin in een lemen hut in Darfur had gewoond en dat ze hun water uit een waterput haalden. Ze hoorden dat gewapende rebellen op een dag haar man hadden meegenomen. Dat de droogte toesloeg, de geiten stierven en Amina met haar kinderen naar Khartoum trok, waar ze onder bruggen sliepen en leefden van het voedsel dat marktkooplui hun toewierpen.

In de zinderende hitte waren ze vervolgens naar Egypte gewandeld, waar Amina zoveel paprika's plukte dat ze er de overtocht naar Europa mee kon betalen. Ze klommen in het holst van de nacht in een boot. En daar gingen ze dan, opgepropt met ongeveer zestig andere vluchtelingen. Golven deden de boot deinen, meer golven, grotere golven. Een tweede boot sloeg om. Mensen te water. Ze keken toe, maar konden niets doen zonder zelf te vergaan.

De pont bereikte na een paar minuten de noordelijke oever van de rivier. De slagbomen draaiden open, Anne startte de auto. Toen pas lieten Amina en Yusra haar los.

Begin mei, opnieuw was de sfeer in de auto gespannen. Ze waren met Amina op weg naar een dorp verderop, waar zich een basisschool bevond met een internationale schakelklas. Daar zouden ze een kennismakingsgesprek hebben.

Peter en Anne hadden zich de weken daarvoor verdiept in de risico's en vervolgens besloten dat ze het moesten proberen. Yusra en Omer verveelden zich en volgens de wet hadden ook kinderen zonder verblijfsstatus recht op onderwijs.

Kijk, hier ga je links, zeiden ze onderweg tegen Amina. En dan hier rechts.

Het was de bedoeling dat Amina haar kinderen elke dag op de fiets naar school zou brengen. Zes kilometer heen, zes kilometer terug. Moest kunnen, dachten Peter en Anne. Amina had verder toch weinig om handen.

Dit gaan we niet doen, zei Amina nu. Te ver. Te gevaarlijk.

Nee joh, zeiden Peter en Anne. Je staat gewoon elke dag om zeven uur op en dan ga je hier op de fiets heen.

Dat kan Omer niet, zei Amina.

Op school vertelden Peter en Anne direct aan de directeur en de intern begeleider dat de fietstocht een probleem vormde. Er reed hier een busje langs alle dorpen in de omgeving, zei de directeur al snel. Daarmee haalden ze andere kinderen uit de schakelklas op. Ze zou het taxibedrijf bellen en vragen of ze ook Yusra en Omer konden meenemen ook al was het eigenlijk niet de bedoeling dat kinderen zonder verblijfsstatus meereden in een busje dat door de gemeente gefinancierd werd.

Op de terugweg zag Amina het weer zitten.

Toen de kinderen na de meivakantie naar school gingen, zagen Peter en Anne ze opbloeien. Maar met Amina ging het nog altijd niet goed. Als ze niet op bed lag, zat ze lusteloos met haar telefoon te spelen. Ze fietste pas naar de supermarkt als al het eten op was.

We dachten dat hier een gezin kwam wonen, zeiden Peter en Anne soms tegen elkaar. Maar we hebben er drie kinderen bij.

Natuurlijk, tot op zekere hoogte hadden ze er begrip voor. Ze beseften wat Amina had meegemaakt, ze wisten dat veel vluchtelingen met psychische problemen kampen en ze zagen natuurlijk ook wel dat Amina niet op haar plek was in dit slaperige dorp waar niemand anders een kleurtje had, laat staan een hoofddoek droeg. Ze had al meerdere malen gezegd dat ze graag in een stad wilde wonen.

Maar tegelijkertijd ergerden Peter en Anne zich. De schuur was rommelig en Amina riep haar kinderen nooit tot de orde als ze zich misdroegen. Moesten zij Yusra en Omer dan vermanend toespreken? Ze deden het regelmatig, maar het voelde niet altijd goed.

Tekst gaat verder onder de foto

Beeld Erik Varekamp

'Er zit echt niks in', schreef Peter op 11mei in de Whatsappgroep. 'Wij naderen het punt dat we niet meer verdrietig maar boos gaan worden.'

'Ik zal contact opnemen met een aantal Syrische statushouders', antwoordde Emma. 'Misschien dat die kunnen helpen.'

'Ik moet nog zien hoe ze dat regelt', schreef Peter. 'Huis niet schoon, ik niet rijden. Huis niet schoon, ik niet meer betalen. Huis niet schoon, overdag op straat. Zoiets lijkt bijna nodig. Hoe krijg je zo iemand aangeslingerd?'

'Depressieve mensen kunnen zichzelf helaas niet aanzetten', schreef Emma. 'Maar ik snap je frustratie, dus we moeten iets verzinnen.'

Hoogtepunten en dieptepunten, ze wisselden elkaar af, soms kort na elkaar. Neem nou die broeierige dag in mei, toen Peter terugkeerde van een zakenreis. Hij reed het terrein op en zag Yusra naar de auto hollen.

Papa Peter, papa Peter! Ze vloog in zijn armen en sleepte hem mee naar de trampoline, waar hij haar voor zijn vertrek had zien koppeltjeduikelen.

Je kan ook koppeltjeduikelen in de lucht, had hij toen gezegd. Ga maar oefenen. Als ik over anderhalve week terug ben uit Zwitserland, dan kun je het.

En daar ging ze nu dus. Boing-boing-boing, glimlach op haar gezicht. En toen, hop, over de kop.

Peter keek toe, overmand door vaderlijke trots.

Kort daarna sloeg de sfeer echter om, toen Anne constateerde dat Yusra wel erg warm was aangekleed. Had zij dan geen zomerkleding? Dat was goed mogelijk. Het was Anne al opgevallen dat Amina van het leefgeld dat ze haar gaven 75 euro per week vooral kleding voor Omer kocht. Hij was het prinsje, hij kreeg altijd zijn zin en Yusra die hing er een beetje bij. Ze moest ook regelmatig de zooi van haar jongere broertje opruimen.

Anne ging naar binnen en doorzocht een paar kasten. En jawel hoor, daar lag nog een luchtige tuinbroek die van een van haar dochters was geweest. Yusra bleek ermee in haar nopjes. Maar toen zag Amina haar dochter lopen. Broek uit, zei ze. Niet goed. Yusra huilde, Anne zuchtte, Peter ontplofte. Dat meisje zweette zich kapot. Dan kon ze toch wel die broek aan?

Pak je koffers maar, zei hij in een opwelling.

Later, toen hij hoorde dat meisjes in Amina's beleving van de islam hun armen en benen bedekken en de contouren van hun lichaam verbergen, bood hij zijn excuses aan. Maar Amina was nog dagenlang van slag.

Op een maandagmiddag in juni liep Anne naar de schuur om te zien of Amina haar huispak al verruild had voor andere kleding. Ze moesten straks weg, want op school stonden tienminutengesprekken op het programma. Peter en Anne hadden er een middag vrij voor genomen.

De kinderen gaan mee, zei Amina in haar gebrekkige Nederlands.

Nee hoor, antwoordde Anne, het gesprek is voor de ouders. Vertel ze maar dat ze niet meegaan.

Maar Amina vertikte dat.

Het is tijd om te gaan, zei Peter even later tegen Amina, die nog altijd geen aanstalten maakte.

Hup, zei Peter, nu dwingender. Huis uit, auto in!

En toen wandelde Amina met de kinderen over het grind naar het hek. Peter draaide de deur van de schuur op slot en reed de auto naar de weg. Daar toeterde hij. Toen Amina weigerde in te stappen, besloten Peter en Anne alleen naar school te gaan. Onderweg informeerden ze via Whatsapp hoe het ervoor stond.

Nou, ze zitten gewoon buiten', schreef hun dochter Féline.

'Wat doen ze buiten?'

'Even kijken, hoor. O kut, ik ben ze kwijt.'

En ze bleven nog wel even kwijt. Peter en Anne zagen hen op de terugweg nog bij de bushalte staan, maar toen Anne even later friet ging halen, waren ze weg.

'Amina en kinderen zijn vertrokken', schreef Peter in een opwelling aan Aafke en Emma. 'Het bevalt Amina hier duidelijk niet, dus wat ons betreft is dat hoofdstuk nu gesloten. We wachten af.'

Ze reden opnieuw naar school, ditmaal voor het tienminutengesprek van Omer. Bij terugkomst troffen Peter en Anne het gezin niet thuis aan. Ze gingen in de woonkamer zitten, Anne pakte pen en papier. Zo ging het niet langer. Als Amina en de kinderen hier nog een paar maanden zouden wonen, waar het inmiddels wel op begon te lijken, dan moesten ze duidelijke afspraken maken.

Opstaan 's ochtends, schreef Anne boven aan de lijst. Gordijnen en ramen open. Minder passieve houding. Iedere dag schoonmaken. Na buitenspelen rommel opruimen. Was niet in tas, maar in wasmand. Omer neemt loopje met mama. Moeder moet regels handhaven. Zij is de baas, niet de kinderen. Voorzichtig met spullen. Alles gaat kapot. Badkamer zeiknat. Omer moet van gasfornuis afblijven.

En toen, even na zeven uur, liep Amina met de kinderen het erf op. Zouden ze zich melden?

Niemand belde aan. Niemand klopte op de achterdeur. Alleen arriveerde er om kwart over zeven een bericht van Aafke, die wel contact met Amina had gehad.

'Ze zijn thuis, Peter', schreef ze. 'Maar de deur zit op slot.'

'Ze weet waar we wonen', typte Peter geërgerd terug. En vlak voordat Amina zich dan toch meldde: 'Oei, oei, oei. Anne is er echt zo klaar mee.'

Telefoon. Peter hoorde de stem van Yusra. Ze waren in het stadje aan de andere kant van de rivier, zei ze. En nee hoor, hij hoefde ze niet op te halen, ze kwamen zelf wel met de bus naar huis. Tot zo!

Vier dagen waren ze op pad geweest. Amina had het einde van de ramadan willen vieren in een moskee en daarom had iemand ze zondagochtend in Utrecht afgezet, waar om zeven uur het gebed begon. Daarna waren ze via Amsterdam waar ze de moskee niet konden vinden naar Deventer gegaan. Van Peter en Anne hadden ze 150 euro meegekregen voor dit uitstapje.

Het duurde lang voor ze er waren, Peter liep nog maar een keer naar het raam van de woonkamer. Waren ze verdwaald?

Anderhalf uur na het eerste telefoontje ging opnieuw de telefoon.

Dag papa Peter, zei Yusra. De bus rijdt niet, kun je ons toch komen halen?

En dus sprong hij in de auto. Toen hij bij het station in het stadje arriveerde, zag hij Amina en de kinderen al staan. Yusra en Omer droegen een cadeau, dat ze gauw achter hun rug verborgen.

Thuis scheurden Peter en Anne het pakpapier eraf. Er kwam een houten paneel tevoorschijn, bedrukt met een zwart-witfoto: vier paarden en vier mannen.

Nee, zelf hadden ze dat nooit uitgekozen. Maar daar ging het niet om.

Amina was ongerust, zei ze die middag. Wat zou er gebeuren als Peter en Anne hen op straat zouden zetten?

Het was 10 juli 2017, ze zaten in de schuur om het allemaal uit te praten. Amina en de kinderen woonden hier nu vier maanden. Dat wat ooit tijdelijk leek een paar weken begon permanente vormen aan te nemen. Alternatieven waren er immers niet, nog steeds zaten alle opvangplekken vol.

Peter had Achmed uitgenodigd, een Soedanees die al langer in Nederland woonde. Hij sprak goed Engels en fungeerde als tolk.

Jullie kunnen nog zeker een jaar blijven, zeiden Peter en Anne aan de eettafel. Die achttien maanden maken jullie hier vol.

Opluchting.

Ze spraken nog over de misverstanden, de conflicten en de wederzijdse verwachtingen. Amina vertelde dat ze soms niet om spullen durfde te vragen omdat ze al zo veel van Peter en Anne kreeg. Ze zei dat ze het prettig vond als Peter en Anne haar zouden helpen bij het opvoeden van haar kinderen. Ze beloofde eerder op te staan en beter voor haar huis te zorgen. En ze spraken af dat Achmed elke maand langs zou komen voor overleg.

Na afloop omhelsden ze elkaar.

'Dit is een nieuwe start', mailde Peter na afloop aan Aafke en Emma. En Amina? Die stond die middag te strijken.

En toen was daar de aankondiging. Op een woensdag in september klopte Amina op de achterdeur en stapte met de kinderen de keuken binnen.

Vrijdag vertrekken we, zei ze.

Het bericht kwam voor Peter en Anne niet als een verrassing. Twee weken eerder had Amina naar de boomgaard gewezen, waar de plukkers de perenbomen kaal plukten. Ze had gezegd dat ze zich verveelde, dat ze in Egypte paprika's had geplukt en dat ze zo graag haar eigen geld wilde verdienen. Waarop Peter haar vertelde over de papieren die ze nodig had, over de inspectie die soms kwam controleren en dat een baantje nu niet haalbaar was.

In Engeland kon ze wél werken, had Amina geantwoord. Dat had ze van andere vluchtelingen gehoord. En in Duitsland was het ook beter dan hier.

Peter en Anne hadden gehoopt dat haar onrust zou verdwijnen zodra de kinderen weer naar school gingen, zodra haar taalles weer begon en ze weer elke week met haar vrouwenclubje samenkwam in het dorp verderop. Maar dat was dus niet zo. Ze wilde weg uit dit paradijs dat ze beschouwde als een gevangenis.

Wat voor koffers heb je nodig? vroeg Peter. En hebben jullie genoeg warme kleren?

Hij probeerde zijn ergernis te verbergen en ondertussen een manier te bedenken om het vertrek uit te stellen.

Het schoolreisje is volgende week, zei hij toen. Daar hebben de kinderen zich enorm op verheugd.

Kijk Amina, dit is Calais, in zulke krotten wonen mensen zonder verblijfsvergunning. En kijk, zo vergaat het vluchtelingen in Parijs, en zo in Berlijn.

Een paar dagen nadat ze haar vertrek had aangekondigd , zocht Peter foto's van de bestemmingen waar Amina zo lyrisch over had gesproken. Hij benadrukte nog maar eens dat ze die achttien maanden beter hier vol kon maken.

Maar Amina liet zich moeilijk overtuigen. Een dag later vertelde ze dat ze op 24 november zouden vertrekken. Nee, niet naar Engeland of Duitsland. Ze gingen naar Ter Apel, om opnieuw asiel in Nederland aan te vragen.

Kansloos, wisten Peter en Anne. Maar moesten ze haar blijven tegenhouden? Ze twijfelden steeds vaker. Dan gingen ze toch naar Ter Apel. Dan bracht de IND ze toch terug naar Italië. Misschien was dat voor iedereen het beste. Amina was zo ongelukkig, zo onrustig, zo eigenwijs.

Maar ja, direct daarna dachten ze aan de kinderen. Yusra en Omer spraken goed Nederlands, gingen gretig naar school, maakten praatjes met de buren. Wat waren die twee in een half jaar goed geïntegreerd in hun oer-Hollandse dorp.

Misschien moesten ze Amina toch overtuigen te blijven, of desnoods een huisje voor haar in de stad zien te regelen. Maar hoe? Ze hadden nog twee maanden om dat te bedenken.

Om Amina en haar gezin niet in gevaar te brengen, zijn de plaatsaanduidingen weggelaten en alle namen gefingeerd. De namen zijn bekend bij de hoofdredactie.



Illegaal
Het is moeilijk te bepalen hoeveel mensen zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijven. Het WODC becijferde dat het er in 2012-2013 circa 35 duizend waren.

Verordening
Asielzoekers volgen in principe de asielprocedure in het land waar ze de EU binnenkomen. Wie 18 maanden onder de radar blijft kan in een ander land een nieuwe aanvraag doen. De EU gaat die sluiproute schrappen.

Uitzetting
Verblijf zonder geldige documenten is in Nederland niet strafbaar. Wie echter bij een controle niet de juiste documenten kan tonen, loopt het risico in vreemdelingendetentie terecht te komen en uitgezet te worden.

Niet werken
Ongedocumenteerde migranten krijgen geen bijstand, kinderbijslag of huurtoeslag en mogen niet werken. Wel hebben ze recht op medisch noodzakelijke zorg. Kinderen kunnen naar school.

Helpen mag
Hulp aan ongedocumenteerden is toegestaan, ook door particulieren. Wie onderdak biedt aan een niet-rechtmatig verblijvende vreeemdeling moet dit wel melden bij de politie.

Slecht plan
Staatssecretaris Dijkhoff (Justitie) laat weten het een slecht plan te vinden 'asielzoekers onderdak te bieden om zo Europese afspraken te omzeilen. Hiermee wordt aan deze mensen geen dienst verleend. Bovendien is dit niet goed voor het draagvlak voor een goed asielbeleid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden