Vier vragenWetswijziging voor agenten

Er komt een nieuwe wet voor agenten die geweld hebben gebruikt, wat houdt deze wetswijziging in?

Agenten die geweld of hun dienstwapen gebruiken, moeten niet meer automatisch verdachten zijn. De wet waarin dit wordt geregeld, kwam zonder veel discussie tot aan de Eerste Kamer, maar is nu alsnog omstreden. Vier vragen over deze wetswijziging.  

Leden van de Mobiele Eenheid grijpen in tijdens een demonstratie bij het politiebureau Heemstraat in Den Haag naar aanleiding van de dood van Mitch Henriquez. Beeld ANP

Om welke wet gaat het?

Het gaat om wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering, samengevat onder de noemer ‘geweldsaanwending opsporingsambtenaar’. Een agent die heeft geschoten of geweld heeft gebruikt, wordt niet langer automatisch verdacht van een strafbaar feit als hij heeft gehandeld binnen de geweldsinstructie. Die geweldsinstructie is de optelsom van zijn ambtsinstructie plus artikel 7 van de Politiewet (dat gebruik van geweld in gevaarlijke situaties rechtvaardigt). Rechtmatige uitoefening van zijn taak leidt tot een ‘strafuitsluitingsgrond’.

Tegelijkertijd wordt in de wijziging geregeld dat de officier van justitie een feitenonderzoek kan gelasten. Pas als dat tot een vervolgingsbeslissing leidt, is de politie-agent die geweld heeft gebruikt verdachte. Mocht hij de geweldsinstructie hebben overschreden, dan is hij strafbaar. Daartoe worden precieze strafmaten vastgelegd in het nieuwe artikel 372. Inzet van geweld met de dood van een burger tot gevolg kan leiden tot maximaal drie jaar cel (een nu uitzonderlijke gevangenisstraf).

Waarom zijn deze veranderingen nodig?

De voorgeschiedenis van het wetsvoorstel gaat terug tot 2013. Er bleek behoefte aan landelijk eenduidige regelgeving over het melden, registreren en beoordelen van geweldsgebruik door opsporingsambtenaren. Ard van der Steur, toenmalig minister van Justitie, stuurde in 2016 de wetswijzigingen naar de Tweede Kamer.

Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond (NPB): ‘Het is een goed wetsvoorstel, waarover de afgelopen jaren alle relevante gremia hun oordeel hebben gegeven. Een agent die geweld heeft gebruikt, moet je niet als burger bekijken. Omdat het geweldsmonopolie bij de overheid ligt, heeft hij een andere status. De verwachting is dat hij straks veel sneller weet waar hij aan toe is en niet, zoals nu, soms jaren op een oordeel moet wachten. Dat is mentaal belangrijk.’

Hoe ligt de zaak politiek?

Geen vuiltje aan de lucht. Althans tot nu toe. De Tweede Kamer stemde oktober vorig jaar bijna unaniem voor het wetsvoorstel. Alleen Denk was tegen. Geweld is een instrument dat agenten, marechaussees en andere bijzondere opsporingsambtenaren in het uiterste geval kunnen inzetten, mits proportioneel.

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. De plenaire behandeling volgt vlak na de zomer. Maar die staat, sinds de dood van George Floyd in Amerika, plots in het licht van de demonstraties tegen racisme en politiegeweld. De senatoren Gala Veldhoen (GroenLinks) en Jeroen Recourt (PvdA) hebben dinsdag aanvullende schriftelijke vragen ingediend. Zij willen dat de regering waarborgt dat politiegeweld met een discriminatoire achtergrond wordt vervolgd. Ook willen zij een reactie op de vraag of recente zorgen en onrust over de wetswijziging terecht zijn.

Advocaten als Richard Korver en Gerald Roethof hebben al langer bezwaren tegen de wetswijziging. Zij wijzen op de verregaande bescherming van de agenten die betrokken waren bij het overlijden van Mitch Henriquez, de man die in 2015 in het Haagse Zuiderpark overleed na politie-ingrijpen. Bij het Haagse hof is uiteindelijk één agent veroordeeld tot een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf wegens de nekklem die Henriquez fataal werd. Hij heeft geen ambtsverbod opgelegd gekregen.

De angst van deze advocaten is dat politieagenten gemakkelijker tot het gebruik van geweld zullen overgaan. Struijs van de NPB deelt die vrees niet. ‘De Nederlandse politie streeft een humane rechtsstaat na, waarbinnen we zijn gericht op verbinding en de-escalatie. Als wij fouten maken, komen die aan het licht en dat is een goede zaak. Maar de Nederlandse politie is absoluut niet trigger happy.’

Verandert er verder nog wat?

Voor militairen die verdachten zijn in een strafzaak, hebben de rechtbank en het gerechtshof in Arnhem zogenoemde ‘militaire kamers’. Daarin zitten rechters die specifiek kennis hebben van de krijgsmacht. Analoog hieraan staat in het regeerakkoord uit 2017: ‘In zaken waarin politiemensen zich voor de rechter moeten verantwoorden voor het aanwenden van geweld, worden deze zaken snel en deskundig behandeld door één daartoe aangewezen bestaande rechtbank.’ 

In de wandelgang heet dit ‘de blauwe kamer’. Bijvoorbeeld de Stichting Maatschappij en Veiligheid, van erevoorzitter Pieter van Vollenhoven, is voorstander van zo’n aparte strafkamer. Minister Ferd Grapperhaus (Justitie) heeft eerder voorgesteld de zaken te concentreren bij de rechtbank Midden-Nederland (Utrecht). Hoewel vanuit de juridische wereld hiertegen veel zijn bezwaren geopperd, is dat nog steeds het voornemen.

LEES OOK:

Protesten tegen racisme en politiegeweld trokken de voorbije week veel demonstranten. De emoties op de dichtbevolkte Dam in Amsterdam verdrongen de corona-angst, blijkt uit deze reportage.

In Rotterdam werd het zo vol dat burgemeester Aboutaleb de demonstratie liet afbreken, leest u in dit verslag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden