Er komen weer Rotterdammers naar de haven

In korte tijd heeft Hans Smits, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, een indrukwekkend kunstbeleid uit de grond gestampt. Met de Onderzeebootloods, een soort Hollandse variant op de Britse Turbine Hall, als blikvanger. 'Ik kan zo maar ergens in het havengebied gaan staan en denken: wat zou hier nou mooi zijn?'

Voor de hand liggend is het niet: kunst in de havens van Rotterdam. Wie wel eens op een boot van Spido een rondvaart heeft gemaakt door dat 10 duizend hectare metende landschap van water en zand, schepen en containers, van raffinaderijen, fabrieken en kantoren - die ziet vooral industrie. Architectuur, dat ook. Maar kunst?


Toch is er juist op dat gebied de laatste twee jaar van alles gaande. Portscapes bijvoorbeeld, een serie van tien kunstprojecten ter gelegenheid van de aanleg van Maasvlakte 2. Gemaakt door kunstenaars uit binnen- en buitenland, onder wie Jan Dibbets. Die maakte in februari een remake van zijn film 6 Hour Tide Object With Correction of Perspective, te zien op een vroege zondagochtend in februari.


Of Beeldproject Maasvlakte 2, een door Havenbedrijf Rotterdam, het Nederlands Fotomuseum en Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR) georganiseerd project waarin vijf jaar lang kunstenaars de aanleg van dit nieuwe havengebied volgen. Marcel van Eeden deed dat in 2010. Hij bracht de geschiedenis van de in de oorlog tot zinken gebrachte Cornelia Maersk tot leven in honderd zwart-wit tekeningen.


Voorlopig hoogtepunt is echter de tentoonstelling Infernopolis van Joep van Lieshout, die het Havenbedrijf in samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen organiseerde. Twintigduizend bezoekers kwamen naar de Onderzeebootloods op het terrein van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij - een tentoonstellingsruimte zo groot en indrukwekkend dat ie wel vergeleken wordt de Turbine Hall van Tate Modern in Londen. Dat waren meer bezoekers dan verwacht. De recensies waren juichend. Maar wat minstens zo belangrijk was: er kwamen weer Rotterdammers naar de haven.


Laat dat nou precies zijn waar Hans Smits, directeur van Havenbedrijf Rotterdam, op had gehoopt. Smits is het, die in korte tijd het kunstbeleid van zijn onderneming uit de grond heeft gestampt. Dat doet hij vanuit een diep gevoelde overtuiging dat kunst in de openbare ruimte het leven aangenamer maakt, en dat je als bedrijf de plicht hebt daaraan je bijdrage te leveren. 'Kunst beïnvloedt het welzijn van mensen, hun gevoelens van veiligheid en van gewaardeerd worden. Ik erger me mateloos als ik steden en wijken zie waar overheid of bedrijfsleven niet investeren in ruimtelijke kwaliteit. Ik wil geen musea op straat creëren, maar ik wil wel zorgen dat er iets te beleven valt in de haven, dat het inspirerend is, en dat je er graag komt.'


Hij deed zijn eerste ervaring op met kunstbeleid toen hij directeur was van Schiphol, in de jaren negentig. Hij vroeg Wim Crouwel, voormalig directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, en Saskia Bos, destijds directeur van kunstinstelling De Appel, zitting te nemen in de kunstcommissie. Gedrieën bliezen ze het kunstaankoopbeleid nieuw leven in. Na jaren van Hollandising - kunst op Schiphol moest een Nederlands profiel hebben: klompen en tulpen - was op de luchthaven ineens werk te zien van internationaal vermaarde kunstenaars als Soll LeWitt, Mario Merz, Jenny Holzer en Marijke van Warmerdam. Zelf was Smits onder de indruk van de 'monumentale, in zekere zin simplistische' beelden van pop art kunstenaar Claes Oldenburg. 'Zijn reusachtige, blauwe Troffel I in het beeldenpark Kröller-Müller - hoe verzin je het. Het is de combinatie van de eenvoud van het voorwerp, maar dan op een bijzonder manier in de omgeving gepositioneerd. Wat ook weer iets hilarisch heeft. Ik heb Oldenburg voor Schiphol een opdracht gegeven voor een ontwerp dat jammer genoeg nooit is gemaakt. Hij had iets bedacht met een banaan die uit een vliegtuig werd gegooid, en dan wilde hij die banaan in zijn vlucht afbeelden, steunend op een van de pellen, als een soort sokkel. Daar kan ik enthousiast van worden.'


U begon in 2004 als directeur van het Havenbedrijf. Wat trof u aan, op kunstgebied?


'Er was een kleine kunstcollectie in het gebouw, schilderijen van schepen en ook wat abstract, niet echt hoogstaand werk. Buiten, op de drie distributieparken, stonden drie kunstwerken van Peter Struycken en een van Krijn Giezen. Meer was er niet; het was eigenlijk een beetje een in de benen gezakt geheel.'


Had u meteen voor ogen op welke plekken in de haven kunst moest komen?


'Nee, zoiets ontstaat organisch. Ik moest allereerst intern een beetje zendingswerk verrichten om mensen ervan te overtuigen dat kunst belangrijk was voor het Havenbedrijf. Dat werd niet als vanzelfsprekend verondersteld.'


Bestaat er zoiets als de methode Smits?


Verbaasd: 'De methode Smits? Nee. Het is misschien gek om te zeggen, maar ik heb in mijn positie het voorrecht om een paar dingen te beginnen. De Onderzeebootloods: dat doe je gewoon. Ik heb aan een aantal collega's gevraagd me de ruimte te geven, ook financieel, en zij zeiden: 'We zouden het zelf niet bedacht hebben, maar doe maar.' Nu zijn ze aangenaam verrast door de positieve reacties.'


Hans Smits is niet de man die de namen van kunstenaars die ertoe doen, zo een, twee, drie oplepelt. Hij vliegt ook niet de wereld over om in Venetië, Istanbul of Sao Paolo biënnales te bezoeken. 'Daarvoor ontbreekt het me eenvoudigweg aan tijd.' Vraag hem wanneer de kunst tot hem kwam, en hij zegt zelfs: 'Hè, wat een moeilijke vraag. Ik kan me geen aha-erlebnis voor de geest halen.'


Oog voor architectuur heeft hij wel. En kom: door zijn ervaring van de afgelopen jaren, en door zijn vrouw die bij Museum Beelden aan Zee werkt, is hij in de beeldende kunst ook helemaal geen groentje.


Maar zelf bedenken welke kunstenaar op welke plek in de haven een werk zou kunnen maken: dat kan hij niet. 'Wat ik wel kan: bedenken wat voor sóórt werk ergens zou passen. Ik kan zo maar ergens in het havengebied gaan staan en denken: wat zou hier nou mooi zijn? Lichtbeelden? Iets monumentaals met brons? Of moet er iets in het water? Daar denk ik over na. En dan ga ik naar de kunstcommissie, waar Sjarel Ex in zit, de directeur van museum Boijmans Van Beuningen, en Nicolette Gast, zelfstandig kunstadviseur. Zij zoeken voor mij de mensen erbij.'


Van wie was eigenlijk het idee om de Onderzeebootloods als tentoonstellingsruimte te gebruiken?


'Van mij. Maar Museum Boijmans Van Beuningen contracteert de kunstenaars.'


Stel: zij komen met een naam. En u vindt het niks.


'Dan gebeurt het niet.'


Welke selectiecriteria hanteert u, als directeur van het Havenbedrijf?


'Ik hecht eraan dat de kunstenaar zegt: 'Potdorie, het is een uitdaging om iets met die enorme ruimtes te doen. Vervolgens moet-ie iets maken dat impact heeft en bezoekers trekt. En ten slotte moet het in het budget passen. We hebben een vast bedrag van een half miljoen ter beschikking. Daar gaat geen euro bij.'


U noemt geen inhoudelijke criteria.


'Die zijn er ook niet. Het mag alles zijn, zo lang het kwalitatief hoogwaardige kunst is van een iemand die zich internationaal bewezen heeft.'


Moet de tentoonstelling in de Onderzeebootloods het grootste kunstevenement van Nederland worden?


'Natuurlijk. Daar gaan we voor. De ambitie van het Havenbedrijf is kwaliteit uitstralen. In alles. Dus ook in de kunst. De hele wereld komt hier naar toe om te kijken hoe we havens managen, bouwen, ontwikkelen. Nou, laat ze dan ook maar naar de Onderzeebootloods komen. Want wat daar gebeurt, is ook van wereldklasse.'


Deze week werd bekendgemaakt wie volgend jaar de loods mag 'inrichten': het Deens-Noorse kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset. Was dat ook uw keus?


'Ik wind er geen doekjes om: ik had graag de Braziliaanse kunstenaar Ernesto Neto de opdracht gegeven. Hij stond vorig jaar al op onze shortlist, maar toen had hij geen tijd. Ik vind Neto's werk fantastisch: hij maakt ruimtevullende installaties van kunststof doeken - pràchtig. Maar uiteindelijk heb ik me laten overtuigen door het argument dat het werk van Neto, hoe goed ook, voorspelbaarder is dan dat van Elmgreen & Dragset.'


Een Prada-boetiek in de woestijn van Texas. Een installatie van een negen meter hoge duikplank met daarop een jongetje, boven een rond zwembadje, tentoongesteld in een luxe shopping mall inYokohama. Wat is het dat u raakt in hun werk?


' Je weet niet meteen wat je ermee moet. Het roept vervreemding op, en verwondering. Dat je denkt: is hun werk alleen maar grappig en gek, of zit er ook een maatschappijkritische ondertoon in?'


Is dat belangrijk voor kunst in de Rotterdamse haven: dat die maatschappijkritisch is?


'Kunst in de haven moet verwonderen. Niet dat die je als kijker voortdurend te denken geeft, dat vind ik ook weer overdreven. Maar het moet de nieuwsgierigheid wekken. Naar de kunstenaar. En naar de haven. Ik zou het liefst naast de Onderzeebootloods nog een paar punten in het havencomplex hebben waarvan mensen zeggen: als ik zondag dan toch ga fietsen, ga ik daar even kijken.'


De komende jaren kan dat vooral bij Maasvlakte 2. Dit najaar werd samen met 'partner' SKOR besloten om Portscapes voort te zetten; voor een half miljoen euro hebben tien kunstenaars de komende vier jaar de opdracht gekregen daar permanente en semipermanente installaties te maken.


Smits' grootste droom evenwel: 'Van de Wilhelminakade tot aan de Noordzee, links en rechts van de Maas, in een serie iets monumentaals neerzetten, iets dat een icoon wordt voor de rivier en voor het havencomplex. Dat zou ik graag na laten, maar of ik er aan toe kom, weet ik niet.'


Iets dichterbij lijkt een landmark op de kop van Maasvlakte 2. 'Daar wordt in dit huis al twintig, dertig jaar over nagedacht, maar het is er nog steeds niet. We weten nu dat er straks twintig windmolens naast elkaar komen te staan, windmolens zo groot als de Euromast. Daar valt elk kunstwerk bij in het niet. Dus nu zijn we aan het nadenken over hoe we die molens kunnen aanlichten. Hoe je daar iets heel bijzonders van maakt. Want dan heb je een landmark dat zijn weerga niet kent - tot ver op zee zal het te zien zijn.'


En zo heeft Hans Smits zichzelf in een traditie geplaatst, die is begonnen met havenbaron en kunstverzamelaar Daniël George van Beuningen. Vanaf 1916 schonk hij regelmatig delen van zijn collectie laat 15de- en vroeg 16de eeuwse kunst uit de beide Nederlanden aan (toen nog) Museum Boijmans. Veel later, eind jaren negentig, kwam in Museum Boijmans Van Beuningen ook de collectie van koopman en reder Willem van der Vorm in bruikleen.


Anno 2010 bewandelt Hans Smits de weg alleen in tegengestelde richting; nu komt de haven niet naar het museum, maar het museum naar de haven.


Als hij moeten kiezen welk van de twee grote initiatieven, Portscapes of de Onderzeebootloods, het meest past bij wat hij met zijn kunstbeleid beoogde, antwoordt hij onmiddellijk: 'De Onderzeebootloods. Omdat het, als je iets nieuws bouwt zoals Maasvlakte 2, vanzelfsprekender is dat je daar dan ook investeert in kunst. Dat is een traditie die we kennen: je opent een nieuw gebouw, de burgemeester knipt een lintje door, en de directie zegt: 'Kijk, ik heb dat kunstwerk gekocht, voor in de hal of op het plein.' Maar om in een gebouw met een rijke traditie die verloren dreigde te gaan, iets aantrekkelijks te doen met kunst ... dat is een moeilijker opgave. Omdat het niet vanzelfsprekend is. En daar gaat kunst uiteindelijk over.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden