Reportage Sint Maarten

Er is weinig tot niets gerepareerd op Sint Maarten, maar het nieuwe orkaanseizoen staat al weer voor de deur

Maandag brengt premier Rutte een bezoek aan Sint Maarten. Ruim 7 maanden na orkaan Irma is de wederopbouw verre van voltooid. Maar hoe groot het herstel echt is, is pas te zeggen als eind mei het orkaanseizoen weer begint. 

Civiel technicus Marinus Pool (links) in gesprek met Persival Duggans in diens verwoeste huis. Foto Kees Broere

‘Uw hellingsgraad klopt niet, meneer. Uw hellingsgraad is verkeerd!’ Persival Duggans, de bewoner, hoort het met respect aan. Het zal vast zo zijn, al weet-ie niet precies wat er wordt bedoeld. Maar wat voor hem vooral niet klopt, is dat hij ruim zeven maanden na de orkaan Irma nog altijd geen dak heeft.

Ze staan samen onder de balken die ooit het dak van zijn woning droegen. De 70-jarige Duggans, het hemd met één knoopje haastig vastgemaakt boven zijn bollende buik, en de man die maar drie jaar jonger is dan hij en die hij als zijn redder ziet: Marinus Pool; Nederlander, civiel technicus, geoloog, consultant en vooral een man met een missie.

Noem hem gerust Lord of the Ringbeams, ‘Heer van de Ringbalken’, de als het even kan kettingrokende Pool. Want dat is nog zoiets. De hellingsgraad van je dak kan wel kloppen, maar als je geen ringbalk hebt, pakt een nieuwe orkaan alles zo weer mee. ‘Maar we gaan aan de slag, meneer Duggans’, zegt Pool, die als herstelbaas is ingehuurd door UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. ‘U staat boven aan de lijst. Wij zijn u niet vergeten. U krijgt een ringbalk!’

Persival Duggans vond vroeger troost bij de ‘spirituals’, de liederen van Mahalia Jackson. Een cd met haar muziek ligt nog in wat ooit een keurige woonkamer was, net als de muurklok, die op één minuut na twaalven de geest heeft gegeven. Duggans heeft een lelijke wond aan zijn arm, maar geen geld om naar het ziekenhuis te gaan. ‘Het leven kan je soms flink te pakken nemen, my brother.’

Nieuw orkaanseizoen

Zoals bij Duggans, is naar schatting een kwart van de huizen op Sint Maarten nog altijd onvoldoende gerepareerd. En dat met een nieuw, misschien nog krachtiger orkaanseizoen voor de deur. Pakweg vanaf eind mei breekt de tijd van de grote depressies weer aan. Nederland heeft met de Wereldbank inmiddels een contract getekend voor de besteding van het grootste deel van de 550 miljoen euro voor de wederopbouw. Maar hoe zullen de komende maanden zijn?

‘Ik kan niet garanderen dat alle daken helemaal gerepareerd zijn’, zei onlangs CDA-staatssecretaris Raymond Knops van Koninkrijksrelaties. Voldoende schuilplekken zullen er volgens hem dit keer wel zijn, al is nog niet helemaal duidelijk waar precies. Knops meent dat het vooral van belang is dat de herbouw dit keer ‘deugdelijk’ gebeurt. ‘Anders kunnen we volgend seizoen weer opnieuw beginnen.’

Marinus Pool is het hiermee helemaal eens. ‘Nederland heeft met de eerste miljoenen al fantastisch geholpen. Ik ben soms ook gefrustreerd dat het niet sneller gaat. Maar echt, dat kan niet. Want nu geldt dat we niet alleen herbouwen, maar dat we béter bouwen. En dat kost nu eenmaal tijd.’

Ook Chris Johnson, de vertegenwoordiger van Nederland op Saba, meent dat ‘de Nederlandse regering alles heeft gedaan wat zij tot nu toe kon’. En ook hij onderstreept dat het dit keer echt goed moet gebeuren. Orkaanbestendige daken, herstel van de infrastructuur, het onder de grond leggen van kwetsbare kabels voor elektriciteit en telecommunicatie, maar ook lunches voor de schoolgaande jeugd. Er is aan zo veel behoefte, voor zo veel kwetsbare mensen. ‘Hier op de eilanden leven we niet van jaar tot jaar, maar van orkaanseizoen naar orkaanseizoen.’

Onnodig tijdverlies

Maar critici zijn er ook. De Nederlandse architect Wouter Schipper, die sinds 2010 op Sint Maarten woont en werkt, meent dat het herstelwerk al maanden eerder serieus had kunnen beginnen. ‘We zijn ruim zeven maanden verder, maar er is te weinig gebeurd.’ Net als andere critici meent Schipper dat Nederland te veel tijd verloren heeft laten gaan door ruzies met de politieke leiders op het eiland over zaken als het instellen van een zogeheten Integriteitskamer als voorwaarde voor de hulp. De eilandpolitici zelf deden er met interne ruzies en het forceren van nieuwe verkiezingen nog een flinke schep tijdverlies bovenop.

Werkzaamheden op Sint Maarten. Foto kees broere

De man die de verkiezingen won, Theo Heyliger, heeft de huizencrisis op het eiland ‘meer dan acuut’ genoemd. De enkele tientallen huizen die inmiddels zijn hersteld, vormen volgens hem niet meer dan ‘een druppel in de oceaan’ van wat nodig is. De coördinatie ontbrak tot nu toe en ‘bureaucratie’ maakte wat al ernstig mis was hooguit slechter.

Maar goed, dat zegt de man die volgens staatssecretaris Knops de integriteitsscreening voor nieuwe bewindslieden waarschijnlijk niet door zou komen en dus geen premier kon worden. Knops liet dit indirect blijken in een interview met de Volkskrant. Maar met Heyliger achter de schermen en andere Sint Maartense politici en zakenlieden zal Nederland in de nabije en verdere toekomst nog genoeg te stellen hebben.

Een ingewijde op het gebied van rechtshandhaving noemt een aantal voorbeelden van corruptie. De vuilstortplaats, die steeds weer in brand vliegt; herhaaldelijke cyberaanvallen op servers van de regering; driedubbel betaalde aannemers voor contracten voor wegen; frauduleuze ambtenaren in de haven; autoriteiten binnen de immigratiedienst die steekpenningen aannemen. ‘Goed bestuur’ staat niet toevallig op de lijst van zaken waaraan Nederland het hulpgeld wil besteden.

Al die ingewikkelde kwesties zijn aan Margarita Sommersaul niet besteed. De 66-jarige slaapt nog steeds bij haar neef aan de overkant van haar straat, Long Wall Road, bij het centrum van Philipsburg. Het huis waar zij al meer dan vijftig jaar woont, heeft enkel een groot zeil als tijdelijk dak. ‘Ik vind het verbazingwekkend dat we, zo veel maanden na Irma en met het nieuwe orkaanseizoen op komst, ons nog steeds in deze situatie bevinden’, zegt ze. Sommersaul heeft net haar terrasje schoongeveegd. Maar het begint hard te regenen. De deur klettert dicht. Het geïmproviseerde dak begint te lekken.

Naar schatting een kwart van de huizen op Sint Maarten is nog altijd onvoldoende gerepareerd. Foto kees broere

‘Ik voel me vreselijk rot. En dan de gedachte aan weer een nieuwe orkaan, als die komt. Wat gaat er dan allemaal weer met ons gebeuren? Mensen zeggen soms dat ik hier dan maar weg moet gaan. Maar ik pieker er niet over. Waarom zou ik? Ik ben hier geboren, ik woon hier al mijn hele leven. Ik héb helemaal geen andere plek waar ik heen zou kunnen.’

Marinus Pool, de Lord of the Ringbeams, geeft haar een bemoedigend schouderklopje. Ook het huis van Margarita Sommersaul staat op zijn UNDP-lijst. Andere organisaties, zoals het Rode Kruis, het Wit-Gele Kruis, de Sint Maarten Development Foundation en het departement Vromi zijn ook bezig, of gaan binnenkort aan de slag. En architecten als Wouter Schipper hebben ontwerpen voor huizen die, zo is eerder bewezen, orkaanbestendig en toch betaalbaar zijn te bouwen.

Gemiste kansen

‘Nederland heeft kansen laten liggen’, meent Schipper. ‘Het eiland is opgeruimd, maar niet hersteld. Al dat gepraat over onbetrouwbare mensen hier, het begint ook een beetje vermoeiend te worden. Je hebt een aantal belangrijke zakenlieden, zoals de mensen die de grote hotelketens en dus een groot deel van de economie runnen. Zij zijn de grootste werkgevers. Natuurlijk moet je met hen ook praten.’

Het echte herstel zal waarschijnlijk pas zichtbaar zijn als Sint Maarten weer diep in het nieuwe orkaanseizoen zit. Irma sloeg in september toe. ‘Ik weet het, ik weet het’, zegt Marinus Pool. Hij wijst met zijn linkerarm naar de hemel. ‘Die orkanen liggen buiten mijn macht. Ik ben maar een klein radertje. Maar ik weiger het negatief te bekijken. Ik weet dat we heus doen wat we kunnen. En trouwens, de speelterreinen voor jongeren gaan we ook aanpakken! Die moeten ook. Want echt, er is zo veel stuk. Alles, alles, alles ging stuk.’