Er is vermoedelijk geen Grote Boekhouder daarboven

IJs&Weder

Of we één minuut stil wilden zijn, om de slachtoffers van het bloedbad bij Charlie Hebdo te gedenken. Natuurlijk. Maar het wás al muisstil, op de Dam in Amsterdam. Nooit zo veel mensen bij elkaar gezien - 18 duizend, schijnt het - , die samen zo weinig geluid voortbrachten. Geen geschreeuw of gezang, geen gescandeerde leuzen, zo goed als géén spandoek. Dit waren geen geboren demonstranten, leek me.

Vooraan moesten de schrijvers en de journalisten staan, achter dampende politiepaarden, een voorhoede die hun gestorven vakbroeders en -zusters een tribuut zouden brengen. Maar M., schrijfster, en ik stonden achteraan en zagen om ons heen veel vakbroeders en -zusters, onwennig in hun rol van demonstrant. Schrijvers laten zich niet in rijen opstellen en geen leuzen in de mond leggen. Ook wij, bestuursleden van schrijversorganisatie PEN Nederland, liepen niet achter het PEN-banier, dat in een kast lag te verstoffen. Doorgaans kwamen we op voor schrijvers in verre, nare landen met dictatoriale regimes. Nu ging het eigenlijk over onszelf. De rot van binnenuit.

Hier en daar werd een cover van het weekblad omhoog gehouden, en bordjes met Je suis Charlie. Kinderen zaten op de schouders van hun ouders, als bij de Sinterklaasoptocht. Velen, wij ook, hielden braaf een pen of potlood in de lucht. Het zag er een beetje sullig uit, maar we bedoelden het goed: wij, van de pennetjes, staan met z'n allen pal voor het vrije woord, tegen alle intimidatie en terreur in. Onder alle omstandigheden. Hopen we.

'Geen geschreeuw of gezang, geen gescandeerde leuzen, zo goed als géén spandoek. Dit waren geen geboren demonstranten, leek me.' Foto Ton Koene

Schrijfster Nausicaa Marbe wreef het ons in, in een gloedvolle toespraak, dat we een dappere Charlie moeten zijn, niet alleen vandaag , of veilig achter ons bureau, maar altijd. Omdat we dat aan die vermoorde collega's verplicht zijn. Ik hoop dat ik dat zal zijn, dapper en onverstoorbaar, als de mijnen bedreigd worden, maar ik durf mijn hand niet voor mezelf in het vuur te steken. Die medewerkers van Charlie Hebdo waren wél ongehoord dapper. Of duwden hun angst weg, omdat het moest. Omdat hun werk anders geen zin had. En hun werk hád zin, de afgelopen dagen, omdat vele kranten, ook deze, zo moedig waren geweest het in volle, bijtende glorie af te drukken.

Stel het je voor. Een geanimeerde redactievergadering, zoals ik er zoveel heb meegemaakt. Onderuitgezakt, de benen op tafel, wat goede en minder geslaagde ideeën uitwisselend. Complimenten, goedmoedige grappen, elkaar een beetje afzeiken. Een dan ineens, tussen twee slokken lauwe koffie door, die gebivaktmutste moordmachines in het zaaltje. De flits van het besef dat dit het was, je leven, dat je je geliefden nooit zult terugzien - en dan ben je doorzeefd. Het is bijna niet voor te stellen, maar je moet het je voorstellen, telkens weer, om te begrijpen wat er is aangericht. Een oceaan van verdriet, in de omgeving van twaalf mensen.

Eberhard van der Laan betoonde zich, zoals altijd, een vader die belooft dat het goed komt. Wees niet bang, burgers. Echt, de vrijheid zal het winnen van de terreur - op den duur. Ik wil die warme, vertrouwenwekkende stem graag geloven. Ook Rutte was op dreef. Je kunt de mate van een beschaving in een land aflezen aan de tolerantie voor humor, spot en satire, zoiets zei hij. En dat de enige manier is om de terreur te overwinnen, met volle inzet bladen als Charlie Hebdo te blijven maken. Ik ben geen liefhebber van Ruttes beleid, maar dit is de kern. Ik had het Balkenende nog niet zo gauw horen zeggen. Helaas nam niet één satiricus het woord, op de Dam.

Eigenlijk had ik willen schrijven over Frank Van Den Bleeken, de Belgische tbs'er die euthanasie zou 'krijgen' om uit zijn lijden verlost te worden, tot het schandelijke nieuws in de wereldpers kwam dat hij eigenlijk niet dood wilde, maar een goede behandeling wenste, die hem werd onthouden. De ingeroepen arts weigerde de moord, de euthanasie werd afgeblazen, de man komt naar Nederland. Je zou kunnen zeggen: hij kreeg genade, met dank aan het vrije woord.

Wat een rare boekhouding daarboven: iemand die morgen zou sterven blijft, goddank, en twaalf anderen verlaten ontijdig onze wereld. Maar er is vermoedelijk geen 'daarboven' en geen Grote Boekhouder, er zijn alleen maar mensen en hun intenties, luchtspiegelingen en obsessies.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.
Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.