Er is niks slaapverwekkends aan de onthulling dat dichter Lucebert een nazi was

Hazeu heeft zijn plicht niet verzaakt.

Lucebert in 1953.Beeld Hollandse Hoogte

Wie een roman schrijft, zadelt zijn personage niet graag op met 'een geheim dat hij al zijn hele leven meetorst'. Dat is cliché. Je kunt een boekenkast vullen met dat soort romans. Nee, een hele boekwinkel. Nee, een boekhandelskéten.

De Slegte.

In het echte leven is dat anders. Er is niks slaapverwekkends aan de onthulling in Wim Hazeus nieuwe Lucebert-biografie dat onze grootste dichter tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi was.

Klinkt hard, vind ik. Maar ja, als ik gisteren de krant goed gelezen heb, was het wel een beetje zo. In 1943 - op zijn 19de, hij werd bijna 20 - ondertekende Lucebert brieven uit Duitsland met 'Heil Hitler!' en liet hij zich erin ronduit antisemitisch uit. Hij werkte vrijwillig voor de firma die de springstof voor de V1 en de V2 ontwikkelde. Hij was erheen gereisd, ongeveer zoals jihadisten van nu naar Syrië afreizen. Hij noemt Hitler-Duitsland in die brieven zijn Wahlheimat.

Een piepjonge nazi, zeker. Maar er waren ook piepjonge verzetsstrijders. Of hij een goed of een slecht mens was, weet ik niet. Daarvoor duurde de oorlog te kort. Wat me als schrijver meer interesseert, is Luceberts meetorsen van dat geheim. Want hoe was dat? Geen pretje, lijkt me, in het Nederland van toen. De bevrijding, de bijltjesdagen, de kaalgeschoren moffenhoeren en NSB'ers die werden gelyncht. Erna de jaren waarin de volle gruwel van de Holocaust boven tafel kwam. Lou de Jong die zich warmliep. En die Hitler van jou blijkt steeds duidelijker de baarlijke duivel zelf.

Nieuwe biografie onthult een jonge Lucebert die in de ban was van het nazisme

'Alles van waarde is weerloos', luidt de beroemde dichtregel van Lucebert. Zelf viel hij als een blok voor de ideologie van de nazi's, inclusief Jodenhaat. Dat onthult Wim Hazeu in een biografie die donderdag verscheen.

Lucebert in 1943.

Tegen die achtergrond furore maken, terwijl ergens, in een la - in de donkere la van Damocles, mag je wel zeggen - die brieven liggen? Want dat wist Lucebert al die tijd, natuurlijk. Hij had ze geschreven aan een vriendin met de omineuze naam Tiny Koppijn - op GeenStijl zijn ze daar al grapjes over aan het maken, zie ik.

Tja. Zo gaat dat.

In 1953 liet Lucebert zich kronen tot de Keizer der Vijftigers, wat iedereen begrijpt als je zijn poëzie leest. Die gedichten hebben ongeveer de afdronk van Picasso's Guernica, qua brille en originaliteit, maar ook qua zeggingskracht: ze drukten zonder meer de totale versplintering uit van de wereld die de nazi's hadden achtergelaten.

Dat is lef. Als je erover nadenkt. Dat nadenken is een pijnlijke bezigheid, merk ik. Wim Hazeu kan erover meepraten, die kwam na vijftien Koppijn-brieven achter zijn bureau vandaan en moest kotsen in de tuin. Zijn biografie was toen al af, dacht hij, maar eigenlijk moest hij nog beginnen, natuurlijk. Het kan niet anders dat Luceberts jaar in die V1-fabriek diepe sporen heeft nagelaten op zijn leven. En op zijn werk. En dus op zijn psyche. Hoe zag Luceberts binnenkant eruit, toen hij als een komeet aan de dichtershemel verscheen? Toen hij zijn P.C Hooftprijs in ontvangst nam? Op foto's zie ik ineens een schuchtere, wat bange blik.

Hulde voor Hazeu, trouwens. Hij schreef zijn boek ingegeven door bewondering, dat lijkt me evident. Hoewel Hazeus biografie aan belang wint, moet het vooral pijnlijk zijn geweest, die plotselinge brieven. (Neem maar een held in gedachten. Stel ik zou zelf ontdekken dat Elvis bij de Klan zat, ik noem maar wat. The King in 1953 met zo'n puntmuts. En ik die ermee komt. Pfoe.)

Wim Hazeu dacht dat zijn biografie van de dichter Lucebert af was. Tot hij diens brieven met 'Heil Hitler' ontdekte.

Het liefst had Hazeu de brieven nooit gevonden. 'Het liefst had ik gehad dat ze nooit hadden bestaan.' Maar hij realiseerde zich ook dat hij geluk had gehad. 'Het zal je als biograaf gebeuren: je boek is af. Het ligt in de winkel. En dán komt de onthulling. Dan spring je van de brug.

'Men heeft mij wel geadviseerd: hou je mond en gooi het op een akkoord met de familie die deze brieven in bezit heeft. Ik dacht aan Lucebert, aan de diepe betekenis die zijn werk heeft. Aan wat hij allemaal voor schitterends heeft nagelaten. Ik vloekte. Godverdomme jongen, wat doe ik jou aan? Even heb ik overwogen om mijn boek helemaal niet te publiceren. Maar dan had ik als biograaf zelfmoord gepleegd. En dat kon ik niet.' (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden