Er is niets te zien hier, doorlopen, niets te zien

In een van de Naked Gun-films met Leslie Nielsen als klunzige detective Frank Drebin ontploft een opslagplaats met vuurwerk. Terwijl het spektakel steeds groteskere dimensies aanneemt, tracht Drebin vergeefs de ramptoeristen weg te sturen: ‘Er is niets te zien hier, doorlopen, niets te zien!’..

Het lijkt verdacht veel op de situatie waar België vandaag al al 160 dagen in verkeert. Onafgebroken slepen politici duizendklappers, voetzoekers, strijkers, gillende keukenmeiden en luchthuilers aan. Het zijn zelfs twee vuurwerkshows: aan beide kanten van de taalgrens eentje.

De buitenlandse journalisten kijken met open mond toe en berichten aan hun thuisfront dat het van kwaad tot erger gaat. Maar de internationale waarnemers hebben er helemaal niets van begrepen, want eigenlijk vált er niets te zien in België. Dat is de teneur van de kritiek die het buitenlandse journaille in Brussel nu al maanden over zich heen krijgt; soms expliciet, doorgaans impliciet.

Woensdag klaagde demissionair minister Karel De Gucht (Buitenlandse Zaken) in zowel Le Soir als De Standaard over ‘het onbegrip in de buitenlandse media en bij collega’s’. Zo begroette zijn Iraakse ambtsgenoot Hoshyar Zebari hem onlangs ‘maar half grappend’ met: ‘We understand each other, we have the same problems.’ Daar kon de Vlaamse liberaal trouwens wel om lachen: ‘Begrip en humor, daar ontbreekt het ons misschien nog het meest aan.’

Inderdaad. Maar dan de buitenlandse pers, die zaagt kennelijk van dik hout planken. Toegegeven, het was voorbarig en aanmatigend van onder meer Le Monde, The New York Times en The Guardian om met veel bombarie het einde van België te verkondigen. En het is een misvatting van de Nederlandse publieke opinie dat de Vlamingen hopen op een fusie met hun noorderburen.

Om begrip te kweken, nodigde een aantal Vlaamse hoofdredacteuren anderhalve week geleden vijftien Brusselse correspondenten uit. Tafelend werd in Antwerpen informeel over de Belgische impasse gesproken.

De gastheren zeiden het niet hardop, maar het stoort ze dat de meeste correspondenten noodgedwongen hun informatie uit de Franstalige media halen. Bezuiden de taalgrens weten ze inderdaad wel raad met oorlogstaal en doemscenario’s. Maar ook aan Vlaamse zijde blijkt het niet altijd makkelijk om feit en opinie te scheiden.

Het diner was lekker en de uitwisseling waszinnig. ‘Jullie kunnen ons altijd bellen’, was de boodschap aan de gasten. Het omgekeerde gebeurt overigens misschien wel vaker: sommige buitenlandse journalisten hebben er een hele klus aan om in de Belgische pers te vertellen wat zíj er zoal van denken.

Nog altijd kijkt iedereen naar het vuurwerk. De Vlamingen juichen voor hun eigen wondertollen en kanonslagen, de Franstaligen zien ze als provocaties. En vice versa. Het inlevingsvermogen is aan weerszijden ver te zoeken.

Maar intussen is het volstrekt onduidelijk wat er achter de rookwolken gebeurt. De ene dag klinkt er optimisme door, de andere dag domineert de somberheid. Wanneer is er een regering? ‘Het kan sneller gaan dan we denken, het kan ook veel langer duren’, is de teneur.

De Belgen hebben het buskruit niet uitgevonden, maar ze weten er wel goed raad mee. Geen wonder dat de wereld er soms niets meer van snapt.

Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden