Er is maatschappelijke paniek, dus scholen krijgen er weer een taakje bij

IJs&Weder

Het is weer zover. Er is maatschappelijke paniek, dus scholen krijgen er weer een taakje bij. Een bekende reflex.

'Minister wil dat school radicalisering aanpakt', kopte Trouw donderdag boven een interview met Jet Bussemaker (PvdA). De minister van Onderwijs zegt daarin dat docenten niet langer mogen 'wegkijken' als een leerling radicaliseert. Ze geeft een voorbeeld: een leerling wil na de vakantie ineens niet meer met meisjes aan een tafeltje zitten. Ook op gedrag van collega's moeten docenten gespitst zijn, bijvoorbeeld 'als een docent zijn vrouwelijke collega's geen hand meer wil geven'. Je moet altijd het gesprek aangaan, vindt de minister ferm.

Ja, wegkijken is laf. Zoals het weghalen van een Mohammed-poster die de woede van leerlingen en hun ouders zou kunnen opwekken, in plaats van de discussie over het onderwerp aan te gaan in de klas. Dat bange gedrag kent Bussemaker natuurlijk als geen ander van vroeger, uit haar eigen partij. Maar wat moeten leraren in de voorbeelden die ze zelf noemt doen?

In het eerste geval: het onderwerp aansnijden in de klas? 'Hé, waarom wil jij niet meer naast Sarah zitten?' Dat zou heel dapper zijn. De jongen antwoordt dan bijvoorbeeld dat hij dat beslist niet mag van Allah. Moet de docent dan zeggen: 'Ben je gek jochie, dat vindt Allah prima hoor!' Het kan ook dat de jongen alleen maar een rood hoofd krijgt, en zich vernederd voelt. De docent is óók een vrouw.

Moet die docent op eigen houtje gaan praten met zijn ouders? Tegen de invloed van ouders in streng religieuze gezinnen, of die van de imam, of de dominee, is moeilijk op te boksen door goedbedoelende leerkrachten. Misschien zijn de ouders de docent dankbaar voor de waarschuwing, misschien beroepen zij zich op het recht hun kinderen mee te geven wat zij willen. Je weet het niet. Niet verwonderlijk dat docenten vaak zo'n probleem als een hete aardappel doorrollen naar hun rector.

In het geval van een collega is het nog lastiger. De docent aanspreken op zijn weigering jou een hand te geven, midden in een volle lerarenkamer? Hem verlinken bij het schoolbestuur? Buiten de man om het geval met collega's bespreken? Het onderwerp aanroeren bij de kinderen, in de les? Niet wegkijken is zo makkelijk niet.

Je kunt 'scholen' niet eventjes een nieuwe taak toeschrijven, als je niet duidelijk omschrijft wat ieders rechten, plichten en bevoegdheden zijn. Wat is precies 'radicaliseren', wanneer is iemand een 'fundamentalist'? De één schiet al in een stuip als hij een jongen met een baard en een lange jurk ziet, of een kleuter hoort roepen dat alle Nederlanders naar de hel gaan. Voor een ander hoort het minderwaardig achten van homo's, vrouwen en joden 'gewoon' tot een geloofsovertuiging.

Moeten docenten ook waarschuwen als een leerling doorschiet in orthodox christendom, of extreem-rechtse praat uitslaat? Als zij vermoeden dat een meisje besneden zal worden? De grens tussen waakzaamheid, bemoeizucht en beknotting is vaag. En wie moeten ze waarschuwen? Een meldpunt? De Inspectie? Bussemaker?

Je kunt niet zomaar verwachten dat docenten een wijze oplossing paraat hebben als ze worden geconfronteerd met uitspraken van leerlingen, van welk geloof ook, die duiden op extre- misme, antisemitisme, homo- of vrouwenhaat. Je kunt dat zeker niet eisen van mensen die op hun 23ste voor de klas komen.

Bussemaker vindt het jammer dat sommige scholen meer vrezen voor reputatieschade dan voor maatschappelijke en menselijke schade. Ze heeft gelijk. Maar die houding is wel een direct gevolg van de semi-privatisering van het onderwijs. Scholen moesten zich gaan gedragen als bedrijven, en dat doen ze nu ook.

Formeel is de overheid nog steeds de baas over het onderwijs. Handhaving van artikel 1 is háár zorg. Dat betekent dat discrimineren, pesten, beledigen vanwege godsdienst, sekse of geaardheid domweg niet mogen op school. Het zou mooi zijn als de overheid niet alleen eist, maar ook hulp biedt.

Opvoeden is in de eerste plaats een taak van de ouders, gevaarlijke elementen opsporen die van justitie. Onderwijs helpt, natuurlijk. Niet omdat we er het gevaar altijd op de staart kunnen trappen, maar omdat jongeren er, als het goed is, leren nadenken. Kritisch nadenken over wat ouders, voorgangers en vrienden beweren, maakt de kans op ontsporing kleiner. Hoop ik.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.
Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.