Er is maar weinig dat je écht gelezen moet hebben

Mijn ouders waren geen grote lezers. Ik heb de boekenkast uit mijn jeugd nog scherp voor de geest: Maigret-pockets, dokter Spocks Baby-en kinderverzorging, het in al zijn nutteloosheid bedroefd stemmende salontafelfotoboek Beautiful California, Carmiggelt, Kees van Kooten, De Avonden en hier en daar iets jaren-zeventig-hips als Ik, jij, wij allemaal met helaas niet echt geile plaatjes van naakte mensen erin; dat was het wel zo'n beetje.

'Er is maar weinig dat je écht gelezen moet hebben', zei mijn vader toen ik een jaar of 10 was. Hij wees op het Verzameld werk van Elsschot, een dikke pil. 'Begin maar met Lijmen/ Het been'. Nou, dat viel niet mee. Een onbegrijpelijk verhaal en het zat nog vol met Franse woorden ook. Maar er was niks op de tv, en omdat ik alle andere boeken uit had, inclusief Beautiful California, bladerde ik toch verder.

Ik belandde bij Kaas. Dat ging niet over kaas, moest ik na twee alinea's tot mijn begrijpelijke teleurstelling constateren. Maar het verhaal greep me toch. Die oude, kindse grootmoeder, die alleen nog maar aardappelen schilt 'en dan kreeg zij die van Madame van boven en van een paar buren óók nog, want toen we eens geprobeerd hadden haar een emmer reeds geschilde aardappelen nog eens te doen overschillen, wegens gebrek aan voorraad, toen had zij 't gemerkt en warempel gezegd 'die zijn al geschild'.'

Ik was verkocht. En verderop ging het trouwens wel degelijk écht over kaas, dat was mooi meegenomen. Het kaasdrama dat zich daar voltrok maakte bovendien, juist door zijn kleinheid, op mijn prille ziel een verpletterende indruk. Nog steeds, als ik onverhoeds de neiging krijg in zaken te gaan, prevel ik voor me uit 'Kaas, dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch'.

Die kaas stond trouwens symbool voor Elschots eigen handelswaar: reclame. Elsschot zei later zelf over dat verhaal, nuchter als hij was: ' Ik had evengoed vis kunnen nemen.'

Daarna las ik Een ontgoocheling over domme Kareltje, zijn vader (''Ik trap hem dood', zei De Keizer eindelijk. Toen trok hij zijn schoenen uit en ging naar bed.') en zijn moeder 'die met neergetrokken mondhoeken wenend de soep proefde', Villa des roses, het heerlijkste melodrama ooit in het Nederlands geschreven, en vervolgens De verlossing, over Pol, Sideria, dominee Kips, Trezeken en het verwende graafje Robert.

Het was niet eenvoudig, want het Vlaams zat soms in de weg, en er stonden dingen in als 'Van Hemeldonk sloeg dan telkens een flikker', (waarvan ik pas veel later begreep dat het 'een luchtsprong maken' betekende) maar dat kon me niet schelen, zo fijn vond ik alles. Ik verslond Elsschot tot de laatste kruimel, keer op keer, en nu nog steeds. Schitterend is Elsschots taalgebruik, gortdroog, net als de man zelf geweest moet zijn. Hij sprak ook nooit over schrijven of letterkunde, zoals Carmiggelt eens schreef, maar kon alleen 'lyrisch worden over een bepaald soort bier'.

'Er is maar weinig dat je écht gelezen moet hebben', zei ik laatst tegen mijn dochter.

En daar zit ze, tot over haar oren in Villa des roses.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden