'Er is maar één koning, en dat is Elvis'

Voor Edwin de Roy van Zuydewijn is het elke dag, de hele dag: Elvis. The King, die donderdag 80 jaar zou worden, noemde de baron in 1977 'my little Dutch friend'. Er zijn kortom twee dingen in het leven: de waarheid en Elvis.

Beeld Anne Claire de Breij

Je ziet het Edwin de Roy van Zuydewijn doen, en je weet dat hij in gedachten bij The King is. Het is net voor weer een televisieoptreden, en hij denkt aan Elvis en aan de muziek die hij gebruikte om op te komen. Dan is het zover, Edwin moet het spotlicht in en doet zijn held na: de handen als pistolen van omhoog, naar voren gericht.

Showtime!

En zie hem staan, als 12-jarige naast het podium van zijn lagere school, als Elvis. Ook hij wist al als jochie dat je maar één keer kunt opkomen, dus moest het goed zijn. Ze hadden 'm op school altijd weggeduwd en weggezet. Hij was de jongen die er te goed uitzag, die te deftig was en alles mee had. Dus mocht hij niet meedoen en kreeg hij overal de schuld van. The story of my life noemt hij dat, want ga maar eens in zijn schoenen staan, Walk a Mile in My Shoes.

Troost

Wacht maar, dacht hij toen, ik zal jullie eens wat laten zien. Zijn grootmoeder, moeder en de naaister hadden zijn blauwe ribfluwelen broek en zijn witte jasje voorzien van het nodige goud en glitter. Net als Elvis had hij drie donkere achtergrondzangeressen, in zijn geval Surinaamse meisjes met prachtige voornamen.

Daar klonk de uitgesponnen intro van See See Rider, en Edwin wachtte en wachtte, maakte de pistoolbeweging met zijn handen en hij stond er opeens, om vier liedjes lang de school een lesje Elvis te geven. Haha, dat zal ze leren, en hij lachte ze allemaal in hun gezicht uit. Om met Elvis te spreken: Don't mess with me on stage, 'cause I fire you, I have a show to do.

Hij zit in een stoel bij het raam in een huis van een vriend in Amsterdam. Zijn hond Pablo ligt op de bank. Elvis staat vandaag op de agenda, en dan is alles anders bij Edwin Karel Willem de Roy van Zuydewijn (1966). In plaats van over de monarchie en haar lakeien, en de manier waarop hij wordt gedwarsboomd door het bestuurlijk-politiek-justitieel establishment, gaat het over de troost van Zijn Stem. Over wat er met Edwin gebeurt als hij Elvis achter de piano Unchained Melody hoort zingen en een kloosterlijke stilte hem gewaar wordt.

Als het buiten begint te regenen, is het Kentucky Rain.

Emotionele onderbouw

Laat een naam of song vallen uit de Elvis-encyclopedie en Edwin vult de feiten in. Natuurlijk: de basslijnen van Jerry Scheff, het virtuoze gitaarspel van James Burton of de vibraties van drummer Ronnie Tutt. Maar halo halo: hoor toch die stem die elk nummer omsingelt, de controle overneemt en het vertolkt zoals alleen Elvis het kan, magistraal dus, met zijn swing, toonhoogte, enorme range en timbre.

Er is voor hem elke dag en de hele dag Elvis, tot hem komend via twee oordopjes uit zijn gebutste mp3-speler. Als er een stilte valt, citeert hij Elvis met donkere stem: I shit you not. Door twee dingen wordt hij gesterkt in het leven: door de waarheid en door Elvis, in muzikale zin. Dat noemt hij zijn emotionele onderbouw.

Veilige haven

Want voor hem is Elvis zijn beste vriend, zijn veilige haven, vertolker van geluk en misère in zijn leven - jazeker, en zonder die truttige ironie. Zijn overleden vader is zijn grootste held, maar daarna komt Elvis. Ze leken zelfs op elkaar, zegt hij, allebei knappe mannen. Maar Elvis was de allermooiste en de grootste zanger. Er komt nooit iemand anders, dat is door de kosmos zo bepaald.

Hij was 9 en van zijn oudtante had hij een draagbare pick-up gekregen. Met een kwartje hier, een kwartje daar had hij gespaard voor zijn eerste langspeelplaat, en het werd een verzamelaar van Elvis, A Portrait in Music. BAF!BAF! Dat sloeg in als een bom. The Devil in Disguise! U.S. Male! Hij wist niet hoe het had, als 9-jarige. Maar op school keken ze 'm maar raar aan: wat moest hij met die Elvis, er was toch de Top-40? Hij was een eilandje, zo voelde hij zich toen al. Op zijn jas droeg hij vele buttons van Elvis.

Briefje

In de winter van 1976 was het ijskoud en kon je overal schaatsen. Op de Keizersgracht in Amsterdam heeft hij 's morgens vroeg met een grote schuiver op het ijs Elvis the King geschreven. Zo levensgroot dat je het vanuit de lucht kon zien. Hij moest en zou zijn liefde aan de wereld en aan Elvis laten weten. In maart 1977 heeft hij Elvis zelfs een briefje geschreven: To Elvis, King of Rock-'n-roll. En hij kreeg een boodschap terug, in de vorm van een zwart-witfoto waarop in zilverwitte letters stond geschreven: 'For my little Dutch friend, sincerly yours.' Toen Elvis op 16 augustus 1977 stierf, heeft hij een week gehuild.

In zijn studententijd snapte zijn omgeving verdomd weinig van zijn muzikale voorkeur. Als punkers riepen van I am so glad that Elvis is dead, wilde hij ze wel met een hockeystick achterna. Dat vond hij zo oneerlijk, je gaat toch niet iemand als Elvis doodwensen? Maar met een kuif en tochtlatten zag je hem niet. Hij kon zich toch niet uit de vrouwenmarkt prijzen door in een leren pak te gaan lopen? Zijn Elvis-liefde hield hij voor zichzelf, alleen tegenover een heel goed vriendje of vriendinnetje gaf hij het toe.

Grote liefde

Het allereerste meisje in zijn leven dat Elvis geweldig vond, was prinses Margarita. Hij wilde haar geen muziek opdringen, zei hij tijdens een afspraak, maar één plaatje moest ze toch eens horen: A Little Less Conversation. Ze ging compleet uit haar dak, en dat maakte de klik ook zo geweldig, op alle fronten.

Toen het echt goed aan was, speelde hij I Just Can't Help Believing voor haar. Hij was al een tijd op zoek naar de grote liefde, en toen hij haar ontmoette, en aanvankelijk niet wist wie ze was, voelde hij het. Precies zoals Elvis het zingt, het paste als een handschoen, haar handje in zijn grote hand. Zo speciaal, hij kon het niet geloven. Hij zegzingt het in de kamer, en zijn hond Pablo kijkt even op:

When she slips her hand in my hand

And it feels so small and helpless

As my fingers fold around it like a glove

Beeld Anne Claire de Breij

Inspirerend

Dat Elvis belangrijk voor hem was, vond de prinses inspirerend, bemerkte hij. Ze zag hoe Elvis hem verlichtte, als hij in hun huis in Frankrijk met haar naar de dvd Aloha from Hawaii Via Satelite zat te kijken. 'Kijk, Margarita', zei hij dan, 'de lampen gaan heen en weer, de hele wereld wacht op hem, de spot op de tunnel, en daar is ie dan, daar is God. In al zijn grootheid, kracht en zwakte.'

Natuurlijk! Ja natuurlijk kwam Elvis voorbij tijdens zijn huwelijk met Margarita in 2001 in het Franse Auch. Toen duidelijk werd dat koningin Beatrix niet bij de ceremonie aanwezig was, haalde hij zijn schouders op en zei hij tegen zijn zwager, prins Jaime: 'Luister, er is maar één koning, en dat is Elvis.' En wat denk je dat er te horen was bij de aftocht van het huwelijksfeest, terwijl de gasten de met lampionnen verlichte kasteeltuin verlieten? Right, Love Me Tender, van zijn eigen cd-tje.

Suspicious Minds

Als het gaat om de periode in zijn leven die volgde - ook wel Margarita-gate geheten - lijkt elk nummer van Elvis van toepassing. Margarita en hij botsten publiek met de familie Van Oranje, en er bleken nadien heimelijk onderzoeken te lopen naar hen. De achterdocht die zij voelden werd verwoord in Suspicious Minds: ze waren in een val gelopen, caught in a trap.

In Polk Salad Annie vond hij verwijzingen naar zijn schoonfamilie. Daddy was a lazy and no-count, zong Elvis - en zo zag hij zijn schoonvader, prins Carel Hugo de Bourbon de Parme: als een nietsnut. Dat er in het liedje meloenen uit een auto werden gestolen, paste ook goed bij zijn situatie, vindt hij. Al zijn zakelijke belangen kwamen onder druk te staan.

Vechten

Maar toen zijn huwelijk met prinses Margarita in 2005 strandde, kon hij elke meisjesnaam in Elvis-nummers wel vervangen door die van zijn ex-geliefde. It's Midnight - kon hij niet te vaak opzetten, te hartverscheurend. Maar man man, er is één song, de magistrale ballad You Gave a Mountain, daarin zit het allemaal in, wat een smart. Zo veel ellende was de hoofdpersoon in het nummer al overkomen, en toen kwam er nog een berg bij, in figuurlijke zin. Dat is precies wat Edwin dacht toen hij verlaten werd: hoe moet hij in hemelsnaam alleen deze berg beklimmen, in een land waar iedereen tegen hem lijkt?

Er is maar één manier, vechten dus, Taking Care of Business, het devies van Elvis, ook wel uitgedrukt als TCB. Nooit bij de pakken neerzetten, Eddie komt terug, net zoals Elvis terugkwam, met zijn 1968 Comeback Special. 'I am a napalm-bomb, quaranteed to blow your mind', zong Elvis in Steamroller Blues. Altijd maar doorgaan dus, met Hem aan zijn zijde.

Steun

De laatste dagen droomt hij ervan dat hij eindelijk rust heeft gevonden, en hem een fikse schadevergoeding is betaald wegens het belasteren van zijn goede reputatie. Dan ziet hij een vol Concertgebouw voor zich, met alle mensen in de zaal die hem de afgelopen jaren goedgezind waren. In die droom gaat hij zingen, eerst Avé Maria, maar natuurlijk ook Elvis, met See See Rider, rockend in Het Concertgebouw.

En als hij dan toch geld heeft, kan hij eindelijk eens naar Graceland in Memphis, Tennessee. Dat zou wat zijn, dat hij, Edwin de Roy van Zuydewijn, helemaal alleen in het huis van Elvis zou mogen rondlopen. Geen kaartjesknippers, geen staff en toeristen, alleen hij. En dan gaat hij bidden, bidden dat Elvis het goed heeft, en hem bedanken voor de steun, dat hij er was, en er altijd zal zijn. Thank you, and goodnight.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden