Column

Er is iets raars aan de hand in Nederlands theater

Stelling: Het Nederlandse theater verloedert.

De Leidse schouwburg. Beeld anp

We stonden in de rij om de zaal van de Leidse Schouwburg in te gaan. Première Moeders en Zonen met Anne-Wil Blankers, Paul de Leeuw en Freek Bartels. Vrije productie, premièregasten als Monique van de Ven en Henriëtte Tol.

In de rij stond ook een acteur die ik een beetje ken en die nu in Lulu van Toneelgroep Oostpool speelt. 'Hé, jij hier?', vroeg ik hem. 'Moet je niet spelen vanavond?' 'Nee, afgelast. Emmeloord, veertien kaarten verkocht.'

Ik schrok. Veertien kaarten voor Lulu, die grote productie van Oostpool naar het beroemde stuk van Frank Wedekind. In een regie van Marcus Azzini, gespeeld door een spannende mix van acteurs als Kirsten Mulder, Kees Hulst en Teun Luijkx. Hoe kan dat nu, veertien mensen in Emmeloord? Na afloop sprak ik nog een actrice die in Lulu speelt - ook zij leek tamelijk ontgoocheld en verdrietig laconiek. Ja, in de grote steden loopt het prima, maar in de provincie, in Drachten, Hengelo, Wageningen, nou nee. Zouden die onverschrokken, sexy Lulu en haar wellustige mannen iets te aanmatigend zijn voor het christelijke Emmeloord?

Er is iets raars aan de hand in het Nederlandse theater. Voorstellingen als Intouchables met Huub Stapel en zeker ook Moeders en Zonen trekken volle zalen. Niet in de laatste plaats omdat het toegankelijke en herkenbare producties zijn, met bekende acteurs, die ter promotie moeiteloos aanschuiven aan alle talkshowtafels. Wat ook overal vol zit: Opvliegers, doelgroeptheater over vrouwen in de overgang. Kennelijk moet je als theatermaker aankomen met ziekten, handicaps en vrouwenleed. Maar ik gun Lulu ook zo van harte die volle zaal.

Acteurs die ronduit durven zeggen dat hun voorstelling niet loopt: het is tamelijk bijzonder in een tijd dat alles naar buiten toe de glans van schone schijn en ongekend succes moet hebben. Pas geleden noemde Jeffrey Meulman, directeur van Het Theaterfestival, op zijn blog drie hoofdzonden in het theater: 1. Nestbevuiling. 2. Openlijk praten over wat er mis gaat. 3 Klagen.

Meulman: 'In deze tijden van windowdressing moeten we succes uitstralen tot we er dood bij neervallen. Steeds meer bekruipt mij het gevoel dat we een failliet systeem in stand houden. Wij hebben ons laten meeslepen in een politiek-economisch spel dat niet het onze is. Deze survival of the fittest haalt het slechtste in ons naar boven.'

In zijn artikel schetst Meulman een somber maar waarschijnlijk realistisch beeld van een theatersector die behoorlijk aan het verloederen is. Te weinig geld, voortdurend alles bij elkaar moeten sprokkelen, slechte arbeidsomstandigheden, prestatiedrang. Meulmans conclusie dat de meeste subsidie niet naar de kunst zelf, maar naar het bedrijfsleven gaat, is zonder meer opzienbarend.

Hij heeft ook een advies voor alle adviesraden, fondsen en subsidiegevers die zich momenteel over al die honderden aanvragen voor het Kunstenplan 2017-2020 buigen: schaf de prestatie-eisen en de eigen inkomstennormen volledig af; beoordeel plannen sterk op hun inhoud en verstrek vervolgens subsidie die voldoende is om het plan te realiseren.

Ik help het hem hopen.

Morgenavond staat Lulu in Almere, in die hypermoderne, mooie schouwburg daar aan het water. Ik ga er hoe dan ook heen, omdat ik benieuwd naar haar ben, en naar haar wellustige mannen. Er zijn vast meer mensen dan die veertien in Emmeloord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden