Er is iets misgegaan met de hoofddoek

Wieteke van Zeil kiest zes weken lang modedetails in schilderijen en ziet overeenkomsten met de stijl van hedendaagse iconen. Zoals die tussen de vrouwen van Cornelis Engebrechtsz en Zadie Smith.

Wieteke van Zeil
null Beeld
Beeld

Er is iets helemaal misgegaan met de hoofddoek, de afgelopen veertien jaar. Alsof twintig eeuwen van variaties, rijkdom en persoonlijke expressie in één klap zijn neergeschoten, tegelijk met de twee vliegtuigen die de torens in New York doorboorden. Het probleem met de hoofddoek, sindsdien, is dit: het betékent iets. Altijd. Wie een hoofddoek draagt, past in een hokje. En vaak genoeg andersom: wie in een hokje wil, doet een hoofddoek om. Om maar even te onderstrepen wat je crowd is. De hoofddoek is teruggebracht tot een uiting van culturele en religieuze identiteit. Op zich prima, maar het heeft de vrijblijvendheid ervan totaal verstoord. Wie een doek draagt, drukt iets uit. Iets van ik-en-dus-niet-jij. Ja, ja.

Per ongeluk wordt daarbij vergeten wat deze hoofddracht óók is, al een paar duizend jaar namelijk: een sieraad om het vrouwelijk gezicht.

Detail uit Triptiek met de bewening van Christus, van Cornelis Engebrechtsz. Beeld Cigdem Yuksel
Detail uit Triptiek met de bewening van Christus, van Cornelis Engebrechtsz.Beeld Cigdem Yuksel

undefined

Het loont de moeite om in musea van oude kunst eens een extra rondje te doen met oog voor de hoofddracht van de geportretteerde vrouwen. Je vindt dun gevouwen linnen met kleine speldjes, zorgvuldig als bij de eerste de beste moslimvrouw die je in de supermarkt ziet; transparante doeken met gouddraad alsof het zussen van de Pakistaanse vrouwen van nu zijn. Er zijn verschillende manieren van vouwen, bijvoorbeeld met grote bellen aan de zijkant van het hoofd en ik fantaseer dat al die bindmethoden net zo betekenisvol zijn als bij de Surinaamse vrouwen en hun angisa's: voor elke stemming een.

En, mijn lievelings: doeken met vlechten en edelstenen eromheen. Zoals deze vrouw met een gouden ketting door haar vlecht en die mooie opwaaiende doek, die het hele schilderij in beweging zet. De niet zo bekende schilder Cornelis Engebrechtsz was geweldig in het schilderen van vrouwenkleding; kunsthistoricus Esther van Duijn telde alleen al 32 patronen goudbrokaat in zijn schilderijen, zo staat in de nieuwste catalogus van zijn werk. Vrijwel elke vrouw heeft bij hem een sierlijke hoofddracht vol kleuren, edelstenen en vlechten. Die vlechten waren toen trouwens net zo nep als de extensions van Estelle Cruijff; alles voor de sier.

De Britse auteur Zadie Smith trotseert, gelukkig, de vooroordelen die er om de hoofddoek heen hangen met de hoofddracht die ze sinds haar debuut in 2000 met glorieuze consistentie heeft: een doek, of tulband, vanwege de manier van knopen. En als er aan iemand te zien is wat een doek met een gezicht kan doen, dan wel aan haar: ze zou er naadloos mee naast de Vlaamse edelvrouwen op de schilderijen kunnen plaatsnemen.

Op de foto hiernaast is ze helemaal vorstelijk, haar hoofd in een perfect traditionele driekwart draai. Elk detail in haar gezicht wordt 'omlijst' door de doek, alsof het gezicht zelf het sieraad is. De hoge jukbeenderen, de grote bruine ogen, prachtige mond en de zachte sproeten worden als het ware 'aangedragen' door de doeken, zo subtiel dat het alledaags lijkt. Als 'casually glamorous' bestaat, schreef een Britse journalist, dan belichaamt Zadie Smith dat. De tulband is zo kenmerkend voor Smith dat je op foto's waar ze haar haar los draagt even twee keer moet kijken voor je d'r herkent.

Cornelis Engebrechtsz: Triptiek met de bewening van Christus, circa 1508-10, olieverf op paneel, middenpaneel 139 x 153 cm zijluiken 139x66 cm. Beeld Museum De Lakenhal Leiden
Cornelis Engebrechtsz: Triptiek met de bewening van Christus, circa 1508-10, olieverf op paneel, middenpaneel 139 x 153 cm zijluiken 139x66 cm.Beeld Museum De Lakenhal Leiden

Smith is zich bewust van de manier waarop zo'n dracht zich verankert in iemands persoonlijkheid. In meerdere boeken wijdt ze er mooie passages aan. In het sterke, korte stuk 'Monsters', geschreven voor The New Yorker in 2011, beschrijft ze hoe haar liefde voor de gemixte samenleving waarin ze opgroeide in één klap als naïef werd weggezet na 9/11: 'Ik groeide op met meisjes in hoofddoek, een feit dat niet meer hoefde te worden opgemerkt dan de keppeltjes van een joodse jongen of de bindi van een hindoe. Andere wereld.' Een wereld waarin de 'stille, seksloze en studieuze moslimjongens' transformeerden tot Publieke Vijand Nr.1.

Smith schrijft het liefst over het 'volk' waarbij ze zich thuisvoelt: het volk van stedelingen voor wie diversiteit een gegeven is. De stadsstammen van mensen die een veelheid van culturen prefereren boven een monocultuur. De hoofddoek, met of zonder edelstenen, mag daarvan wat mij betreft de kroon zijn: een sieraad met vele betekenissen.

www.detailsofart.com

Zadie Smith. Beeld  Fred Duval / Getty
Zadie Smith.Beeld Fred Duval / Getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden