Er ís geen tweede, mevrouw America's Cup: een levensgroot computerspel op het water

In de strijd om de 'Holy Grail' van de zeilsport is bijna alles mogelijk. Van spionagevluchten boven de werven van de concurrentie tot aan missies van duikers op zoek naar vijandelijke kielconstructies....

Yankee Doodle had een jacht,

Een mooie snelle klipper,

Hij nam het op, onder gelach,

Tegen elke Britse schipper,

Hun hele vloot was hij te snel,

En dat in Engels water,

Hij won het van het hele stel,

Zij kwamen uren later.

VERSTOPPERTJE spelen in de haven van San Diego. De ranke zeiljachten van de America's Cup glijden de baai binnen. Voordat ze afmeren en in het dok worden gehesen, gaan de boten eerst helemaal in het plastic. Pas daarna worden ze met een kraan omhooggetakeld - vreemde ogen wordt zo een blik op de al dan niet revolutionaire kielvormen onthouden.

De America's Cup, de wedstrijden om de gelijknamige, 144-jarige beker, is de Formule I van de zeilsport. Hier worden nieuwe, spectaculaire bootvormen uitgeprobeerd. De deelnemende syndicaten zijn, voordat de wedstrijden beginnen, gedurende vele jaren aan het ontwerpen, aan het spelevaren met modellen in natte laboratoria. Pottekijkers zijn niet gewenst.

Want er staat veel op het spel: geld, en vooral eer. Bill Koch, miljardair en winnaar van de Auld Mug in 1992, gaf, naar eigen zeggen, tijdens de vorige wedstrijden liefst vier miljoen gulden uit aan spionagevluchten boven de werven van de concurrentie. En dan waren er nog de onderwatermissies van duikers, op zoek naar de kielconstructies van de vijand. Ook dit jaar wordt iedereen die er niks te zoeken heeft van de werven geweerd ('Restricted area's, NO Photographs'). Het bedrijf Rent-a-Fence ('voor al uw hekwerk') doet goede zaken in de zuid-Californische stad.

San Diego staat dezer maanden geheel in het teken van de Cup. Het zijn uitputtende wedstrijden - geen ander sportevenement duurt zo lang. In januari al begonnen de voorronden, de zogenoemde Round Robins, waarin uitdagers en verdedigers moesten uitmaken wie er in de finale mag uitkomen. Bij de verdedigers van de Cup (drie Amerikaanse boten, die uitmaakten wie er in de finale mocht varen) lag de fameuze skipper Dennis Conner met zijn Stars & Stripes lang in geslagen positie.

Een paar weken geleden gaf niemand nog een dime voor Conners kansen, maar een aantal verbazingwekkend felle eindsprints (vooral in de allerlaatste do-or-die-race tegen de America 3) brachten hem alsnog in de finale, waar hij het opneemt tegen de Black Magic van Team New Zealand, dat de voorronden nagenoeg ongeslagen doorkwam. Het wordt een pikante eindstrijd, want in 1988 versloeg Conner de Nieuwzeelanders met een omstreden catamaran. De rechter moest er aan te pas komen om Conners zege veilig te stellen. Geen wonder dat de Nieuwzeelanders uiterst gebrand zijn op revanche. Het credo van de Flying Kiwi's luidt: 'Beat dirty Dennis and bring back the Cup.'

De eerste boot die in de finale vijf races wint, is winnaar van de Holy Grail van de zeilsport. Insiders dichten de Nieuwzeelandse boot van Russell Coutts en Peter Blake de beste kansen toe, maar Conner, al vier maal winnaar van de beker, is een tactisch zeiler. Zijn boot mag langzamer zijn, zegt David Philips, journalist die de strijd om de America's Cup al voor de twaalfde maal volgt, maar Conner heeft wel een betere crew. 'En een goede bemanning, daar gaat het uiteindelijk om.'

Philips heeft de Cup tien maal in eigen land zien belanden. 'Ze hebben er zich allemaal op stukgebeten - de Britten, de Zweden, de Fransen, de Nieuwzeelanders, de Australiërs, de Canadezen, de Spanjaarden. Maar steeds waren het Amerikanen die met de beker naar huis gingen.'

Behalve die ene keer in 1983 dan.

In dat jaar lag het openbare leven in Australië gedurende twee dagen geheel plat, toen John Bertrand de protserige beker, na een 132-jarig (!) monopolie, uit de handen van de Amerikanen wist te ontfutselen en naar Down Under overbracht. Dat was een klap in het gezicht van vooral Dennis Conner, die in de finale met zijn jacht Liberty een pijnlijke nederlaag leed. Velen voorspelden het einde van Conners carrière, maar drie jaar later heroverde de Amerikaan de bokaal in Perth, en zette hem in een eersteklas vliegtuigstoel, richting VS.

In 1992 haalde Conner de finale niet, en moest hij de beker laten aan een andere Amerikaan, miljardair Bill Koch, die een ware armada aan jachten inzette - je mag tussen de wedstrijden door van boot verwisselen. De nu 52-jarige visserzoon uit San Diego heeft talloze wereldtitels gewonnen, in boten van 11 tot 80 voet. Naast zijn vier America's Cups, werd Conner wereldkampioen in de Star-klasse, won hij viermaal de fameuze Southern Ocean Racing Conference en is hij de bezitter van een Olympische medaille (1976, Montreal). En hij heeft serieuze plannen om volgend jaar in Atlanta in een Soling mee te zeilen.

In de voorronden van deze editie van de America's Cup verloor Conner echter race na race, maar wist hij steeds op tijd terug te komen. Wanneer hij met zijn Stars & Stripes tijdens de bizar verlopen halve finales de baai van San Diego uitvoer, dan liet hij uit de luidsprekers Staying Alive, uh-uh-uh-uh schallen. Een toepasselijke tekst, want Conner leefde nog, al was het net aan. Sandbagging noemde het blad Zeilen dat onlangs. 'Je toont je ware kracht pas wanneer het belangrijk wordt.' Het bewijs voor die stelling werd inderdaad niet veel later geleverd. De twee andere Amerikaanse boten, de Young America en de America 3 - die aanvankelijk alleen vrouwelijke bemanningsleden aan boord had - werden door Conner op het beslissende moment achtergelaten.

Conner is een goede zeiler, waarschijnlijk de beste die er is, maar zijn twee boten zijn dit jaar te langzaam. Daarom gaat hij vandaag niet van start in zijn vertrouwde blauwe Stars & Stripes, maar in de veel snellere Young America, die hij inderhaast geleend heeft van een van zijn uitgeschakelde Amerikaanse concurrenten. Alle controverses tussen de Amerikaanse syndicaten zijn inmiddels overboord gezet. Er is één, heilig doel: De Cup mag niet naar Auckland.

Conner is continu in de weer met zijn sponsors (van levensbelang in de strijd om de Cup), en hij schaamt zich er niet voor: 'Zonder sponsors zou er geen team Dennis Conner zijn, in mijn ploeg zijn zij het belangrijkst - money drives all this.' De beroepszeiler verkocht ooit gordijnen, en, grijnst hij, 'als je gordijnen kunt verkopen, dan kun je àlles verkopen.'

De sponsor krijgt een hoop terug. De naam groot op de spinnaker, en dus groot in beeld op live-televisie in de VS, Australië en vooral Nieuw-Zeeland, waar de Cup-koorts hevig heerst. Het werk ligt stil op de tijdstippen dat hun succesvolle Black Magic uitvaart: een onderzoek heeft aangetoond dat vijf procent van de bevolking niet geïnteresseerd is in de wedstrijden. De rest laat er alles voor staan.

Hebben andere sporten hun promo-dorpen voor sponsors, tijdens dit Amerikaanse evenement mogen goedbetalende geldschieters zelfs aan boord van de jachten meevaren. Er zijn zestien bemanningsleden, maar de reglementen staan een zeventiende lid toe. Vroeger was dat bijvoorbeeld de Britse koning, tegenwoordig kan dat een sponsor zijn. Conner: 'Dat plekje van de zeventiende man is the very best client entertainment in sports.' Een skybox wordt er een miezerig optrekje bij.

De jachten meren af op Shelter Island, een kunstmatig schiereiland in de baai van San Diego. De stad leeft van het water. De Stille Zuidzee-vloot van de Amerikanen ligt er voor anker, aan het Fleet Anti-Submarine Warfare Training Centre Pacific spelen recruten The Hunt for the Red October na. De vliegtuigen die het midden in de stad gelegen Charles Lindbergh-vliegveld aandoen, scheren vervaarlijk dicht over de daken van de huizen aan de steil aflopende Laurel Street. In de verte, richting Mexicaanse grens, trekt de verbazingwekkend hoge Coronado Bridge een kromme streep boven de horizon.

In de plaatselijke jachtclub worden door de leden van de club sterke verhalen verteld, zoals die over de gehele wereld aan de toog van watersportclubs worden verhaald. Het zijn de sportief geklede types met gezonde beurs-portfolio's die aan wal 'Naar zee, naar zee' roepen, maar eenmaal op het water al snel 'Naar de bar, naar de bar' brullen. Maar hier staat wel de zilveren Auld Mug in de vitrine, de heilige graal die 144 jaar geleden voor het eerst werd uitgereikt aan een Amerikaanse jacht. Inscriptie: Royal Yacht Squadron Regatta, Open To All nations.

In 1851 herbergde Londen de Wereldtentoonstelling, en een zeilwedstrijd hoorde daar natuurlijk bij. 'Her Majesty's Cup' of de 'Hundred Guinea Cup', zoals de regatta werd genoemd leek een Brits onderonsje te worden. Maar daar verscheen de America, een jacht van de New York Yacht Club aan de horizon. De Britten gniffelden over de zeildoekkeuze, over de vorm van de holle waterlijnen, de platte romp. Maar tien uur en 37 minuten na de start op het eiland Wight kwam die dekselse Amerikaan al weer voorbij de streep varen. Koningin Victoria vroeg nog wie er als tweede binnen was gekomen, maar kreeg als antwoord: 'Er ís geen tweede, mevrouw.'

Na de America (vandaar de naam van de wedstrijd) volgden onder meer de Magic, de Columbia, de Mischief, de Puritan, de Mayflower, de Vigilant, de Rainbow, de Weatherly; allemaal Amerikaanse boten die de beker keer op keer heroverden. Niet dat de Britten het niet probeerden. Thee-tycoon Sir Thomas Lipton bijvoorbeeld, die tussen 1899 en 1930 steeds weer een duur jacht uitrustte, of de Franse baron Marcel Bich (van de Bic-balpen), die het waagde tussen 1970 en 1980. Het lukte hen niet, daar waar media-reus Ted Turner (CNN) in 1977 wèl slaagde; met een jonge Dennis Conner aan boord.

Dit jaar waren er zeven uitdagers - uit Japan, Frankrijk, Spanje, Australië (2) en Nieuw Zeeland (2). De deelnemers moeten wel wat geld meenemen: Ruling the Waves cost the Earth. Voor minder dan tien miljoen dollar kun je geen supersnel AC-jacht te water laten. Dat zal de reden zijn dat er nimmer Nederlanders meestrijden - al schijnt Roy Heiner plannen te hebben om met zijn team Synergy in 1998 een poging als uitdager te wagen. Het gemiddelde dat de deelnemers in 1995 aan ontwerp en bouw van de wedstrijdboten uitgaven is zo'n twintig miljoen dollar, met uitschieters naar de 37 miljoen (de inmiddels uitgeschakelde Franse boot van Marc Pajot).

Al dat geld maakt niet immer gelukkig: de peperdure, van koolstof gemaakte oneAustralia (totaal budget 35 miljoen dollar) van John Bertrand (winnaar in 1983) brak op 5 maart zomaar doormidden en zonk: 'Laarzen uit, en overboord', riep de schipper stoïcijns. 'Nog een wonder dat de mast met dat enorme zeil niet over die zwemmende jongens heen viel. Als dat was gebeurd . . .', schreef het Nederlandse jurylid Josje Dominicus in Zeilen. Een boot die zinkt, dat was tijdens die anderhalve eeuw America's Cup nog nooit gebeurd.

Op de dagen dat er wedstrijden worden gevaren trekt een ware armada in het kielzog van de grote jachten in de richting van de oceaan. De boot waarop de media meevaren, wordt normaal door vakantievierende sportvissers voor de kust van Baja California gebruikt: Volgens de Mexican Sportfishing Regulations mag elke zeehengelaar dagelijks tien vissen vangen, waaronder twee haaien. Die rakkers krijgen we vandaag niet te zien, netzomin als de walvissen die hier regelmatig gesignaleerd worden.

Drie weken geleden nog botste Dennis Conner met zijn Stars & Stripes bijna op zo'n zwemmend zoogdier. Slechts een snelle manoeuvre kon een aanvaring - en daarmee een zeker total-loss jacht - voorkomen. De Amerikaanse krantekoppenmakers beleefden een mooie dag: 'Conner Has a Whale of a Time' (Los Angeles Times) en 'It Was a Whale of a Race for Stars & Stripes' (The San Diego Union-Tribune). De serieuze Times wist bovendien nog te melden dat de walvis de grootte had van een 'submarine'. Het was niet Conners eerste bijna-aanvaring. Een paar weken eerder voer een Amerikaans vliegdekschip dwars door het wedstrijdveld en moest mister America's Cup hard aan het roer gaan hangen.

Vanaf het water - en ook vanaf het land nabij Point Loma - zijn de races goed te volgen. Terwijl de scheepskok onafgebroken spek bakt (de eerste Japanse journalist hangt al over de reling), er grote balen wier door het water drijven, en al die volgboten voor een enorme schuimende maalstroom op de toch al hoge oceaandeining zorgen, zoeken de twee jachten die vandaag om de punten strijden, nerveus een goede plaats voor de startlijn - het oogt als een wat eigenaardige paringsdans. Bootjes met juryleden en fotografen schieten heen en weer door de woeste golven. Vanaf het jacht Only Child wordt Conner aangemoedigd: 'Wash 'em, Dennis'

In het vooronder is de drie uur durende race live op de televisie te zien. Zijn zeilwedstrijden voor outsiders meestal saai om te volgen, het Amerikaanse sportnet ESPN weet het spektakel opwindend in beeld te brengen. Er wordt gefilmd vanuit helicopters, er zijn vaste camera's (en microfoons aan boord) en de te varen koers wordt helder met graphics uitgebeeld. Vooral de beelden vanaf de dekken van de wedstrijdboten zijn fascinerend. Als de giek klapt, schiet de camera mee. En een skipper vloekt veel, zo blijkt.

Zeilen in de America's Cup is geen recreatieve bezigheid - het is vooral hard werken. De zeilen, zo groot als circustenten, moeten razendsnel naar boven en beneden. De zes lierdraaiers moeten het vooral van hun kracht hebben. De skipper, de tacticus aan boord, geeft bevelen: 'Ten seconds, one second', waarop de zoveelste gijp van de dag volgt. Voor dit zware handwerk worden geen zeilers-van-huis-uit geselecteerd, hier tellen alleen de spierbundels. Het is berekend dat een grinder tijdens een race (van 18.55 zeemijl) 13.200 maal de lier ronddraait. Vooral bij het gijpen en overstag gaan, wordt veel van ze gevergd.

Hal Sears, lieraap aan boord van de Young America was een All-American (football-)linebacker, zijn collega Stephanie Johnson, bemanningslid van de 'vrouwenboot' America 3 was gewichthefster. Ze zegt dat haar rug soms zo pijnlijk is, dat ze na afloop van een race nog nauwelijks rechtop kan staan. 'Maar je moet àlles geven. It's like a war. Als je je inhoudt, dan verdien je het niet op het water te zijn.' Verder zijn er Olympische worstelaars en roeiers aan boord. Kevin Mahaney, skipper van Young America, de boot die de voorronden zo goed doorkwam, maar het daarna wonderbaarlijk aflegde tegen de op papier toch veel langzamere Stars & Stripes van Conner, vertelt hoe het is om zo'n 23 meter lang jacht (masthoogte 33 meter, zeiloppervlak 280 meter) te zeilen: 'Zwaar, zwaar. Het gaat om seconden, waarin je een groot aantal beslissingen, gebaseerd op windsnelheid, richting, de positie van de tegenstander, moet nemen.' Mahaney, in 1992 in Barcelona winnaar van een zilveren zeil-medaille, werkte met zijn team in San Diego honderd uur per week. Op alle dagen, ook als er wedstrijden waren (soms vier of vijf per week), werd er getraind.

'We beginnen 's ochtends om zes uur in het gymlokaal met aerobics, waarna er gespecialiseerde trainingen volgen. De grinders trainen met gewichten en op uithoudingsvermogen. De voordekkers trainen op snelheid. Als roerganger hoef ik niet met gewichten te trainen, bij mij gaat het meer om concentratie; mijn hersenen, mijn vaardigheid aan de helmstok, het lezen van wind en golven. Ze noemen me niet voor niks aan boord the brain on a stick.'

Hersenen en tactiek, daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Zeilen in de America's Cup is, zegt skipper Conner, meer dan zomaar meedoen aan een regatta. 'Het is alsof je een levensgroot computerspel speelt, dat uren duurt.'

De helmstok als joy-stick - over twee weken is bekend wie dit natte, winderige en vooral kostbare hi-tech-spel op de Stille Oceaan gewonnen heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden