'Er is een weekdiercultuur in het Nederlandse onderwijs geslopen'

Eisen stellen, aan leerlingen én aan leraren. Dat is de sleutel tot beter onderwijs, vinden twee mbo-docenten. Maar hoe hoog die eisen moeten zijn? 'Een luisterend oor is ook belangrijk.'

Martin Slagter (59): 'Ik ben eenoog in het land der blinden. Ik geef met een universitair diploma les op het mbo. Eigenlijk ben ik overgekwalificeerd.'

Thea Nieuwenhuis (35): 'Ik ben begonnen op de mavo, daarna mbo-verpleegkunde. Ik ben een stapelaar. Ik heb jaren als verpleegster gewerkt. Toen ik Docent van het Jaar was, zei iemand: oh, jij had wel direct naar de havo gekund. Dat is niet zo. Ik had die tijd echt nodig.'

De overeenkomst tussen Nieuwenhuis en Slagter: beiden zijn docent op het mbo. Maar daar houdt de gelijkenis dan ook op. Slagter, docent Nederlands, filosofie en journalistiek, zit al dertig jaar in het vak. Hij komt uit een onderwijsfamilie. Zijn beide ouders gaven les, net als vier van zijn vijf broers. Hij draagt een overhemd en een jasje, ook voor de klas.

Een 'echte leraar', zo eentje die ervan houdt buiten de verplichte lesstof te treden. Die zijn liefde voor het vak tegen zijn leerlingen soms expres overdrijft. 'Daar kunnen ze wel om lachen, hoor.'

Op zijn school, het MBO Utrecht, is hij de enige eerstegraads docent, een van de weinige die een universitaire opleiding heeft genoten. Dat baart hem zorgen. Met enige regelmaat schrijft hij sombere opiniestukken over de erbarmelijke kwaliteit van de taalbeheersing van leerlingen in het beroepsonderwijs. Daarbij spaart hij zijn vakgenoten niet. Wat hem betreft moeten alle leraren een diploma hebben in het vak dat ze geven, en het liefst een universitair diploma.

Nieuwenhuis komt uit de praktijk. Ze werkte jaren als algemeen verpleegster in het ziekenhuis van Assen. Maar de onregelmatige werktijden bleken lastig te combineren met een jong gezin. 'Denkend over alternatieven, kwam ik uit bij lesgeven. Ik vond het in het ziekenhuis altijd leuk stagiaires te begeleiden. Dus toen ben ik een lerarenopleiding gaan doen, eerst met het doel praktijkopleider te worden in het ziekenhuis. Zodra ik voor de klas had gestaan, wilde ik niet meer weg.'

Nieuwenhuis is zo'n lerares tegen wie je haast geen u kunt zeggen. Ze wil graag de steun en toeverlaat voor haar leerlingen zijn en barst regelmatig in tranen uit tijdens een diploma-uitreiking. Huilen van geluk. In oktober werd ze bekroond tot Lerares van het Jaar, vanwege de grote betrokkenheid bij haar leerlingen. En ook vanwege haar vakkennis en de hoge eisen die ze stelt.

Want ze is niet soft. 'Ik laat leerlingen niet zomaar slagen. Ik leef me in: zou ik mijn zieke moeder aan deze persoon toevertrouwen? Is het antwoord nee, dan is iemand nog niet klaar voor de arbeidsmarkt.'

Slagter knikt. Hoe kritischer, hoe beter, vindt hij. 'Er een weekdiercultuur in het Nederlandse onderwijs geslopen. We durven geen eisen meer te stellen aan leerlingen. Op het mbo heb je nu nu een instaptoets voor taal en rekenen. Dat is goed. Maar je kunt dit jaar voor die toets niet zakken. Wat is een examen als je er niet voor kunt zakken? Dat is hetzelfde als het hele jaar vakantie.'

Nieuwenhuis: 'Die instelling zie ik helemaal niet terug in mijn collega's.'

Slagter: 'Er zijn scholen waar leraren onder druk worden gezet om niet te veel leerlingen te laten zakken. Maar wat wil je ook, als onderwijsinstellingen worden betaald per diploma. Het is één grote perverse prikkel.'

Nieuwenhuis: 'Dat hoor je wel, ja, maar ik ken dat soort leraren niet. Ik zie het juist als de kracht en de macht van de leraar om iets aan dat soort ontwikkelingen te doen. Als je er niks van bakt, slaag je niet bij ons op school.'

Tweederde van de leerlingen uit de hoogste regionen van het mbo, stroomt door naar het hbo. Nieuwenhuis juicht dat toe, hoewel ze wel ziet dat veel mbo'ers het niveau niet aankunnen. Slagter: 'Ik geef ook Nederlands aan eerstejaars hbo-rechtenstudenten. De meeste leerlingen die van het mbo komen, halen het vak niet.'

Nieuwenhuis: 'Daarom ben ik ook wel een voorstander van die taal- en rekentoets. Al denk ik niet dat daarmee het niveau in een keer stijgt. Zoiets duurt jaren.'

Slagter: 'Begrijp me niet verkeerd: ik ben ook voor stapelen. Maar we moeten wel eisen durven stellen, aan leerlingen én aan leraren. Van die rare Lissabon-doelstellingen moet 50 procent van de bevolking hogeropgeleid zijn. Dat kan helemaal niet, dan verandert het hbo in het mbo.'

Nieuwenhuis: 'Lang niet iedereen wil doorstuderen. Dat moeten we ook niet vergeten.'

Een goede leraar is de belangrijkste voorwaarde voor goed onderwijs, daarover zijn de twee het wel eens. En het leraarschap, vinden ze, is eigenlijk tweeledig. Het bestaat uit vakinhoud en didactiek. Wie voor de klas komt te staan moet nu eenmaal beide beheersen.

Nieuwenhuis: 'Iedereen die lesgeeft, moet een opleiding tot docent hebben gedaan, dus niet alleen een vak hebben geleerd. Op het mbo en hbo hoeft dat nu niet. Dat is vreemd. Ik heb weinig collega's die een lerarenopleiding hebben gedaan.'

Slagter: 'Ik ook niet. En zolang het niet verplicht is, zal dat ook niet gebeuren. Ik vind dat docenten niet hoog genoeg opgeleid kunnen zijn, liefst universitair. Hogeropgeleiden staan verder boven de stof en kunnen leerlingen beter enthousiast maken voor hun vak. Ik spreek uit ervaring. Op enquêtes schrijven leerlingen regelmatig dat ze mijn lessen het leukst vinden.'

Nieuwenhuis: 'Ik laat je woorden even op me inwerken...'

Slagter: 'Zonder vakkennis is een docent een veredelde manager...'

Nieuwenhuis: 'Goede scholing maakt een goede docent. Tot zover kan ik met je meegaan. Maar heb je daar een universitaire graad voor nodig? Ik denk het niet. Ik denk dat leerlingen iemand nodig hebben die zich in hen kan verplaatsen, die een luisterend oor heeft, die structuur biedt. En vakkennis.'

Slagter: 'Ik denk dat universitair opgeleiden beter nieuwe didactische werkvormen kunnen bedenken.'

Nieuwenhuis: 'Dat kan ik ook. Ik ben creatief, ik vind het leuk. Maar ik heb ook hoger opgeleide collega's die helemaal niet creatief zijn. Daar zit mijn twijfel.'

Slagter: 'Nou ja, het verschilt ook per vak. Misschien is voor een beroepsopleiding een universitaire graad niet noodzakelijk. Maar ik denk wel dat een universitaire opleiding ook een algemeen vormende functie heeft. Jij praat mooi Nederlands, maar ik ken ook docenten die voor de klas zeggen: je moet je eigen eerst even voorstellen.'

Nieuwenhuis: 'Dat is schandalig. Ik kom uit Friesland, dus ik weet wat het is om een taalachterstand te hebben. Dat is echt een hindernis.'

Slagter: 'Bovendien vind ik het elitair als we zouden zeggen: nou, een verwarmingsmonteur hoeft het verschil tussen hen en hun niet te weten. Het kan ze in hun loopbaan belemmeren. Wat nou als ze later chef worden en met klanten moeten communiceren?'

Om meer hoogopgeleiden voor de klas te krijgen, moet het leraarschap populairder worden, vindt Slagter. En dat kan alleen de overheid bewerkstelligen. 'Ik ben een groot voorstander van het Finse model: strenge selecties voor lerarenopleidingen, maar goede salarissen en niet te veel uren.' In Nederland is het beroep de afgelopen dertig jaar zwaarder geworden. 'Niet het lesgeven zelf, maar alles eromheen.'

Nieuwenhuis: 'Al dat vergaderen. Als het over leerlingen gaat, vind ik het niet erg, maar wij moeten zo vaak vergaderen over zaken waarop we helemaal geen invloed hebben. Soms praten we een hele middag over nieuw politiek beleid waarover de Kamer nog geen beslissing heeft genomen. Dan denk ik: laten we eerst afwachten of het er komt, dan zien we wel verder.'

Slagter: 'Toen ik begon, was leraar zijn een rustige baan. In mijn vrije tijd studeerde ik filosofie. Dat is nu ondenkbaar. Elke dinsdag zit ik tot vijf, zes uur te vergaderen. En dan al die vernieuwingen die alweer worden afgeschaft voor ze goed en wel zijn ingevoerd.'

Nieuwenhuis lacht. 'Dat idee heb ik nu, na vier jaar, ook al. Eerst moet alles competentiegericht - nu moet het weer beroepsgericht.'

Slagter:'Beroepsgericht beroepsonderwijs, tja..'

De visie van beleidsmakers op het onderwijs vindt hij te instrumentalistisch. 'Ze zien een diploma uitsluitend als middel om aan een baan te komen. Maar onderwijs is meer. Sommige zaken die je op school leert, zijn geen middel maar doel op zichzelf. Het is algemene ontwikkeling. Ook als je er niet meteen een goede baan mee krijgt, is dit verrijkend.'

Nieuwenhuis: 'De laatste tijd ligt de nadruk zo ontzettend op basisvaardigheden dat het soms ten koste gaat van die algemene vorming.'

Slagter: 'Het moet én-én. En dat is lastig.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden