InterviewHoogwater

‘Er is bij dijkverbetering nu meer aandacht voor recreatie en natuur’

In 1995 dreigden de rivieren in Gelderland te overstromen. Nu, 25 jaar later, is er alweer een nieuw miljardenprogramma voor het verbeteren van de dijken. ‘Miljoenen mensen wonen onder de zeewaterspiegel. De gevolgen van een overstroming zijn rampzalig’, zeggen twee experts.

Bussen rijden het Land van Maas en Waal in om bewoners te evacueren, februari 1995.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Na het hoogwater van 1995 werden met de Deltawet 150 kilometer kwetsbare dijken verbeterd. Kosten: 750 miljoen euro. Daar kwam in 2007 het 2,3 miljard euro kostende programma Ruimte voor de ­Rivier overheen: uiterwaarden werden afgegraven en nevengeulen aangelegd om het stroombed van de rivieren te verbreden.

Ruimte voor de Rivier werd vorig jaar afgerond. Maar het volgende plan staat alweer klaar: het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) dat voorziet in het versterken van minimaal 1.100 kilometer dijken in heel Nederland. Met een budget van 7,4 miljard euro tot 2050 is dit het duurste watersnoodplan sinds de Deltawerken.

Je zou denken dat Nederland weleens klaar is met zijn dijken. Maar het tegendeel is waar, zeggen Hennie Roorda, heemraad van waterschap Rivierenland en Erik Wagener, directeur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma: ‘Dijken zijn nooit af.’

Hoogwaterbescherming is een kwestie van vooruitkijken, aldus Wagener. Door de klimaatopwarming wordt het weer extremer: perioden van droogte worden afgewisseld met hevige plensbuien. Door de stijging van de zeespiegel wordt het water in de rivieren opgestuwd.

Afvoerputje van Europa

Dijken moeten op die piekbelasting zijn berekend, benadrukt Roorda. ‘Wij zijn een van de grootste delta’s van de wereld, het afvoerputje van Europa. Dat moeten we koesteren en beschermen.’ Ook al omdat de belangen groot zijn. ‘Grote delen van Nederland liggen in een badkuip. Miljoenen mensen wonen onder de zeewaterspiegel, overal ligt waardevolle infrastructuur. De gevolgen van een overstroming zijn rampzalig.’

Het hoogwater van 1995 was een ­samenloop van bijna fatale omstandigheden. Hevige neerslag in Zwitserland, Duitsland, België en Noord-Frankrijk. Gecombineerd met smeltwater van vers gevallen sneeuw. 1995 was een ‘wake-upcall’, zegt Wagener. Sindsdien is het water nooit meer zo hoog gekomen. ‘Maar dat wil niet zeggen dat het niet morgen opnieuw zou kunnen gebeuren.’

In de afgelopen kwart eeuw is er veel veranderd in het waterbeheer. In 1995 vielen de dijken langs de Waal en de Maas nog onder zes waterschappen. Die zijn nu gefuseerd tot één grote: waterschap Rivierenland. De oude waterschappen dachten in polders, aldus Roorda. ‘Nu denken we in stroomgebieden.’

Tamelijk rigoureus

De cultuur is ook anders dan vroeger, zegt Wagener. In het verleden gingen dijkverbeteraars tamelijk rigoureus te werk. Veiligheid ging vóór alles. Tegenwoordig is er meer aandacht voor andere belangen zoals recreatie en natuur. ‘Dat is echt een trendbreuk.’

Er komen nieuwe uitdagingen bij: ­delen van West-Nederland hebben te maken met bodemdaling. Naast wateroverlast zijn er ook steeds vaker droogteperioden, waardoor de bevaarbaarheid van de grote rivieren in het geding komt. ‘We moeten meer rekening houden met extremen’, aldus Wagener.

Als hoogwater lange tijd uitblijft, zoals nu, neemt het gevoel van urgentie om de dijken op peil te houden af. Toch mogen we nooit vergeten hoe kwetsbaar ons land is, beklemtoont Roorda. Wij Nederlanders zijn het zo gewend om onder de waterspiegel te leven dat we dat weleens vergeten. ‘Maar buitenlanders die hier op bezoek komen, verklaren ons voor gek. Leven in Nederland is leven met ­waterbeheer. Als wij ons werk niet doen, staat het land onder water.’ Wagener knikt: ‘Ik denk dat veel Nederlanders niet weten welke dijk ze beschermt. Dat zou eigenlijk iedereen moeten weten.’

Lees ook:

De nu groene uiterwaarden bij Ochten en Dreumel waren 25 jaar geleden kolkende watermassa’s. Tienduizenden bewoners van het rivierengebied moesten worden geëvacueerd. ‘Pas als er weer eens hoog water is, beseffen mensen waarom dijken zo hard nodig zijn.’

Om de rivieren meer ruimte te geven, worden overal uiterwaarden afgegraven en nevengeulen aangelegd. Ook bij het Gelderse Varik zijn daar plannen voor. Daar is niet iedereen blij mee. ‘Wij willen niet in een badkuip wonen.’ 

In januari 2018 stijgt het water bij Lobith tot ruim 14 meter boven NAP. De hoogste waterstand in vijf jaar. Toeristen vinden het prachtig. Niemand raakt ervan in paniek. ‘Als het moet kunnen we twee keer zoveel water aan.’ 

Op het toppunt van het hoogwater in 2018 komt 7 miljoen liter per seconde Nederland binnen. Kunnen onze dijken dat wel aan? 

Naast hoogwater krijgt Nederland ook steeds vaker te maken met extreem lage waterstanden. Deze schipper op de IJssel kan erover meepraten. ‘Oei, nog maar 80 centimeter diepgang!’ 

Langs de Waal zijn door natuurlijk beheer ooibossen weer teruggekeerd. Natuurbeschermers zijn er blij mee, maar volgens Rijkswaterstaat hinderen ze de doorstroming en moeten ze daarom weg. ‘Het gaat met de botte bijl.’

Bij Nijmegen is de Waal verbreed door het aanleggen van een nevengeul. Daardoor heeft de rivier meer ruimte, maar zitten de bewoners van Veurlent ineens op een eiland. ‘Het dorp is naar de kloten.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden