'Er is altijd een putje waar je in tuimelt'

De Vlaamse dichter, romanschrijver, essayist en toneelauteur Stefan Hertmans (1951) speurt voortdurend naar 'het behoudend denken in onze eigen opinies en in de actuele samenleving'....

'DE ander is altijd hij die er ons aan moet herinneren dat onze wereld niet vanzelfsprekend is', schrijft Stefan Hertmans in Het putje van Milete. 'Maar of die boodschap welkom is? En of we ermee moeten leven? En of dat soort overweging nog van belang is? Ik weet het werkelijk niet.'

Uit zijn lessen semiotiek, die hij ooit kreeg, heeft hij deze 'nogal technische, dus westerse gedachte overgehouden: die van de distinctive feature'. Iets betekent pas 'iets', zegt Hertmans, 'als er iets anders is waarmee het vergeleken kan worden'. We spreken elkaar in het Brusselse Hotel Metropole, het hotel uit zijn 'roman in verhalen' Als op de eerste dag, in die immense marmeren hal met leren fauteuils. 'Mensen die elke dag iets anders doen, hebben andere ogen', vertelt Hertmans in een van zijn romanverhalen, 'naïe ver, banaler en opener, ze geloven in dingen waar de asceet van de herhaling nooit in zou geloven: de banaliteit van avontuur.'

Hij herinnert aan de laatste pagina's uit Het bedenkelijke, zijn essay 'over het obscene in de cultuur': 'Van het bedenkelijkste allooi is het echter, alles meteen bedenkelijk te vinden - de poging van de moralist meteen weg te lachen, alles van aanhalingstekens te voorzien, voortdurend elke poging om iets te poneren onderuit te halen, het gladde spel te spelen waarin men de illusie heeft dat er een kritische ontsnapping mogelijk is uit het tekenlabyrint - dat uiteindelijk zijn spel met óns speelt.'

De Vlaamse dichter, romanschrijver, essayist en toneelauteur Hertmans beoefent het kritisch denken, 'dat niet het politiek correcte denken is dat zichzelf sowieso voor verlicht houdt', maar het 'gênante onzekere denken dat tastend en twijfelend en moeizaam zichzelf bijlichtend het verstand weet te mobiliseren'. In zijn essays staan veel vraagtekens, weinig uitroeptekens. Hij houdt nochtans van polemiek. Je moet durven. 'Schrap die relativeringen', zegt Hertmans, 'kom gewoon voor je standpunt uit. Ik weet dat ik de neiging heb om stellig te zijn, dat geeft mij een bepaalde drive bij het schrijven. Maar andersom is een eigenschap van het essay ook de twijfel, het zoeken. Je moet je vingers durven verbranden. Ook ik val, zoals Thales van Milete, in putjes. Er is altijd een putje waar je in tuimelt, altijd een putje waar je in valt.'

In de filosofie, schrijft Hert mans, 'is de grap over Thales van Milete, die in een put viel omdat hij naar de sterrenhemel liep te staren, een waar paradigma geworden. Het voorval drukt perfect uit wat het grootste gevaar van verheven gedachten vormt: dat je concrete situaties uit het oog verliest. Maar de oude volksvrouw, die om deze dwaze filosoof moet lachen, loopt natuurlijk meteen een ander risico: haar ''gezond verstand'' vormt zo'n bumper tegen fundamentele vragen, dat ze zich om alles en iedereen vrolijk kan maken die een poging onderneemt om ook eens grondiger bij iets stil te staan.'

In Het putje van Milete schrijft Hert mans over de Duitse schrijver Martin Walser, iemand voor wie het grossieren in opinies 'altijd al het waarmerk is geweest'. Walser stelt nochtans tegenover het stellige spreken de intieme taal van de roman. 'Het argumentatieve vertoog is niet geschikt om er de waarheid van de ervaringen in uit te drukken.' Als alternatief voor de verengde rationalistische rede schuift Walser het 'persoonlijke kunst-denken' naar voren.

Walser schrijft een essay, 'een rede dus, waarin hij betoogt dat redes altijd maar de halve waarheid zijn'. Ook een politicus 'moet leren twijfelen zoals de schrijver - niet als een zwaktebod maar als een krachtige strategie, als een tonicum voor de kritiek die een gemeenschap op zichzelf moet uitoefenen'. De literaire kritiek van de afgelopen decennia, zegt Hert mans, is vrijblijvend geworden. 'De meeste schrijvers en recensenten beklemtonen dat literatuur louter fictie is, een spel met mogelijkheden dat geen reële maatschappelijke impact kan hebben. Dat is echter een vrijheid die leidt tot maatschappelijke futiliteit van literatuur, gecelebreerd in glittershows en opgefokt sterrendom.'

Hertmans, schreef Arnold Heumakers in NRC Handelsblad, heeft een kennelijk onbedwingbare irritatie zodra de kunstkritiek ter sprake komt. Kunstcritici, schrijft Hertmans in Fuga's en pimpelmezen - Over actualiteit, kunst en kritiek, lijden aan een ongeneeslijke 'actualiteitsneurose'. Maar is het ook waar? Is hij zelf, zeker in Het putje van Milete, niet milder van toon? 'Ik ben mij daar niet van bewust. Is dat zo? Er staan nog extremer standpunten in, dacht ik. Het nadenken over waar je staat bij het maken van een tekst. Wat je zou kunnen noemen ''de tekstideologie'', tussen aanhalingstekens. Ik vertrok vanuit het idee dat er goede en slechte standpunten over literatuur bestonden. Dat je zelfs, door de erfenis die we op de universiteit meekregen, de Frankfurter Schule en de linkse cultuur, probeert een stuk van dat denken, dat avantgardedenken dat nu historisch is geworden, op een persoonlijke manier te beleven. Tot mijn grote verbazing gaf dat aanleiding tot reacties dat ik elitair was, terwijl ik eigenlijk vertrokken was uit een kritische kunstfilosofie.

'Het woord kritisch mag je al bijna niet meer gebruiken. Dat was voor ons heel belangrijk, om te zeggen: ik ga niet mee met de evidente dingen, ik had toen veel meer het gevoel dat ik bepaalde waarheden moest produceren, en de grote wending is voor mij gekomen door de Sloveense schrijver Slavoj Zizek te lezen.'

Zizek, de grote pleitbezorger van het late werk van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, zette hem op een spoor: hij is provocatief, durft persoonlijk te denken. En denken is dan, hoe theoretisch ook, twijfelen maar tegelijk ook durven en 'springen'. En dat doet Hertmans, in zijn proza, zijn poëzie, zijn toneel en vooral in zijn essays.

'Ik heb altijd die regel van Paul Celan in mijn hoofd: ''Scheid niet je ja van je neen.'' Dat is voor mij zelfs een morele implicatie. Je kunt je ''ja'' niet van je ''neen'' scheiden. Je kunt het in je relaties niet, je kunt het in je vriendschappen niet. Je hebt altijd iets dat je verdonkeremaant, als je stellig probeert te zijn.

'Maar je moet ook niet koketteren met de twijfel, je moet niet zitten swingen, je moet durven zeggen: eigenlijk denk ik dat. Vandaar dat die hele kritiek van een Botho Strauss, een Peter Handke, een Peter Sloterdijk mij interesseert, want je moet durven pijnlijke vragen te stellen en het risico te lopen daarin verkeerd begrepen te worden. Ook door jezelf verkeerd begrepen te worden. Dat is voor mij het verschil in een essay in de ware zin van het woord, in de traditie van Montaigne, dat je durft aan iets beginnen waar je misschien mee in verlegenheid zult dreigen te komen met je eigen standpunten.

'Dan moet je durven niet je pen van het papier te halen en te zeggen: hier schrijf ik iets wat ik niet kan doen. Ik zal dat eventjes censureren vanuit een geïnterioriseerde moraal, ik mag dit niet zeggen of ik ga vrienden verliezen. En dat je dan ook nog eens verkeerd begrepen kunt worden. De verdenking dat je dat doet om je aan te stellen, om valse autoriteiten achter je te stellen, terwijl al die discussies mij gewoon passioneren.'

Gaandeweg gaat bij Hertmans het ene naar het andere verwijzen. Zijn schrijven is een weefsel, een soort 'herhalend' denken, een en al denkoefening. 'Dat is heel belangrijk. Het zijn hernemingen, met variaties. Een romancier schrijft romans en heeft vaak ook het gevoel dat al zijn romans een stuk van zijn leven vertegenwoordigen, dat geldt ook voor mijn essays. Het is de roman van het denken die je schrijft, daarin komen motieven, ik bots weer op dat thema waar ik al jaren mee worstel, dat brengt zoveel woorden mee, dat moet ik maar weer eens opschrijven, en door die woorden op te schrijven, verschuift het weer een centimeter, en had ik het niet opgeschreven dan was het niet opgeschoven.' Het is, zoals hij zegt over de 'lonesome fighter met een apocalyptisch vergezicht' Theodor Adorno, een 'diabolische dialectiek'.

Adorno, zegt Hert mans, was in de ware zin van het woord een diabolische dialecticus, een duivelse omkeerder van alle waarden. 'Dat dialectische denken, in stellingen en tegenstellingen proberen te denken, dat heeft iets duisters, je trapt op je eigen schaduw. Het bedenkelijke eindigt met een hoofdstukje ''Tegen de keer'', waarin ik schrijf dat je niet meer zoals Friedrich Nietzsche kunt zeggen: ''We schrijven tegen de keer van de tijd'', dat klinkt al te pathetisch, maar als je wel tegen de keer wilt schrijven - waartegen keer je je dan? Dat vind ik nog altijd heel belangrijk, dat is een credo voor mij. Tegen de keer, is je tegen jezelf keren - wie ben je toch? -, daarom heeft het dialectische iets diabolisch.'

Cultuurkritiek bedrijven, vindt hij, is 'uiteindelijk een ultieme twijfel in het debat gooien'. Soms ben je dan fanatiek of radicaal. Je laat 'je soms meeslepen door je manier van redeneren'. Je 'tuchtigt' de lezer, zeg ik. Je legt de lat hoog, je vraagt veel van je lezers. 'Het schijnt. Ik heb daar maar een heel banaal antwoord op: dat is nu eenmaal hoe het vogeltje zingt, dat zijn nu eenmaal de fysieke drives van mijn denken, het is een adrenalinekwestie. Zoals bij Adorno, 'een door adrenaline gedreven man'. Moet hij niet redelijker zijn? 'Na een tijd denk ik dan: ben ik een niet te redelijk mens, fuck met dat soort redelijkheid. Je moet niet, zoals de volksvrouw in de anekdote over Thales, aan de kant van de weg gaan staan grijnzen en grinniken.' 'In Heidegger en zijn tijd', schrijft Hertmans, 'zegt Rüdiger Safranski, naar aanleiding van Thales van Milete, dat het menselijke bestaan nog altijd - en wellicht voortdurend - op het punt staat te vallen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden