Er is alleen toekomst voor kranten die hun idealen uitdragen

De klad zit in de krant. Niet zozeer vanwege internet, beweren Jan van Groesen en Kees Haak, maar vooral door het inruilen van oude idealen voor marktdenken.De discussie over de rol van de moderne journalistiek ontbeert de noodzakelijke diepgang. Positieve of negatieve aanmerkingen op de pers monden uit in discussies over de vorm van het journalistieke product, zonder dat de structurele betekenis van de journalistieke professie de vereiste aandacht krijgt....

In dat licht is de vraag interessant, waar de recente jaarrede moet worden geplaatst van Pieter Broertjes, de scheidende voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren (Forum, 22 april).

Broertjes meent dat de journalistiek zich moet aanpassen aan het digitale tijdperk. Met de komst van de elektronische media maakt de sector een revolutionaire fase door die een geheel andere aanpak van de journalistiek te zien geeft. Broertjes zet op een rij welke bedreigingen er voor de nieuwsmedia zijn en hoe daarop tot nu toe wordt gereageerd.

Wat deze ontwikkeling echter betekent voor het journalistieke beroep en voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de nieuwsmedia, wordt uit zijn woorden niet geheel duidelijk.

Broertjes' toespraak ademt een neoliberale teneur, met de nadruk op de economische aspecten. De scheidende Genootschapsvoorzitter benadrukt dat met name de betaalde kranten worden geconfronteerd met kelderende oplagecijfers en advertentie-inkomsten. 'De pressie van de commercie is enorm en zet menige hoofdredacteur onder grote druk. Alles draait om rendementscijfers, kijkcijfers en waardecreatie van de aandeelhouders.' Met deze constatering geeft Broertjes aan dat conjuncturele oorzaken bij het maken van een krant veel aandacht vragen. En economisch tegentij is op dit moment helaas een terechte kopzorg van elke krantenjournalist.

Broertjes staat echter niet stil bij de structurele oorzaken van het wegvallen van krantentitels en bij het negatieve effect daarvan op de functie van de journalistiek. Zijn aansporing dat 'journalisten bereid moeten zijn alle media te bedienen, van televisie tot spelletjesmachines', is meer van praktische dan van structurele aard. Broertjes' toespraak ontbeert een verhandeling over serieuze journalistiek en ethiek en hoe deze entiteiten in een tijdsgewricht van maatschappelijke transformatie moeten worden behouden of vernieuwd. Daarmee wordt ook een kans gemist om onder jonge generaties journalisten meer bewustzijn te wekken van hun democratische verantwoordelijkheid.

De jaarrede heeft als zodanig een defensieve inslag, terwijl een offensieve benadering dringend is gewenst om de aanzwellende kritiek op het journalistieke vak te kunnen pareren.

Aanpassen aan de digitale ontwikkelingen mag er niet toe leiden dat principes van journalistieke ethiek aan erosie worden blootgesteld, integendeel. Naarmate er meer digitale en multimedia-vormen komen, wordt de noodzaak van het herijken en aanscherpen van journalistieke normen inzake ethische behoorlijkheid steeds urgenter.

Dat de klassieke media de laatste jaren steeds meer in het gedrang zijn gekomen, was niet uitsluitend het gevolg van slechte financiële cijfers. Overnames en fusies omwille van winstbejag hebben in dit opzicht veel kwaad aangericht. Zo zijn bij de vorming van het nieuwe AD ook weer enkele regionale bladen ingeschoven die elk afzonderlijk voldoende winstgevend waren om te kunnen voortbestaan.

De genootschapsvoorzitter meent dat met de komst van internet in Nederland (1993) de afkalving van de traditionele massamedia is begonnen. Het is een niet onbelangrijk deel, maar toch slechts een deel van de diagnose.

Al eerder is betoogd dat de klad in krantenland is ingetreden nadat de notie van een krant als ideëel product werd ingewisseld voor een marktproduct, dat vervolgens speelbal werd van fusies, van overnames en van hongerige aandeelhouders. Met die wisseling van identiteit zijn het gezag en de geloofwaardigheid van het dagblad aanzienlijk afgenomen, ver voordat het World Wide Web door de massa werd omarmd.

Grote zorg om het verdwijnen van veel kranten en de snelle opkomst van ongereguleerde media, is op zijn plaats. Naast de audiovisuele media hebben de gedrukte media toch altijd in belangrijke mate de rol van kritische volger van de macht gespeeld, vooral door hun expertise, hun deskundigheid, hun diepgang en hun duiding.

Ze konden dit doen dankzij economische onafhankelijkheid, respectabiliteit en zuivere journalistieke principes. Teloorgang van een groot deel van de gedrukte media dreigt daarom in de samenleving tot een democratisch deficit te leiden.

Of het opkomende civic journalism een positieve impuls kan geven, is maar zeer de vraag. De deskundigheid en de onafhankelijkheid van burgerjournalistiek staan niet bij voorbaat vast en kunnen daarmee gemakkelijk een ondermijning vormen van de serieuze journalistiek.

Het is meer dan de moeite waard juist in het digitale tijdperk te strijden voor het behoud van hoogstaande journalistiek. De beroepsgroep moet daarbij niet de gevangene worden van financiële investeerders, maar het belang uitdragen van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Juist voor journalistieke media die hun zuivere ideële betekenis uitstralen, is er in de toekomst reden van bestaan.

Journalistieke media met toekomst dienen daarnaast hun verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het hete hangijzer van de zelfregulering. Daarover wordt al te lang gedebatteerd, zonder dat de journalistiek daadwerkelijk actie onderneemt. Waar Pieter Broertjes pleit voor het introduceren van een persombudsman voor de gehele journalistieke bedrijfstak, vindt hij ons dan ook aan zijn zijde.

Ondergetekenden zijn de initiatiefnemers van de Stichting Media-ombudsman Nederland. Dit initiatief, volledig onafhankelijk en komend uit de beroepsgroep zelf, is erop gericht zorg te dragen voor een betere, professionele journalistieke verantwoording. De stichting zal een ombudsman benoemen. Tevens zal ze als platform dienen voor discussie en beraad over regels van journalistieke ethiek en deontologie.

Pieter Broertjes wordt hierbij uitgenodigd zijn medewerking aan dit inmiddels al breed gedragen initiatief te verlenen.

Jan van Groesen is oud-adjunct-directeur van het ANP en oud-voorzitter Nieuwspoort. Kees Haak is oud-ombudsman van het Rotterdams Dagblad. Zij zijn respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van de Stichting Media-ombudsman Nederland (i.o.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.