Column

'Er gingen mensen naar het ziekenhuis en naar de gevangenis'

Toen sloegen ze buitenlanders gewoon het café uit.

Salvatore, Ria en Marcello met foto's van vroeger.

De zon schijnt in dit rijtjeshuis; warmte komt van hun stemmen en van de oudroze paneelmuren die de woonkamer omarmen. 'Antonio! Zeg ik jouw naam zo goed?' Salvatore stiefelt naar boven en komt met een plastic zak vol geschiedenis naar beneden, stort de foto's en knipsels uit over de eettafel - hij plakt nog steeds die lekkere korte 'è' achter zijn woorden: 'Oldenzaalè', 'kledingè', 'werkè'. Onmiskenbaar een buitenlander. Maar wel een met een trits lintjes aan de muur, en een hoop lidmaatschappen op zijn naam: ondernemingsraad, wijkraad, zangkoor, arbeidersverenigingsbestuur - 'Ik ben een super-Oldenzaalerè.'

Komt Marcello binnenlopen door de achterdeur, ook koffie graag, een Hollandse mok vol zie ik nu pas - 'Espresso drinken we niet meer', zegt Marcello, 'ik ben denk ik nog maar 20 procent Italiaans', zegt Salvatore, 'ik ga er nog wel op vakantie', zegt Marcello. Ria, Salvatores vrouw en overwinning, een van de mooiste meisjes van de stad, is Italiaanser.

Spaghettivreters waren ze. Buitenlanders moeten zich Nederland 'invechten', vindt Mark Rutte - maar toen werden ze er nog gewoon uitgeslagen. Knokken tegen vreemdelingen is een oude Hollandse traditie. Kwam Salvatore cafetaria Wiltie binnen om te dansen, vloog hij er per kerende post weer uit, 'klappen hier, klappen daar, stoelen op mijn hoofd'. Het waren 'de noezems', zegt hij - de nozems. 'Zij zeiden: jullie pikken onze mooie meisjes weg.'

Cafetaria Wiltie werd verboden gebied, bij het clubhuis van de Katholieke Arbeiders Beweging, De Bond, schermden ze hun dansavonden af met een bordje achter de ruit: 'Proibito lentrata agli Italiani', en daarna, slimmer en venijniger, Hollandser: 'Heden dansen in besloten kring'. Hadden de Tukkers de meisjes voor zichzelf.

Oldenzaal, 1961. Salvatore Ierna kwam van Catania naar Milaan voor de keuring, dan met de trein naar Utrecht waar 'de bazen' stonden met een busje: arbeidskracht nodig in textielfabriek H.P. Gelderman & Zonen. Marcello Cimballi kwam een jaar later, uit Siena. Op kot in kosthuizen; we werkten in ploegendienst, zegt Marcello: 'van twee tot tien uur 's avonds en als ik thuiskwam had ik honger, ik was jong! Wat kreeg ik? Twee beschuiten met aardbeien! Haha! Aardbeien! Deze mensen waren laat eten niet gewend.'

Salvatore met zijn vrouw Ria, die Italiaanser is dan hij.

Marcello kwam om de dienstplicht te ontlopen, Salvatore kwam voor het avontuur; 'een gratis reis naar het land van de bloemen, Antonio, dat was sensatie'. Het eerste dat hij kocht in Oldenzaal was een boekje, hij heeft het nog: Van Goor's Klein Italiaans Woordenboek, negende druk.

'Wij waren knappe jongens', zegt Salvatore, en dat waren ze, bekijk de foto's maar: kostuums, dassen, brillantine, zonnebrillen, parka's, soepele schoentjes. 'De meisjes kwamen vanzelf naar ons toe'. De nozems droegen idiote broeken met wijde pijpen, jeans vaak, 'Haha! Die liepen wat achter in de mode', hun lopen was hoekig en lomp terwijl de Italianen zweefden over straat, licht en elegant.

De rellen, later 'de spaghettirellen', hadden trekken van een burgeroorlog. 'Het ging hard erop met messen en alles', zegt Salvatore, 'er gingen mensen naar het ziekenhuis en naar de gevangenis.' Ria zegt: 'Toen was het heftiger dan nu.' De Italianen sloegen terug met bierflesjes en stoelpoten, en gingen daarna in staking. Veel kozen het hazenpad terug naar huis, 'nerveus' over de Nederlandse intolerantie - Salvatore vluchtte weg naar Amsterdam maar kwam weer terug, vanwege Ria natuurlijk. 'Het was een moeilijke en mooie tijd.'

Eerst de Italianen, daarna de Turken en de Turkenrellen van '72 in de Rotterdamse Afrikaanderwijk: dat ging er nog harder toe. Ze pikken onze huizen in, was daar de leus, en de gemeente bedacht een quotum: 5 procent buitenlanders maximaal per wijk. Tot de rechter het verbood.

Na een tijdje kwam er vrede in Oldenzaal, zegt Salvatore. Ja, zegt Marcello, 'die jongens zijn nu onze vrienden. Haha, echt waar.' Ze begonnen in '76 de Katholieke Italiaanse Arbeiders Vereniging, 'om onze cultuur en identiteit te bewaren'. Die vereniging heffen ze nu op, na veertig jaar - 'Antonio! Luister, weet je waarom? Wij zijn bijna tachtigè, onze kinderen en kleinkinderen zijn bijna niet meer Italiaans' - het is een mooi einde van een mooi verhaal.

Salvatores kinderen heten Guiseppe en Sabrina. De kleinkinderen heten Julian, Martijn en Noah - 'dat zegt genoeg'. De achterkleindochter van Marcello heet Tess, Hollandser wordt het niet, 'een Italiaanse naam was leuk geweest'. Hij kijkt er wat zuinig bij maar is desalniettemin tevreden.

Salvatore (rechts) in Milaan voor de keuring.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden