Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan de oorlog denk

Toen de Tweede Wereldoorlog begon was ik 10, toen hij afliep 15. Waarom begin ik over oorlog? Zijn er geen prettiger onderwerpen? De huizenhoge berk in onze achtertuin brengt me terug naar de oorlog. We waren toen vanuit Den Haag geëvacueerd naar Epe en woonden aan de rand van een berkenbos. In de winter van 1944 zaagden we de berken om en klein. We verkochten het hout.

Bij die berk denk ik ook aan Rusland en de oorlog en uit de nevelen van de tijd doemt ook de Fins-Russische oorlog op. Er gaat eigenlijk geen dag voorbij dat ik niet aan de oorlog denk. Dat komt door die berk. Toch zou ik hem niet graag kappen.

In de bundel Who's who in Whatland (De Bezige Bij, 1963) van L. Lehmann staat het gedicht 'Naar men zei':

Ik heb geleefd (naar men zei)

in een verscheurde naoorlogse wereld,

in een tijd dat soldaat zijn (naar men zei)

toch mooi was en tot veel goeds zou leiden,

dat was in vijf jaar bezetting

en een maand van borstbonkende bevrijdheid,

en toen (naar men zei)

in een verscheurde naoorlogse wereld.

Maar wat ik zag was dat iedereen

hard werkte aan de oorlog,

zaken-, staats- en zomaar lieden,

idealisten, knutselaars,

de slechtgetrouwde vrouwen in de BB comité's

en dan de jeugd, ja, de jeugd,

die altijd doen zal

wat redenaars in hun jeugd verzuimden,

die niet meer wou (naar men zei)

sterven als oude mannen dat wensten.

de jeugd wil ook wel eens helden

zien of zijn.

Liever dood,

maar dan snel en onverwacht.

Uit de Verzamelde gedichten (Stols, 1947) van mijn vader Jan Campert 'Vlerken des snellen doods'

Vlerken des snellen doods en schaduw over streken,

die ik eertijds zoo anders heb gekend,

lichter en onbekommerder! De Waal voor Lent,

het Walchersch landschap en de diepe Zeeuwsche kreken,

en o, mijn Amsterdam, het hart gaat allengs breken,

omdat het aan uw vrije pleinen was gewend,

en Schoorl en Bergen, waar een bevolen bent

vlerken des snellen doods slaat door de hemelstreken.

Als ik aan Frankrijk denk, dan denk ik aan Parijs.

Ik voel mijn oogen vol van tranen loopen.

Is er het licht nog licht? Zijn de bistro's nog open

na middernacht? De vrouwen klein en speelsch en wijs?

Wat valt er voor mijn land en Frankrijk nog te hopen?

Ik zie geen uitkomst meer, ik kan wel jaren loopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden