Er bestaan geen Britten meer ENGELSEN OP ZOEK NAAR NIEUWE IDENTITEIT

JEREMY PAXMAN, befaamd en vasthoudend interviewer van de BBC, neemt zo nu en dan een tijdje vrijaf om een boek te schrijven....

BERT WAGENDORP

Acht jaar later is die vraag in de ogen van Paxman irrelevant geworden en die vaststelling was aanleiding voor een nieuw boek, The English - A Portrait of a People. De voortschrijdende integratie in Europa enerzijds en de federalisering van Groot-Brittannië anderzijds hebben het begrip Britishness uitgehold. Britten, schrijft Paxman, bestaan niet meer, zo ze al ooit hebben bestaan. Want Brits is altijd een politieke term geweest, nooit een culturele. Ervoor in de plaats zijn weer Schotten gekomen, Welshmen, en Engelsen.

Wellicht juist door het feit dat zij door de Engelsen werden gekoloniseerd, behielden Schotten en Welshmen ook onder de Britse paraplu een zekere mate van eigen culturele identiteit. Maar met de Engelsen ligt dat anders. Die waren, met de groei van het imperium, steeds meer de archetypische Britten geworden, de Engelsman was een Brit en andersom.

Maar met de val van het imperium en de neergang van daaraan gelieerde instituties als de Church of England en het parlement van Westminster is de Engelsman in een identiteitscrisis terechtgekomen: wie is hij, als hij geen Brit meer is? Wat maakt de Engelsman tot Engelsman in de 21ste eeuw? Wat is zijn Englishness?

Paxman begint met een melancholieke vaststelling. 'De Engelsman vindt rust in het geloof dat zijn plek is gedoemd ten onder te gaan', schrijft hij, 'er is een obsessie met neergang.' Hij citeert de auteur E.M. Delafield, die het Engelse credo als volgt formuleerde: 'Ten eerste dat God een Engelsman is, vermoedelijk opgeleid op Eton; ten tweede dat alle goede vrouwen van nature frigide zijn; ten derde dat het beter is slordig te zijn dan netjes; en ten vierde dat Engeland ten onder zal gaan.'

Engeland is binnen honderd jaar van de grootste macht die de wereld ooit zag, een middelgroot Europees land geworden, dat nog verder wordt bedreigd door het onafhankelijkheidsstreven in Schotland. Er zijn naties om minder in een nationale depressie en identiteitscrisis terechtgekomen. Als Britishness niet meer bestaat, dan moet de Engelsman op zoek naar zijn Englishness. Maar waar?

Paxman: 'Er was een tijd dat de Engelsen wisten wie ze waren. Ze waren beleefd, rustig, gereserveerd en hadden heetwaterkruiken in plaats van een seksleven: hoe ze zich voortplantten, was een van de mysteries van de westerse wereld. Ze waren meer doeners dan denkers, meer schrijvers dan schilders. Ze waren gebonden aan hun klasse, bekrompen en wisten niet hoe ze hun emoties moesten uiten.' En ze hadden een 'verbazingwekkend talent' voor hypocrisie.

Stoïcijns waren ze ook. Een Engelse soldaat die dodelijk gewond in een ondergelopen loopgraaf aan de Somme lag, placht te zeggen, zo wil het verhaal, 'dat hij niet mocht mopperen'. De Engelsman had ook een groot superioriteitsgevoel jegens de rest van de wereldbewoners, een gevoel dat hij ontleende aan zijn leidersrol in het Britse imperium. En ook zonder het imperium is dat gevoel van meerderwaardigheid nog aanwezig. Het verklaart voor een deel de moeizame verhouding met Europa en de absolute onverschilligheid die veel Engelsen nog steeds tentoonspreiden jegens buitenlanders en het buitenland.

Sinds de legendarische krantenkop 'Mist in het Kanaal - Continent afgesneden', is er, althans in de Engelse geest, niet zo heel veel veranderd. De onlangs overleden Amerikaanse journaliste Martha Gellhorn vertelde Paxman dat ze Engeland, waar ze woonde, vooral zo waardeerde vanwege de 'absolute onverschilligheid' die Engelsen jegens buitenlanders ten toon wisten te spreiden, want die bevorderde haar privacy.

'Ik denk dat de Engelsen een superioriteitscomplex hebben. Duitsers vragen altijd: wat denk je van ons? Dat vinden ze belangrijk. De Engelsen kan het niks verdommen wat je van ze vindt. Ze weten zeker dat ze superieur zijn aan iedereen, dus kan het ze ook niet schelen wat anderen denken.' Imperium en het 'eilandgevoel' vormden de basis voor die instelling. 'De veiligheid van hun eiland maakte dat ze neerkeken op minder gelukkige volkeren, die leden onder het chronische nadeel niet Engels te zijn', schrijft Paxman - en het is de vraag of de verleden tijd hier terecht is.

Nog niet zo heel lang geleden nodigde de Duitse ambassadeur in Londen de hoofdredacteur van The Sun uit voor een gesprek over de zeer anti-Duitse houding van zijn krant, een tabloid. In een lang en vriendelijk onderhoud maakte de ambassadeur zijn gesprekspartner duidelijk dat Bonn niet streefde naar een Vierde Rijk en ook niet naar de onderwerping van Groot-Brittannië, zoals de krant regelmatig suggereerde. Hopend dat hij de lucht enigszins had geklaard, kocht de ambassadeur de volgende dag The Sun, waarin hij de volgende kop tegenkwam: The Hun Talks To The Sun.

Paxman - drievierde Engels, eenvierde Schots - staat gelukkig ver genoeg van zijn onderwerp af om het dubieuze karakter van de Engelse xenofobie te onderkennen. Bovendien beseft hij dat er voor een superioriteitsgevoel weinig reden meer is. Neem de lelijkheid van het land. Met instemming citeert Paxman de (Engelse) schrijver D.H. Lawrence, geen liefhebber van de Engelsen: 'De echte tragedie van Engeland is die van de lelijkheid. Het platteland is lieflijk; het door mensen gemaakte Engeland is zo smerig.'

En die lelijkheid beperkte zich in de ogen van Lawrence niet tot gebouwen. 'De grote misdaad die de klasse met geld en de industriëlen in de Victoriaanse tijd hebben begaan, is het veroordelen van de arbeiders tot lelijkheid, lelijke idealen, lelijke religie, lelijke hoop, lelijke liefde, lelijke kleren, lelijke meubelen, lelijke huizen.' Tot een duidelijke breuk met veel van die lelijkheid is het nooit gekomen.

Maar Englishness laat zich niet definiëren als lelijkheid, gelukkig. Paxman denkt dat liberalisme, individualisme, pragmatisme, een grote liefde voor het woord en vooral 'de glorieuze fundamentele eigenwijsheid' betere trefwooren zijn als het erom gaat Engelsheid te omschrijven.

Juist die eigenschappen, denkt Paxman, kunnen Engeland zijn eigen identiteit doen hervinden. 'Want in een wereld van toenemende communicatie, kleiner wordende afstanden, wereldwijde producten en steeds grotere handelsblokken, is het meest levenskrachtige gevoel van nationale identiteit het individuele bewustzijn van het rijk van de geest.

'De Engelsen keren, van het niet langer relevante rood-wit-blauw van Groot-Brittannië, terug naar het groen van Engeland. Het nieuwe nationalisme zal vermoedelijk niet zijn gebaseerd op vlaggen en volksliederen. Het is bescheiden, individueel, ironisch. Het is gebaseerd op waarden die zo diep in de cultuur zijn ingebed, dat ze bijna tot het onbewuste behoren. In een tijd van in verval rakende naties zou dat wel eens het nationalisme van de toekomst kunnen zijn.'

Dat is een optimistische gedachte, en het tegendeel van het oprukkende nationalisme van de little Englanders, dat in zichzelf gekeerd is, afkerig van de andere kant van het Kanaal en dat slechts nostalgisch terugblikt naar het glorieuze verleden. Dus hopelijk heeft Paxman gelijk.

Bert Wagendorp

Jeremy Paxman: The English

- A Portrait of a People.

Michael Joseph, import Penguin Nederland; 309 pagina's; ongeveer * 66,-.

ISBN 0 718 14263 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden