Epke ontbreekt het aan angst

Epke Zonderland (22) laat zijn rechterschouder zien. Er zit een flinke deuk in, een gat bijna. ‘Ik mis twee spieren, vandaar die kuil.’

Door onze verslaggevers Ianthe Sahadat en Peter Winterman

Hij grijnst. Want ondanks zijn schouderblessure is hij de eerste Nederlandse mannelijke turner die sinds 1928 naar de Olympische Spelen gaat, en zelfs kans maakt op een medaille. Zo schat hij zelf in.

In de gymnastiekhal aan de Abe Lenstra-boulevard in Heerenveen sleept Zonderland met gewichten, matten en springplankjes. Vandaag staat de krachttraining op het programma. Elke week traint hij ongeveer 29 uur, tot hij op 9 augustus in Peking in actie zal komen.

Zenuwontsteking
In januari bleek Zonderland een zenuwontsteking in zijn rechterschouder te hebben, die de functie-uitval van twee spieren veroorzaakte. De revalidatie zou maanden duren en deelname aan de Spelen leek vrijwel onmogelijk.

Maar Zonderland gaat toch. De meerkamp kan hij niet turnen, maar de rekstok, die minder belastend is, wel. Op miraculeuze wijze hebben zijn twee onbeschadigde spieren – het zijn vier spieren die het schouderblad in de kom houden – de voornaamste taken van de andere twee overgenomen.

‘Ik ging direct van het positieve uit. Er was een kans dat het snel zou aangroeien. Ik dacht: ik ben jong en fit, bij mij zal het wel snel herstellen.’

Charisma
Een jongen met charisma, noemde internationaal turnjurylid Vincent Reimering (38) Epke Zonderland in een interview met het Brabants Dagblad. Reimering roemde verder Zonderlands lef. Hij zou meer dan welke turner ook nieuwe, liefst complexe of onmogelijk geachte elementen in zijn oefening opnemen.

Als hij twee spectaculaire zweefonderdelen achter elkaar op de rekstok vertoont, houdt het publiek de adem in. Reimering: ‘Epke maakt iets los op de tribune. Zijn timing is perfect, niets is aan het toeval overgelaten.’

Zonderland voerde aan de rekstok nooit eerder vertoonde vluchtelementen uit. ‘Ep vliegt nu eenmaal graag door de lucht’, zegt zijn coach Speerstra over hem. Behalve zijn combinaties van twee vluchtelementen zonder tussenzwaai, veroorzaakte vooral zijn ‘gespiegelde Rybalko’ opschudding in de turnwereld.

De Rybalko is een element waarbij de turner tijdelijk aan één arm (de rechter) ronddraait en na een vlucht met anderhalve schroef terugkeert naar twee handen aan de rek. Zonderland voert hem gespiegeld uit, vanwege zijn geblesseerde rechterschouder.

Volgens kenners is de gespiegelde Rybalko ‘een tegennatuurlijke beweging die onmogelijk is aan te leren’. De gerenommeerde turncoach Dieter Hofmann was stomverbaasd. ‘Dit kán niet’, zou hij gezegd hebben.

Kicken
Zonderland grijnst. ‘Kicken hè? Dat mensen zo reageren, is wel erg gaaf. Dat zo’n trainer met zoveel ervaring dat nog nooit heeft meegemaakt, is toch mooi? ‘Meer mensen hebben het gezegd, de beste turners van Europa. Dat vind ik toch wel erg leuk om te horen.’

Niemand kan dit. Waarom jij wel? Denkt na.‘Ik pak dingen vrij snel op en heb een goede coördinatie.’ Stilte. ‘Ik denk dat dat wel een van mijn talenten is.’

Als jij de enige bent die dit kan, dan ben jij toch gewoon de allerbeste turner op de rekstok? ‘Bij turnen ben je pas de beste als je presteert op het moment dat het móét. Je traint op perfectie, het gaat om die ene perfecte prestatie. Als je je oefening niet goed doet, ben je ook niet de beste.’

In zijn revalidatieperiode kreeg Zonderland hulp uit onverwachte hoek. De turner kwam in een Friese fysiotherapiepraktijk bij toeval in contact met een Amerikaanse ‘stretchspecialist’, Bob Cooley. Zonderland had aanvankelijk zijn bedenkingen bij de behandelmethode van Cooley.

‘Hij doet een soort lenigheidsoefeningen met je. Normaal gesproken probeer je je spieren op lengte te brengen terwijl je ontspant. Dus als je een spagaat doet, is het altijd: ‘niet tegenwerken, ontspannen’. Maar bij Cooley probeer je je spieren juist op lengte te brengen onder weerstand’, legt hij uit.

Sceptisch
Dat de behandelwijze van de Amerikaan niet geheel onomstreden was, wist Zonderland wel. Maar de turner greep alles aan om zijn herstel te bespoedigen. ‘Ik was heel sceptisch. Het is nooit bewezen dat het werkt, maar als je geen opties hebt, wil je alles wel proberen.’

Door een reportage van Studio Sport kon heel Nederland een behandeling van Zonderland door de ‘stretcher’ en zijn team bijwonen. Met soms wel vijf man hing de Amerikaan aan het lijf van de turner en zijn vingers kon je luid horen kraken.

Zonderland: ‘Het zag er erger uit dan het was en voor het herstel is het echt goed geweest.’

Zijn olympische kwalificatie had wel wat voeten in de aarde. Afhankelijk van een teamprestatie op het WK krijgt een turner op naam of een heel team een ticket. De groepsprestatie was dusdanig laag (Nederland werd 19de) dat de individuele prestatie de doorslag gaf: de relatief onbekende Zonderland won een ticket op naam, de veel bekendere Yuri van Gelder niet.

Zonderland vindt het ‘superbalen’ dat ‘een topper als Yuri’ niet meegaat, maar zijn kwalificatie stond die van Van Gelder niet in de weg. Eigen schuld dus? ‘Nee, dat zeg ik niet!’

Groot talent
De Fries Zonderland was al bij zijn geboorte een groot turntalent. Gymnastiek zit de familie in het bloed. Opa Zonderland, een boer die het liefst acrobaat had willen worden, balanceerde geregeld op z’n handen in de nok van de stal.

En in huize Zonderland draaide alles om turnen. In de zomervakantie werd de tuin omgetoverd tot turnarena: een brug, een paard, ringen aan de schommel en lange matten in het gras. De drie broers Herre, Johan en Epke en hun oudere zus Geeske deden onderling wedstrijdjes en hielden een eigen puntentelling bij.

Omdat het mannenturnen in Nederland weinig voorstelde, trok de familie met trainer Speerstra elke zomer met auto en caravan door Europa, op zoek naar internationaal gelauwerde trainers en jeugdtoernooien. En door het hele jaar heen werd er fanatiek getraind.

Toch heeft Epke niet het gevoel dat hij in zijn jeugd gepusht werd. ‘We vonden het geweldig om in het buitenland aan wedstrijden mee te doen. We trainden wel veel, maar daarbuiten deden we allerlei leuke dingen, lekker zwemmen of spelen op de camping. In die zin was het heel gewoon.’

Coördinatie
Waarom hij uiteindelijk de beste van de drie broers werd, weet Zonderland niet. ‘Misschien heb ik inderdaad meer talent, vooral voor het coördinatieve gedeelte’, zegt hij, licht weifelend.

Kenners formuleren het stelliger, ze spreken van een ‘uitzonderlijk goed coördinatievermogen’ en ‘het ontbreken van enige angst’, waardoor hij complexe vluchtelementen betrekkelijk makkelijk aanleert.

Zonderland wil dat direct relativeren: ‘Ik ben heus wel bang geweest. Maar ik ben gewoon heel jong begonnen met turnen. Hoe jonger je bent, hoe sneller je dingen oppikt, denk ik. En m’n broers hebben me ook wel een beetje gepusht.’

Johan en Herre schoven de kleine Epke vaak naar voren als er een nieuwe oefening moest worden gedaan. ‘Ga jij maar eerst, Ep, jij bent de lichtste’, zeiden ze dan.

Meer proefkonijn dan durfal dus? Zonderland: ‘Ik heb het nooit zo doorgehad, maar het heeft in elk geval positief uitgepakt. Ik ben er vrijer door geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden