Episode 91: Alien (1979) & Aliens (1986) - deel II Volgens Verhoeven

Vandaag deel II van de Alien-bespreking. De vergelijking tussen Alien en Aliens leert dat het tweede deel maar een slap aftreksel is van zijn voorganger. Alsof de scenarioschrijvers een checklist hebben afgewerkt.

'Omdat Ridley Scotts Alien in 1979 minder opbracht aan de kassa dan verwacht (budget: 11 miljoen dollar; kassucceswereldwijd: 104 miljoen dollar), voelde distributeur 20th Century Fox aanvankelijk weinig voor een vervolg. Het succes van The Terminator (1984) deed de studio haar mening herzien. Vooral ook omdat Aliens geregisseerd zou worden door James Cameron, de man achter The Terminator.


Hij was fan van Alien en kwam met een concept dat zich het best laat omschrijven als: groter, duurder, langer, luider. Meer bang! for your bucks. Niet meer een space crew van zeven hoofdpersonen, nee, nu een stuk of twintig ruimtemariniers. Allemaal nieuwkomers, slechts Sigourney Weaver is als officier Ripley gebleven - zij was in deel I dan ook de enige overlevende. En het buitenaardse monster, natuurlijk. Wat heet: ditmaal hebben we het over een complete kolonie aliens op de achteraf-planetoïde LV-426.


Als stijl koos Cameron voor de schokkerige handheld-camera. Die rauwe aanpak paste beter bij de patrouillefilm die hem voor ogen stond, een soort intergalactische Platoon. Hoewel hun uitrusting superieur is aan die van de tegenstander gaan de ruimtemariniers ten onder in de vijandige omgeving, alsof het de jungle van Vietnam betreft. Alles is losser in beeld gebracht dan bij Alien, niet zo uitgedacht, hoekiger. Je kunt Aliens wel de voorloper noemen van Paul Greengrass' The Bourne Ultimatum (2007), waarin die nerveuze hand-heldcamerastijl werd geperfectioneerd.


Tot zover: alles oké, lijkt het. De film kreeg fraaie kritieken, scoorde zeven Oscar-nominaties, waarvan er twee werden verzilverd, en deed het goed aan de kassa. Zelfs Sigourney Weaver liet weten deel II veel beter te vinden, achteraf vond ze Alien maar een 'slappe komkommersandwich'. Ik kijk daar nogal van op. Bij herzien vind ik Aliens voornamelijk meer van hetzelfde, voegt hij niets toe aan de filosofie, het gevoel van vervreemding en de biologische vondsten die Alien juist zo speciaal maakten.


Dat komt, denk ik, omdat de oorspronkelijke scenaristen Dan O'Bannon en Ron Shusett door James Cameron overboord werden gezet. Hij wist natuurlijk ook dat sequels in de regel tegenvallen en zou het zelf wel even oplossen. Om zijn argumenten kracht bij te zetten, kon Cameron zijn scenario voor The Terminator omhoog houden. Maar alle schaalvergroting noch het 8,5 miljoen dollar ruimere budget kan verhullen dat O'Bannon en Shusett de betere schrijvers zijn: in concept, plotting, losse scènes én dialogen.


Het is bijna of Cameron de checklist van Alien heeft afgevinkt. Hebben zij officier Ash (Ian Holm) onder de bemanning, heimelijk een kwaadaardige androïde? Dan sturen wij in deel II officier Bishop (Lance Henriksen) mee. Ook een androïde, maar hij is juist goed. Om toch een slechterik aan boord te hebben, bedenken we het personage van Carter Burke (Paul Reiser), de corrupte vertegenwoordiger van het bedrijf dat verre planeten omwille van de grondstoffen exploiteert, maar dat houden we nog even geheim.


Gaat bij Alien het ruimteschip de lucht in na het aanzetten van het zelfdestructiemechanisme? Mooi, blazen wij de hele nederzetting op waar de aliens onze aardlingen uit hebben verjaagd. Is dat ruimteschip vernoemd naar Joseph Conrads Nostromo (1904), waarin het ook gaat over mijnbouw? Dan noemen wij het onze Sulaco, naar het fictieve dorpje uit dezelfde roman. Keert de alien in deel I twee keer met een schokeffect terug als we denken dat de strijd al is gestreden? Goed, doen wij dat nu drie keer. En zo verder.


Maar zo'n leuke scène als met scheepskat Jones in Alien zit er niet in. Die kat mocht niet meer meedoen, hij werd vervangen door het meisje Newt. Zij is op planetoïde LV-426 haar broertje en ouders kwijtgeraakt en leeft als een wolvenkind in de schachten van de nederzetting. Elk radiocontact is verbroken, reden voor de mariniers om binnen te vallen, en de kleine Newt is er natuurlijk voor de 'emo'-lijn.


Nee, dan Jones. Die zorgt bij Alien weliswaar ook voor de vertedering, maar het is door Ridley Scott zó geestig gedaan. De alien is vanuit de buik van de ongelukkige Kane (John Hurt) inmiddels naar buiten gebarsten en in een oogwenk volgroeid tot de dodelijke xenomorph. Hij verstopt zich in het laadruim, de crew gaat naar hem op zoek. Allemaal op eigen houtje. Dom! Je kunt het bloedbad al zien aankomen. Meca-nicien Samuel Brett (Harry Dean Stanton) moet van Ripley ondertussen Jones opsporen. Die heeft tijdens het pandemonium met het monster begrijpelijkerwijs een goed heenkomen gezocht.


Brett, uiteraard ook in zijn eentje, begeeft zich naar de krochten van het ruimteschip: kitty, kitty, kitty. Het duurt en het duurt maar, je verwacht die alien om iedere hoek, de suspense wordt helemaal uitgespeeld. Dan komt de rode kater tevoorschijn, het lijkt erop dat hij zich zal laten aanhalen. Maar plotseling, en dat is met een zoeklamp heel scherp uitgelicht, verandert zijn expressie. Grote ogen, blazen, alsof-ie wil roepen: pas op man! Achter je! Daar bungelt reeds de gigantische tentakel van de alien. Je ziet die kat denken: ja, hallo! en hij kruipt snel terug, terwijl de alien zijn verwoestende werk doet.


Hoe hebben ze dat gefilmd? Een anekdote wil dat ze de kat plotseling een Duitse herder voorhielden en hij onmiddellijk in het defensief ging. Een andere manier zou zijn die kat te lokken en het beeld in de film achterstevoren af te draaien. Een kat die terugkruipt, dat valt moeilijk te trainen. Knap blijft het en wat een leuke scène is dit. In Alien staat het bol van die goed geschreven scènes, ook al omdat het in deel I nog allemaal nieuw was, nooit eerder gezien. Dat kunnen we van deel II niet zeggen.


De eerste tien, vijftien minuten van Alien zijn wat sloom, maar vanaf het moment dat ze met de shuttle naar LV-426 gaan - omdat ze een onbekend noodsignaal in hun ruimteschip hebben opgevangen - ontpoppen de daaropvolgende dertig, veertig minuten zich tot de beste sciencefiction ooit gedraaid. Stuk voor stuk goede stappen, van scène naar scène. Het zit heel geraffineerd in elkaar.


Dat is de verdienste van Dan O'Bannon en Ron Shusett. Ik heb ze ontmoet toen ik in 1990 Total Recall maakte. Dan O'Bannon was de bedachtzame van de twee, hij schreef vooral de dialogen. Ron Shusett, een soort cowboy, was er eerder voor de grote concepten. Samen vormden ze een hecht team, al moet ik erbij zeggen dat hun scenario voor Total Recall tien jaar heeft rondgezworven. In die tijd moesten ze 45 versies schrijven, waren er vijf verschillende hoofdrolspelers aan verbonden en evenzoveel regisseurs.


Toen Arnold Schwarzenegger de producenten Mario Kassar en Andrew Vajna had overgehaald het script uit de failliete inboedel van producer Dino De Laurentiis te kopen en hij vervolgens mij benaderde, veranderde wéér alles. Arnold kun je nu eenmaal geen bedeesde man, klein van stuk, laten spelen.


Shusett begreep dat het vertrekpunt opnieuw moest worden omgegooid, maar O'Bannon - overleden in 2009 - had daar kritiek op, zeker achteraf. Nou ja, dat mag. Bovendien staat die kritiek mijn bewondering voor hun werk bij Alien niet in de weg. Juist door die Lovecraft-factor waarover we vorige week spraken, en het geweldige biologische concept voor de aliens. Laat ik het zo zeggen: door de sequel werd nog eens duidelijk hoe goed deel I is. In die zin mag Ridley Scott zijn opvolger James Cameron dankbaar zijn.'


Hoe hebben ze dat gefilmd?

In Alien zit een scène waarin scheepskat Jones naar achteren deinst. Er doen twee anekdotes de ronde over hoe de makers dat hebben gefilmd. De ene wil dat ze de kat plotseling een Duitse herder voorhielden en hij onmiddellijk in het defensief ging. Een andere manier zou zijn de kat te lokken en het beeld in de film achterstevoren af te draaien. Een kat die terugkruipt, valt moeilijk te trainen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden