Episode 90: Alien (1979) & Aliens (1986) - deel I

Anders dan in E.T. ben je in de films Alien en Aliens je leven niet zeker met een alien in de buurt. De enige goede alien is een dode. Er schuilt een geweldig biologisch concept achter deze films.

'Als het gaat om contact leggen met intelligente buitenaardse levensvormen, zit ik op de lijn van Stephen Hawking. In zijn documentairereeks Into the Universe (2010) stelde hij: doe het niet! Stuur geen Voyagers in deep space met een gouden plaat vol informatie over de mensheid, zoals in 1977 gebeurde. Hou op met het uitzenden van lasersignalen, gebaseerd op priemgetallen, om het universum kenbaar te maken dat we bestaan en wiskunde kennen. Hoe stom kun je überhaupt zijn om te verklappen waar je zit en hoe ver of juist hoe schamel je ontwikkeld bent? Stel dat aliens die berichten daadwerkelijk opvangen? Dan zijn volgens Hawkins de rapen gaar.


Ik begrijp dat goed. Christelijke religie vertelt ons dat wij mensen uniek zijn, de schepping van God. Kosmologisch gezien klinkklare onzin. Wij denken dat wel, maar we zijn helemaal niet het centrum van het heelal. Dan doe je miljoenen andere planeten ernstig tekort. En als wij ons op aarde al gedragen als een stel agressieve apen, waarom zouden aliens dan vriendelijker zijn? Als zij in ontwikkeling een paar honderdduizend jaar voorlopen en ze vinden ons, dan ziet het er niet best uit. In de woorden van Hawkins: de gevolgen van contact met een buitenaardse beschaving zullen rampzaliger zijn dan wat de landing van Columbus in Amerika voor de indianen betekende. Nee, we kunnen ons maar beter muisstil houden en hopen dat de 'anderen' ons over het hoofd zien.


In Alien (1979) wordt gespeeld met deze angsten, net als bij het vervolg Aliens (1986). Terwijl Steven Spielberg in Close Encounters of the Third Kind (1977) en E.T. (1982) de nogal naïeve theorie van menslievende buitenaardse wezens etaleerde, gaan Ridley Scott en James Cameron in hun respectievelijke werkstukken flink tekeer. Met zo'n alien in de buurt ben je je leven niet zeker. De enige goede alien is een dode alien. Of, zoals ze in Starship Troopers zeggen: 'The only good bug is a dead bug.' Volgende week zullen we Alien en Aliens naast elkaar leggen. De tweede bracht meer op, maar voor mij blijft Alien de betere film.


Wat je in zijn algemeenheid over sciencefiction kunt zeggen: het staat of valt met de filosofische constructie. Sciencefiction is meer dan schieten en achtervolgingen, de geslaagdere voorbeelden - de eerste akte van Kubricks 2001: A Space Odyssey - bewijzen dat ook. Twee belangrijke elementen tillen het Alienconcept uit boven de gemiddelde sciencefictionfilm. De eerste zou ik de H.P. Lovecraftfactor willen noemen.


Wie was H.P. Lovecraft (1890-1937) ook alweer? Dan hebben we het over de Amerikaanse schrijver van meestal korte verhalen, waarbinnen horror, fantasy en sciencefiction om voorrang vechten. Hij was literair gesproken minder begaafd dan de gekende stilist Edgar Allen Poe, maar wel slaagde Lovecraft erin een compleet particulier universum te scheppen. Je zou Alien daarvan de transponering van woord naar beeld kunnen noemen.


Bij Lovecraft vind je terugkerende figuren, een ervan is de Mythos van Cthulhu (spreek uit: Ktulu). Een groot, afschrikwekkend monster, dat al voor de mensheid op aarde leefde, en onverslaanbaar is bovendien. Hij duikt onder meer op in Lovecrafts novelle At the Mountains of Madness - die dit jaar door Warner verfilmd zou worden, maar omwille van de kosten werd geannuleerd - en in korte verhalen als The Haunter from the Dark. W.F. Hermans wees er in zijn Lovecraftessay op dat de schrijver zich doorlopend bedient van overvloedige adjectieven. Zodra het monster zijn entree maakt, staan er dingen als: 'onbeschrijflijk', 'het wezen waar je niet naar kunt kijken', het 'onzegbare'. Toch zou je dat ook als een geraffineerde truc kunnen bezien. Door het monster slechts vaaglijk te beschrijven, mogen we diens beeltenis zelf bedenken.


Net als bij Alien. Pas tegen het einde zien we het buitenaardse wezen in volle glorie. Tot die tijd krijgen we alleen flitsen en flarden. Dan eens een tentakel, een volgende keer zijn kaken, soms een detail in extreme close-up. Héél goed gedaan, zozeer zelfs dat het monster - als-ie dan eindelijk compleet wordt getoond - gek genoeg een beetje tegenvalt. De wet van Lovecraft: suggestie werkt in dit geval beter dan realisme.


Ik heb de schrijver leren kennen bij het kampvuur. Elk schooljaar gingen we met het Haagse Haganum-gymnasium op zomerkamp, tegen schemering trokken de begeleiders de omnibussen met griezelverhalen. Lovecraft zat daar ook tussen, en in zo'n setting maakte zijn proza een onuitwisbare indruk. Sterker: met Gerard Soeteman heb ik begin jaren tachtig gewerkt aan een scenario dat gebaseerd was op Lovecrafts The Thing on the Doorstep, het eerste verhaal dat ik ooit van hem hoorde bij het kampvuur. Het gaat over een kwaadaardige 'heks' die middels zwarte magie een zielsverhuizing tot stand brengt. Ze wil 'wonen' in het lichaam van haar echtgenoot, omdat ze als man - we spreken 1934 - meer macht heeft. Wij verplaatsten dit gegeven naar het heden, we maakten van die echtgenoot een adviseur van de Amerikaanse president. Zijn 'duivelse' vrouw neemt langzaamaan bezit van hem, zij gelooft in de onvermijdelijkheid van de nucleaire eindstrijd. Daarom begint ze er zelf maar vast mee en lanceert eigenhandig de eerste kernkoppen. Helaas werd het hele idee bij Warner Bros. in Burbank als 'te onwaarschijnlijk' en 'té on-Amerikaans' van de hand gewezen.


De Lovecraftfactor bleef bij Alien overeind. In dubbel opzicht, zelfs. Het buitenaardse monster, enigszins gelijkend op de Cthulhu, is een ontwerp van de Zwitserse kunstenaar H.R. Giger, wiens werk door co-scenarist Dan O'Bannon bij Ridley Scott werd geïntroduceerd. Een portfolio van zijn schilderijen en concepten verscheen in 1977 onder de titel Necronomicon, en laat dat nu net de titel zijn van het mysterieuze boek dat Lovecraft altijd noemt als hij een scène extra griezelig wil maken: hij las dingen als het verboden boek Necronomicon van de waanzinnige Arabier Abdul Alhazred. Dat zou bol staan van eeuwenoude informatie over het bovennatuurlijke, duivelse rituelen en zwarte magie.


Als jongen ben ik nog naar tal van bibliotheken geweest om het op te vragen, voordat ik eindelijk begreep dat het non-existent was, een hersenspinsel van Lovecraft. Kennelijk was kunstenaar Giger, die van 1940 is, er al net zo door gegrepen. Zoals ook Michel Houellebecq trouwens, die in 1991 een biografie over Lovecraft publiceerde: Contre le monde, contre la vie. Daarin noemt hij elk verhaal van de Amerikaanse schrijver een 'open snee van gierende angst.'


Het tweede ijzersterke punt van Alien is de biologische cyclus die de makers voor de monsters hebben verzonnen. De koningin-alien legt de eieren. In die eieren zitten zogeheten 'facehuggers', als je te dicht bij die eieren komt, bespringen deze kwalachtigen je en zuigen ze zich vast. Ze laten zich niet afstoppen door ruimtepakken of helmen, want ze bezitten een heavy soort zwavelzuur dat dwars door alles heenbrandt. Zit de 'facehugger' eenmaal op je gezicht, dan brengt hij een tentakel, een slurf, door de keel naar binnen, richting de maag. Daarmee wordt een embryo geplaatst. De 'facehugger' sterft af, maar dat embryo groeit door en barst uiteindelijk voor een kwart volgroeid door je buik naar buiten, zoals in de film de ongelukkige Kane (John Hurt) overkomt.


Geweldig biologisch concept, gebaseerd op allerhande parasiet-achtigen uit onze natuur. Weliswaar eindigt de film alsnog met schieten en achtervolgingen en gaat de hele crew, minus Ripley (Sigourney Weaver) en haar scheepskat Jones, eraan, deze uitgekiende cyclus voor buitenaards leven brengt Alien in mijn sciencefiction top-5.'


(wordt vervolgd)


Aliens (1986)

Genre: sciencefiction


Regie: James Cameron


Met: Sigourney Weaver, Michael Biehn, Carrie Henn, Jenette Goldstein, William Hope, Paul Reiser e.v.a.


137 min/kleur


Oscars voor 'beste special effects' en 'beste geluidseffecten'


Alien (1979)

Genre: sciencefiction


Regie: Ridley Scott


Met: Sigourney Weaver, Tom Skerritt, John Hurt, Harry Dean Stanton, Veronica Cartwright, e.v.a.


117 min /kleur


Oscar voor beste special effects


Facehuggers

In de film Alien legt de koningin-alien eieren waarin 'facehuggers' zitten. Als je te dicht bij die eieren komt, bespringen deze kwalachtigen je en zuigen ze zich vast. Zit de 'facehugger' eenmaal op je gezicht, dan brengt hij een tentakel, een slurf, door de keel naar binnen, richting de maag. Daarmee wordt een embryo geplaatst. De 'facehugger' sterft af, maar het embryo groeit door en barst uiteindelijk voor een kwart volgroeid door je buik naar buiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.