Episode 72: spartacus (1960) Volgens Verhoeven

Laurence Olivier mag bekend staan als een van de allerbeste toneelacteurs van de vorige eeuw, toch legt hij het in Spartacus af tegen Kirk Douglas. Toneelcharisma is iets anders dan filmcharisma.

'Er bestaat werkelijk zoiets als filmcharisma, de uitstraling van een acteur of actrice op het filmdoek. In Spartacus neemt de onwillige slaaf Kirk Douglas het op tegen Laurence Olivier, vertegenwoordiger van het hoogste Romeinse gezag. Olivier staat bekend als een van de beste toneelacteurs van de 20ste eeuw, misschien wel de allerbeste. Gevierd als Shakespeare-acteur, geroemd om zijn interpretaties van de Griekse klassieken, noem maar op. Toch legt hij het in Spartacus af tegen Kirk Douglas. Op zich doet Olivier alles goed. Hoe hij zijn zinnen zegt, zijn blikken werpt, allemaal zeer competent. We geloven onmiddellijk dat we met een machiavellistische Romeinse senator annex generaal te maken hebben. Maar Kirk Douglas heeft één geheim wapen: de close-up. En daarvoor hoeft hij niet eens te acteren.


Die kop van Kirk is hier zo krachtig, met dat wit om zijn ogen en dat kuiltje in zijn kin. Een klein hoofd, welbeschouwd, gezet op brede schouders, onderdeel van een strak afgetraind lichaam. Ik tel in Spartacus een close-up of twintig van Kirk en daarmee zet hij zichzelf volledig neer als een rebellenleider om rekening mee te houden. Kirk kijkt heel brutaal en die vuurspuwende ogen in de close-ups zijn precies het verschil met de toneelacteur Olivier. Die is dat niet gewend, dat werkt niet op toneel, dan zit je als kijker te ver weg. Filmcharisma is iets heel anders dan toneelcharisma: Marilyn had het, Carice van Houten idem, Charlton Heston had het ook, net als Arnold Schwarzenegger, op zijn eigen manier, of de jonge Rutger Hauer. Maar Laurence Olivier had het niet.


Ter verdediging kan worden gezegd dat Spartacus geheel werd opgehangen aan Kirk Douglas. Hij had de hoofdrol van Ben-Hur aan zijn neus voorbij zien gaan, en besloot: nou, dan maak ik zelf wel een epic. Hij kocht de rechten van Howard Fasts roman Spartacus uit 1951, de schrijver die omwille van zijn linkse sympathieën bij de grote Amerikaanse uitgevers op de zwarte lijst stond. We hebben het per slot over de Amerikaanse McCarthy-jaren.


Nog opmerkelijker was dat Douglas de al evenzeer gebrandmerkte Dalton Trumbo als scenarist vroeg en hem uiteindelijk onder diens eigen naam op de aftiteling zette. Een moedige daad, waarmee de politiek van 'blacklisting' werd gebroken. Slagvaardigheid kan Kirk niet worden ontzegd: toen de eerste opnamen tegenvielen, verving hij de ervaren regisseur Anthony Mann door de 30-jarige Stanley Kubrick. Zij kenden elkaar al van Paths of Glory (1957) en Kubrick had wel oren naar zo'n enorme opdrachtfilm, met een voor die tijd ongekend budget van 12 miljoen dollar.


Drie uur duurt Spartacus en onvermijdelijk kent het verhaal saaie passages. Zo maken ze zich in de Romeinse Senaat oeverloos lang zorgen over de opmars van Spartacus en zijn aangezwollen leger. Ook vind ik de romantische scènes tussen Spartacus en zijn liefje Varinia (Jean Simmons) niet zo bijzonder, maar dat is bekend van Kubrick. Hij voelde zich niet zo thuis bij liefde en seks: zijn laatste film Eyes Wide Shut (1999) leed aan hetzelfde euvel. Vast staat wél dat hij met Spartacus een van de meest ambitieuze films van zijn tijd afleverde en er zitten genoeg prachtige scènes in om er nog steeds van te kunnen houden.


Denk aan de beslissende veldslag tussen het legers van Spartacus en Marcus Licinius Crassus, het personage van Laurence Olivier. In de laars van Italië is Spartacus rond 71 v. Chr. in de val gelokt. Hij dacht een deal met Ciliciaanse piraten te hebben gesloten, hun schepen zouden de slaven naar de vrijheid voeren. Dan blijkt dat de piraten door Crassus zijn omgekocht, de schepen komen niet en een allesbeslissende confrontatie is onvermijdelijk.


Het gaat mij niet om die veldslag zelf. Dat is speer tegen zwaard, man tegen paard, een boel wapengekletter en hier en daar een afgehakte arm. Nee, het gaat mij om de minuten voordat de strijd losbarst. Spartacus staat met zijn ongeregelde troepen op een heuvel, de camera kiest zijn gezichtspunt. Voor hem ligt een uitgestrekte vlakte en daar verschijnen de Romeinse cohorten.


Eerst tien, van elk een man of vijfhonderd. Ze stellen zich op in de zogeheten Testudo- of wel schildpadformatie. En dat is nog maar de eerste gepantserde colonne, want daarachter arriveren reeds de volgende tien cohorten en dan nóg eens tien. Kubrick zet hier duizenden figuranten in, naar ik heb begrepen militairen van de Spaanse infanterie - de gigascènes van Spartacus zijn allemaal op het Spaanse platteland gedraaid. De filmmuziek van Alex North laat trommels roffelen en hoorns schallen, het geluid wordt vermengd met het ritmische gestamp van de marcherende soldaten. Het gaat maar door en door, en dan... stilte.


Wij begrijpen: hier helpt geen stoere close-up meer aan. Tegen dit mechanische Romeinse monster, dat zich zo geordend langs lijnen als die van Mondriaan door het landschap weet te verschuiven, heeft Spartacus geen schijn van kans. Écht een topscène, te vergelijken met de wagenrace uit Ben-Hur. Kubrick heeft gedacht: het is weliswaar een opdrachtfilm, nu zal ik eens even laten zien wat ik in huis heb. In een scenario staat dan meestal één zinnetje: De Romeinse soldaten stellen zich op. We mogen wel zeggen dat Kubrick dit ene zinnetje heeft gemaximaliseerd tot hét visuele hoogtepunt van de film.


Wat verhaaltechniek betreft zijn de eerste 40 minuten het interessantst. Dalton Trumbo heeft dit exposé zo in elkaar weten te schuiven dat we a) onmiddellijk partij kiezen voor de trotse Spartacus en b) precies weten hoe decadent die verdorven Romeinse elite is. Spartacus is dwangarbeider in een steengroeve en wordt opgekocht door handelaar Batiatus (Peter Ustinov). Hij zal een gladiator van hem maken. Diens trainingsschool in Capua wordt bezocht door Crassus en zijn gezelschap, onder wie zijn minnares Helena. Haar broer Glabrus is getrouwd met de mooie Claudia Maria en nu zijn ze gevieren op huwelijksreis. Wat ze van Batiatus wensen is een privéshow. Vier gladiatoren, twee tegen twee, strijd tot de dood erop volgt. Batiatus denkt: daar gaat mijn investering. Straks zit ik met twee dode gladiatoren. Maar als de puissant rijke Crassus hem achteloos ruim voldoende sestertiën toesmijt, is hij snel om.


Kirk moet vechten tegen de grote, zwarte Ethiopiër Draba, gewapend met drietand en vangnet. Met zijn korte zwaard, de gladius, is Kirk geen partij. Draba weigert hem evenwel te doden, en als vooral de dames daarop luidkeels aandringen, richt hij zijn woede tot de ereloge. Hij werpt zijn drietand richting het bordes, bestormt dat vervolgens en moet zijn opwelling met de dood bekopen. Een speer in zijn rug, en een geroutineerde dolkstoot van Crassus in zijn nek. De boodschap: deze lui gaan over lijken. Geestig dat Trumbo uitgerekend het zwarte personage zo barmhartig laat zijn, uiteraard gericht tegen hedendaagse vooroordelen.


Een andere prikkelende Trumbo-scène haalde de oorspronkelijke eindmontage niet, maar staat wel op de gerestaureerde versie. Het is de oyster & snail-scène, waarin Crassus tijdens het badderen op slinkse wijze informeert of zijn slaaf Antoninus (Tony Curtis) ook biseksueel is, net als hij van 'oesters' én 'slakken' houdt. Tony laat het in het midden, maar sluit zich wel onmiddellijk aan bij het leger van Spartacus.


Hoogst onderhoudend, allemaal, met Kirk Douglas als stralend middelpunt. Ik heb hem een keer ontmoet, hij kwam met zoon Michael naar de set van Basic Instinct. Hij had nog steeds die goeie kop, nog altijd dat charisma. Bijzonder, hoor, om Spartacus de hand te schudden.'


Spartacus (1960)


Genre: historisch drama


Regie: Stanley Kubrick


Met: Kirk Douglas, Laurence Olivier, Jean Simmons, Charles Laughton, Peter Ustinov, John Gavin e.v.a.


197 min (gerestaureerde versie)/kleur


4 Oscars


Topscène


'Tegen dit mechanische Romeinse monster, dat zich zo geordend langs lijnen als die van Mondriaan door het landschap weet te verschuiven, heeft Spartacus geen schijn van kans. Écht een topscène, te vergelijken met de wagenrace uit Ben-Hur (1959). Kubrick heeft gedacht: het is weliswaar een opdrachtfilm, nu zal ik eens even laten zien wat ik in huis heb.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden