Episode 56: Taxi Driver (1976) - deel II

In de epiloog wordt de indruk gewekt dat de New Yorkse taxichauffeur Travis Bickle een held is.

'Naarmate je ouder wordt vraag je je bij films eerder af: wat wordt hier nu eigenlijk gesteld? In het geval van Taxi Driver worden we verleid om mee te gaan met - objectief beschouwd - een psychopaat die de groezelige straten van New York wil schoonvegen: Travis Bickle. Nogal een ambigu personage. Niettemin koesteren we sympathie voor hem. Deels heeft dat te maken met het charisma van Robert De Niro, die Travis op onnavolgbare wijze speelt. Vergelijk het met Al Pacino in Scarface, net zo goed een amoreel personage, toch kies je partij voor hem. Een ander belangrijk punt is dat door het scenario van Paul Schrader de gekte van Travis stap voor stap tevoorschijn komt. Hij maakt een psychologische ontwikkeling door die van kwaad tot erger gaat en die culmineert in het bloedbad dat hij aanricht in een bordeel. Maar aanvankelijk denk je te maken te hebben met een getraumatiseerde Vietnamveteraan die lijdt aan insomnia en die van zijn nood een deugd maakt: zijn slapeloosheid wendt hij aan om in de nachtploeg van de taxidienst te gaan werken, zo verdient hij nog wat geld. Dat kan. Daar is Travis nog niet de lone wolf die hij later worden zal.

Als de makers hem direct hadden neergezet als volslagen idioot was identificatie een stuk lastiger geweest. De eerste aanwijzing dat hij niet helemaal spoort krijgen we als hij Betsy (Cybill Shepherd) meevraagt op een avondje uit. Zij werkt als vrijwilligster in het campagneteam van presidentskandidaat Charles Palantine (Leonard Harris), en Travis herkent in haar een onschuldige engel, een meisje van de zuiverste schoonheid. Om Betsy te verrassen neemt hij haar mee naar een pornotheater om een Zweedse blootfilm te bekijken: Swedish Marriage Manual. Dan denk je: hoe waarschijnlijk is dit? Je hoeft niet abnormaal begaafd te zijn om te begrijpen dat zoiets op een eerste date niet per se de beste zet is. Wat helpt, is als je weet dat Schrader zijn scenario deels op de dagboeken van Arthur Bremer heeft gebaseerd, de man die presidentskandidaat George Wallace in 1972 neerschoot. Die dagboeken werden in 1973 gepubliceerd onder de titel: An Assassin's Diary. Eruit blijkt dat Bremer al evenzeer een contactgestoorde solist was, en toen die dan eindelijk een meisje kreeg, liet hij vol trots zijn pornocollectie zien.

Betsy trekt dat bezoekje aan de bioscoop niet en besluit: nou, die Travis toch maar liever niet, zacht gezegd. Psychologisch gezien de opmaat naar zijn wraakgevoelens. Deze vrouw, het mooiste dat hij in zijn leven gevonden heeft, die misschien de totale eenzaamheid die hij altijd al voelde zal doorbreken, juist zij wijst hem af. Op zeker moment schreeuwt hij haar de gedenkwaardige woorden toe: 'Je zult sterven in de hel, je bent precies als alle anderen!' Het motiveert Travis om bijna ogenblikkelijk een koffer vol revolvers en pistolen te gaan kopen. Weliswaar heeft hij zich voorgenomen presidentskandidaat Charles Palantine om te leggen, maar dat lijkt een sublimering. Degene die hij werkelijk wil kwetsen is Betsy, en hij maakt zichzelf wijs dat hij een heilige opdracht heeft om alle kwaad voorgoed de wereld uit te helpen, te beginnen in de verpauperde buurten van New York.

Om zijn sympathie bij de kijker wat te verhogen, wordt nu een extra verhaallijn ingevoegd. Een aanslag op Palantine, die bovendien mislukt, dat was wat al te saai geweest, een anticlimax. Dus laten ze Travis zich bekommeren om het lot van Iris (Jodie Foster), een 12-jarig kindhoertje dat in handen is gevallen van mister sleaze himself, de pooier Sport (Harvey Keitel). Dat is nobel, dat neemt Travis voor ons in. Wel is het de vraag of zijn methodes zo gelukkig zijn. Nadat hij zich een mohican haircut heeft aangemeten, treed hij op als eigen rechter, schiet wild om zich heen en vermoordt hij drie mannen, onder wie de pooier. Wellicht had hij die lui beter kunnen aangeven, dan hadden ze een jaar of twintig gekregen. Blijkbaar wil Travis sterven als een soort samoerai, de heldendood, het bloed gutst uit zijn nek, en hij glimlacht erbij. Missie volbracht lijkt hij de agenten te willen zeggen als die in allerijl verschijnen op de plaats delict, hij zet zijn bebloede vingers tegen zijn slaap: páng!

Dat brengt ons bij het einde, een paar maanden later. Travis rijdt weer rond in zijn taxi, hij heeft zijn mohikanenkuif verruild voor zijn gebruikelijke haardracht, in zijn kamer hangen krantenberichten waarin hij is uitgeroepen tot held die het opnam tegen het schuim, écht een voorbeeldburger. Vroeger nam ik die epiloog voor waar aan, nu denk ik: té onwaarschijnlijk. Dit kan alleen maar Travis' stervensvisioen zijn. Scorsese - die vroeger priester wilde worden, en in zijn films altijd enorm van de verlossing voor zijn hoofdpersonen is - claimt dat de epiloog voor hem écht aanvoelt. Ik geloof daar niet in, het is een droom, dat moet het zijn, anders stort Taxi Driver voor mij alsnog volledig in. En dat wil ik niet, daarvoor is de rest van de film te goed.'

Taxi Driver

(1976)

Genre: drama/psychologische thriller

Regie: Martin Scorsese

Met: Robert De Niro, Jodie Foster, Cybill Shepherd, Harvey Keitel, Leonard Harris, Peter Boyle e.v.a.

113 min/kleur

4 Oscarnominaties

Paul Verhoeven gelooft daar niet zo in. De wand met krantenknipsels is een droom.

De slotscène kan alleen maar een stervensvisioen zijn, want Travis Bickle opvoeren als voorbeeldburger

is té onwaarschijnlijk.

Taxi Driver is te zien tijdens het Martin Scorsese-retrospectief in Eye in Amsterdam.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden