Episode 52: Double Indemnity (1944) - deel 1

In deze film draait het om brave burgers die heimelijk kwaad in de zin hebben, een kenmerk van film noir. Bij Double Indemnity is het de ogenschijnlijk zo alledaagse Phillys Dietrichson die verzekeringsagent Walter Neff in haar netten strikt.

'Deze film ging de geschiedenis in als een van de eerste, zo niet de allereerste Hollywoodproductie waarin het vertelperspectief van de slechteriken wordt gekozen. Er waren eerder vertellingen geweest als Little Caesar (1931) en de oorspronkelijke Scarface (1932), maar daarvan was bij voorbaat duidelijk dat het om onaangepaste, diep verdorven gangsters ging. In Double Indemnity draait het juist om brave burgers die heimelijk kwaad in de zin hebben; verborgen agenda's zijn bij uitstek een kenmerk van film noir. In dit geval is het de ogenschijnlijk zo alledaagse Phillys Dietrichson (Barbara Stanwyck) die verzekeringsagent Walter Neff (Fred MacMurray) in haar netten strikt.


Hij komt in Los Angeles op huisbezoek als agent van de Pacific All-Risk voor het verlengen van de autoverzekering van haar echtgenoot. Langzaamaan weet Phyllis het met haar geraffineerde charmes zo te draaien dat ze samenspannen om a) haar man op achterbakse wijze een ongevallenverzekering aan te smeren en b) hem vervolgens te vermoorden om het geld te incasseren. Voor dubbel tarief, want 'double indemnity' krijg je als een ongeval zo buiten de orde valt dat er een bonus op staat.


Dus doen ze het voorkomen alsof Dietrichson - die zijn geld verdient in de olie-industrie - per ongeluk van het observatiedek van een trein valt, terwijl hij op weg is naar een Harvard-reünie. In werkelijkheid is net tevoren zijn nek gebroken door Walter Neff, die zich had verscholen onder de achterbank van Dietrichsons automobiel. De handeling zelf blijft buiten beeld, maar wel horen we het kraken. Ondertussen richt de camera zich op de diabolische blik van Phyllis, ze zit angstwekkend onaangeraakt naast het slachtoffer. Neff pakt diens hoed, jas en krukken en stapt in zijn plaats op de trein. Niet veel later verdwijnt hij, en vervolgens leggen Phyllis en Neff in het duister en in allerijl het lijk van de échte Dietrichson op de rails.


Ze denken de perfecte misdaad in scène te hebben gezet. Uiteindelijk komen ze bedrogen uit, maar dat geldt slechts de laatste tien minuten. Dan moeten ze op de valreep allebei worden gestraft voor hun amorele gedrag, door onderlinge onmin schieten ze uiteindelijk op elkaar. Dit schreef de zogeheten Hays Code voor, een door de politiek van het goede fatsoen opgelegde lijst aan do'sand don'ts voor Hollywoodfilms, die tussen 1930 en 1968 haar censurerende werking kende: het publiek mocht eens op het verkeerde spoor worden gezet.


Die Hays Code - officieel de Motion Picture Production Code, maar in de volksmond vernoemd naar initiator William Harrison Hays, politicus van Republikeinse komaf - leverde onbedoeld de interessantste neveneffecten op. Want er ontstond een geheimtaal, vol seksueel geladen, indirecte metaforen, in woord en beeld: film noir. En regisseur Billy Wilder las die geheimtaal als geen ander. Er waren al pogingen geweest dit verhaal van James M. Cain te verfilmen, geschreven in 1935, en gebaseerd op een identieke zaak in Queens, New York uit 1927, maar altijd greep de Hays Code in. In samenspraak met de fameuze thrillerschrijver Raymond Chandler wist Wilder het scenario zo handig in te kleden dat zij er doorheen rolden. Grensverleggend, en met blijvend effect. Ik bedoel, in Brian de Palma's Body Double (1984) en ook mijn eigen Basic Instinct (1992) trekken de slechteriken aan het langste eind, zijn het de goedwillende personages die het loodje leggen. Zoveel zijn we in circa vijftig jaar dus al opgeschoten in Hollywood, we raken wat meer aan het echte leven: er zijn natuurlijk genoeg schurken die ermee wegkomen.


Zoals alle genres kent ook film noir zijn eigen wetten. Naast de gebruikelijke reeks aan onverwachte plotkantelingen, is daar allereerst de femme fatale, de gevaarlijke vrouw aan wie de mannelijke hoofdpersoon geen weerstand kan bieden. Hij is als was in haar handen, ook al doet hij nog zo zijn best dat te ontkennen. Als specialist verzekeringen heeft Neff heus wel eens gespeeld met dat idee van de perfecte misdaad, het is Phyllis die hem er daadwerkelijk in sleurt. En ze is nog wel onverdacht blond, meestal zijn het brunettes en gitzwarte ravissantes die er in de iconografie slecht op staan.


Ander element is de intrigerende clair-obscur, het spel met licht en donker. Buiten is alles gedraaid in vol zonlicht, maar bij de interieurs is het doorlopend schaduwrijk. Als je goed oplet, zie je dat bij alle entrees van Neff zijn schaduw reeds vooruitsnelt: het symboliseert de ophanden zijnde ondergang. Neff zegt het trouwens zelf. Hij heeft een raar voorgevoel dat de hele moord zo perfect verliep, dat het niet goed kan gaan. Hij voelt zich als een dead man walking, en vreest voor het instinct van zijn geroutineerde chef Barton Keyes (mooie rol van Edward G. Robinson).


Dat wordt nog eens benadrukt door de wijze waarop de belichting maximaal gebruikmaakt van de jaloezieën, overal strepen als tralies op de muur: Phyllis en Walter zijn al gevangen voordat zij het zelf beseffen. Maar bovenal kenmerkt de film noir zich natuurlijk door die hard-boiled dialogen, daarover volgende week meer.


(wordt vervolgd)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden