Entree Fortuyn in politiek is bedenkelijk voor leefbaarheid

Konden de columns van Pim Fortuyn nog worden afgedaan als uitgeschreven borrelpraat, als politicus treft hem het verwijt dat zijn islamfobie de maatschappelijke spanningen op een bedenkelijke manier aanjaagt, meent Thom de Graaf....

ZIJN entree in de Nederlandse politiek lijkt niet meer te negeren. Tromgeroffel en klaroengeschal, vooral met eigen muziekinstrumenten: Pim Fortuyn laat weten dat hij er is. Wellicht wordt hij met Leefbaar Nederland op deze manier een nieuwe, en daarom welkome factor in de komende verkiezingen. Maar nieuwigheid alleen is geen grond voor een oordeel over een politicus of een partij. Het gaat om het gedachtengoed.

Dat gedachtengoed van Fortuyn is interessanter dan zijn vehikel, Leefbaar Nederland. Want het is nu al de vraag of dat wrakke voertuig hem ooit in de Kamer zal brengen. Wellicht zal hij alsnog een eigen lijst moeten vormen. Het is wel duidelijk wat zijn campagnethema zal zijn: 'de koude oorlog tegen de Islam'. Onder het masker van 'durven zeggen wat de elite verzwijgt', generaliseert Fortuyn er lustig op los over de islam en de moslimgemeenschap in Nederland en daarbuiten. Hij negeert feiten en argumenteert inconsistent.

In het programma Buitenhof van 4 november neemt hij afstand van de terminologie 'koude oorlog', onder vermelding dat hij dit na 11 september niet meer heeft gezegd. Dat was een leugentje om electorale redenen. Want vlak ná de aanslagen liet Fortuyn in het partijmagazine van zijn voormalige CDA-vrienden nadrukkelijk optekenen: 'De tragedie in de Verenigde Staten maakt het nog eens duidelijk. Het is niet genoeg waakzaam te zijn. We zullen de barricades op moeten om onze normen en waarden uit te dragen en te beschermen. Een koude oorlog met de Islam is onvermijdelijk!'

In datzelfde interview stelde Fortuyn openlijk dat een partij die islamieten toelaat, een touw om de eigen hals knoopt. En zo rijst uit zijn geschriften een heuse islamfobie op. In het bijzonder geldt dat voor de Elsevier-columns van de afgelopen twee jaar, die veelvuldig de islam, het asielbeleid en een combinatie van beide als onderwerp hadden.

Wat Fortuyn moet worden nagegeven, is een consistente visie op de islam. De godsdienst en de onderliggende cultuur deugen niet en zijn een gevaar voor de westerse samenleving. Hij omschrijft de islam als een niet-geseculariseerde wereldstroming: 'Terreur en doodslag zijn daar de normale methoden om andersdenkenden tot inkeer te brengen, wie zich het Islamitisch geloof niet door de strot laat dwingen, wacht de onvermijdelijke doodslag' (Elsevier, 6 november 1999). Wie zo generaliseert, moet ook tot de conclusie komen dat alle gelovige christenen vrouwenhaters zijn en alle orthodoxe joden christenmoordenaars, en vice versa.

Aan het onderscheid tussen fundamentalistische en meer liberale moslimstromingen wenst Fortuyn weinig betekenis te hechten. Dat onderscheid is maar betrekkelijk, vindt hij, want de gehele islam bedreigt de wereldvrede (Elsevier, 25 augustus 2001). Onduidelijk blijft tot nu toe wat de grond voor deze bewering is. Een verwijzing naar onderdrukking en oorlogen waar moslims of islamitische regimes bij betrokken zijn, volstaat natuurlijk niet. In Europa zijn, ook in onze tijd, gruweldaden gepleegd door fanatici van christelijke herkomst. In Bosnië en Kosovo waren het moslims die door christenen werden vervolgd, en waar het Westen heeft ingegrepen. Onderdrukking vindt op grote schaal plaats door communisten, nationalisten en machtswellustigen op vele plekken op aarde, zonder dat de islam in het spel is.

In zijn concrete politieke voorstellen blijft Fortuyn na al die jaren nadenken over islam en asielbeleid opmerkelijk vaag. En veelal inconsistent. Nederland zou per jaar maar tienduizend asielzoekers moeten opnemen, een quotum zoals we dat in de visvangst gewend zijn. Hoe dat moet worden bereikt, blijft een raadsel. Het Geneefse Vluchtelingenverdrag herzien? Fortuyn denkt dat Europa dat in zijn eentje kan (Elsevier, 6 mei 2000), maar het is en blijft een verdrag van de Verenigde Naties. Wie wil weten hoe Fortuyn uitgeprocedeerde asielzoekers anders dan nu wil uitzetten, wordt ook niet veel wijzer. Islamieten moeten net zo behandeld worden als communisten tijdens de Koude Oorlog (CDA-magazine, september 2001), maar de vraag is hoe Fortuyn dat in praktijk wil brengen. Uit openbare ambten weren, in de gevangenis zetten, negeren of zwartmaken?

Fortuyn vindt dat moet worden opgetreden tegen hoofddoekjes en vrouwendiscriminatie door moslims en acht het onacceptabel dat moslims ons 'christenhonden en hoeren' noemen. Maar dezelfde Fortuyn meent dat de overheid vooral niet moet optreden tegen imams die vreselijke opmerkingen maken over homo's. Wie het nog kan volgen, mag het zeggen.

Even opmerkelijk is zijn opinie dat kardinaal Simonis en ChristenUnie-leider Van Dijke meer historische rechten hebben om homoseksuelen te discrimineren dan imams, omdat die laatsten niet autochtoon maar import zijn en daarom onze gastvrijheid moeten respecteren (Elsevier, 9 juni 2001).

Wie zich in weekbladkolommen zo generaliserend uitlaat, maakt zich schuldig aan borrelpraat in geschreven vorm. Wie er als politicus de boer mee opgaat, laadt een veel grotere verantwoordelijkheid op zich: het aanjagen van maatschappelijke tegenstellingen in een tijd van grote onzekerheid. Hoe moet een in Nederland woonachtige gelovige moslim die de wet respecteert en zijn burgerplicht vervult, zich verweren tegen de aanklacht dat zijn denken en zijn geloofsbeleving alleen maar gradueel - en dus niet principieel - verschillen van Osama bin Laden? Wat moet een niet-moslim wel denken van zijn moskee-bezoekende buurman als Fortuyn schrijft over islamieten: 'Ze vinden dat ze het publieke domein moeten domineren met de door hen opgelegde normen en waarden'?

Islamfobie is nog geen vreemdelingenhaat, en het is niet terecht om Fortuyn dat verwijt te maken. Wat hem wel valt aan te rekenen is generaliseren tot in de hoogste macht en daarmee het beeld oproepen van een vijandige bevolkingsgroep die structureel en opzettelijk waarden als democratie en vrijheid bedreigt. De islam kent ongeveer evenveel varianten als het christendom en maakt in het Westen een proces van secularisatie door dat heel wat sneller verloopt dan de eeuwen die het christendom daar zelf voor nodig had.

Het uitroepen van een kruistocht tegen de islam is daarom een primitieve reactie, vergelijkbaar met 'de uitingen van een achterlijke woestijncultuur' waar Fortuyn zelf imams van beschuldigt. Wordt Nederland leefbaarder met een eerste kabinet-Fortuyn? Wellicht voor sommigen. Fortuyn kan voor de Nederlandse politiek op sommige terreinen interessant zijn, maar voor een leefbare samenleving is zijn komst ronduit bedenkelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden