Enquist laat echtelieden weer huilen

In de vernietigende 'Cursus Enquist-proza' die Arie Storm opnam in zijn roman De ongeborene (2001), noemde hij een tiental hinderlijke kenmerken, waaronder het slachtofferschap van haar hoofdpersonen: 'Of vrouwen nu wel of niet iets in hun mars hebben, zorg er altijd voor dat ze voortdurend heel erge dingen overkomt waar...

Eén belangrijk kenmerk vergat Storm in zijn hoon: in plaats van emoties op te roepen, benoemt Enquist ze botweg. De lezer krijgt behalve een verhaal ook de duiding er gratis bijgeleverd, in lelijke therapeutische termen .

De ijsdragers heet de novelle van Anna Enquist die de Stichting CPNB in deze 67ste Boekenweek in een oplage van 747 duizend exemplaren over het land verspreidt. Haar nieuwste slachtoffer heet Loes, een lerares oude talen die graag Tacitus leest: 'Zij luisterde met een hongerige onderlaag van haar zintuigen naar wát de grote geschiedschrijver zei, zij zocht naar de redenen van de meeslepende formuleringen en zuchtte tevreden als een scherp gesneden woordenpaar exact aansloot bij zijn betekenis. '

Loes moet niets hebben van auteurs die ontregeling prediken, want zulke lieden tonen 'een gebrek aan inzicht in wat mensen overeind hield'. Op de leesclub, waarvan ze korte tijd lid is geweest, had ze evenwel niet gedurfd deze mening uit te spreken.

Ze durft wel meer niet, deze Loes, kopschuw als ze wordt van een confrontatie met mensen zonder hongerige onderlaag van hun zintuigen. Die lijdzaamheid komt haar in haar eigen huwelijk duur te staan.

Er is iets grondig mis in het leven van Loes. Een halfjaar geleden is haar dochter Maj verdwenen, vlak voor het eindexamen. Gevlucht misschien voor het kille ongeduld van haar vader die resoluut heeft besloten daarover niet met zijn vrouw te praten .

Want dat kan hij niet, de psychiater Nico van der Doelen, die natuurlijk - zijn naam voorzegt het al - de starre doelmatigheid is toegedaan. Psychotherapie en zorg zijn hem een doorn in het oog. Begrip, hij gruwt ervan. Régels, besluiten nemen, actie, daaruit bestaat zijn leven, en daardoor wil de psychiater maar niet inzien dat er in zijn eigen gezin een gapende wond is geslagen die wel kan worden verdoezeld door hard te werken en weinig te voelen, maar die toch op een kwade dag bovengronds zal komen.

Enquist laat de echtelieden weer goed huilen (zoals de cursus van Arie Storm ook voorschrijft), maar dan is het al te laat. In zijn drang om te werken, hopend daarmee grote problemen in zijn privé-leven hardhandig weg te werken, slaat Nico van der Doelen door. Hij wordt directeur van het ziekenhuis waar hij als eerste geneeskundige werkzaam was, en stelt prompt voor de zaak ingrijpend te reorganiseren. Snoeien!

Dat doet hij ook in de tuin: 'De man snoeit graag, dacht ze, terwijl ze naar de neervallende heggenranken keek. De man is bang dat hij zelf wordt besnoeid en besneden, hij wil de vijand voor zijn en gaat tot de aanval over. Het snoeien is afweer van de angst voor het hakmes. Ze glimlachte.'

Loes glimlacht slechts, in stilte beter wetend, met de warme woorden van Anna Enquist ( nergens een scherp geslepen woordenpaar) als een droevig dekentje om de neerhangende schouders. Daarom wordt het zo bitter weinig met het drama van De ijsdragers. 'Onmacht is een nutteloos gevoel', denkt Nico, 'het verlamt en maakt mismoedig. Weg ermee, naar buiten, actie.' Terwijl zijn vrouw denkt: 'Als ze elkaar niet meer hoefden te vervormen en ontwerpen konden ze ook wat er gebeurde zich laten voltrekken, zonder verduistering, zonder verdraaiing.'

Geen regels dus, en geen ontregeling, maar machteloos durven zijn, de zachte krachten laten spreken: 'Ik ben scherven. Ik ben splinters.' Ze lijkt er nog trots op ook, Loes van der Doelen, als ze ten slotte de begrafenis bijwoont van haar man wie ze nooit iets wezenlijks heeft willen meedelen.

Echter, Enquists novelle laat de scherven en splinters niet zien. Haar verhaal is schematisch opgebouwd, zodat de dochter Maj geenszins uit de verf komt, en ook het huwelijk tussen Nico en Loes als een gegeven wordt gepresenteerd, niet als een proces of een fase in een ontwikkeling. Eén raadsel wordt de lezer gegund: waarom een schrijfster die impliciet haar voorkeur belijdt voor Tacitus, met zijn 'ontroerende zwalken tussen cynisme en mededogen en zijn sublieme evenwicht tussen vorm en inhoud', zichzelf zo weinig om de vorm heeft bekreund, dat je eigenlijk van aanvang af sympathiseert met de grote afwezige in De ijsdragers: Maj, die de twee reddelozen die zich haar ouders noemden, is ontvlucht. Tijdig, hoopt mijn onderlaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden