'Enkel wanhopige gekken als Kadhafi zetten deze wapens tegen mensen in'

BENGHAZI - Volstrekt ondenkbaar. Wie een weekje geleden - en al die lange 42 jaren daarvoor - het gedurfd zou hebben met de oude koningsvlag te zwaaien, kon rekenen op de martelkamers. Maar in de tweede stad van Libië is het rood, zwart en groen waar koning en volk zo trots op waren, alomtegenwoordig in de straten. De inwoners gebruiken de vlag zelfs als kleding. Nu wel.

Op de boulevard van Benghazi vieren inwoners donderdag de overwinning op de militairen van kolonel Kadhafi. © Sven Torfinn / de Volkskrant

Koning Idriss werd in een bloedeloze staatsgreep ten val gebracht door de man die nu zelf in Benghazi tot voetveeg van de natie is verklaard. Letterlijk: in het centrum legt een man een krantenpagina met de foto van kolonel Kadhafi op de weg. Elke automobilist wordt met klem verzocht over het portret van de Libische Gids heen te rijden.

En dat gebeurt met verve. Kadhafi heeft eerder deze dag de demonstranten tegen zijn bewind 'drugsverslaafden' en 'aanhangers van Osama bin Laden' genoemd. Maar zijzelf weten wel beter. Het echte gevaar, zeggen ze, de echte 'malloot en huurling tegen het volk' is voor hen Kadhafi zelf. En dus is het hoog tijd dat hij opstapt.

Martelkamers
Faraq Akoedi is een van de velen in de kolkende menigte die zich voor het oude gerechtsgebouw hebben verzameld. Daarnaast, trouwens, staat het kantoor van de vroegere veiligheidsdienst: het kantoor van de martelkamers dus. Maar zoals zoveel overheidsgebouwen in Libiës tweede stad is het gehate kantoor grotendeels in vlammen opgegaan.

Akoedi draagt de koningsvlag op zijn buik. Om zijn nek hangt hij een touwtje, met daaraan twee kogelhulzen. Eén 'gewone', van een kalasjnikov, en één grote huls. 'Die komt uit een machinegeweer', zegt hij. 'Maar alleen wanhopige gekken zetten deze wapens tegen mensen in. Kadhafi doet dat.' Hij neemt de huls tussen zijn vingers: 'Hier, dit. Om óns te vermoorden.'

Benghazi lijkt geheel in handen van de opstandelingen. Dat daarbij veel doden zijn gevallen, zijn de mensen in het centrum deze donderdag even vergeten. Kinderen klimmen op de tanks die inderhaast zijn achtergelaten. Jongeren dansen bovenop auto's. Anderen lopen rond met borden met leuzen, of met scabreuze tekeningen van hun verdoemde leider.

Spuugzat
Uit een van de ramen van het gerechtsgebouw spreekt iemand de menigte toe. In zijn speech klinken de twee woorden die in heel Noord-Afrika en de rest van de Arabische wereld het tweespan van de revolutie zijn geworden: shabab (jeugd) en tahrir (vrijheid).

Metah Mohammed is 19 en heeft in zijn leven geen andere baas gekend dan Kadhafi. De jongeling is zijn leider spuugzat. 'Wij zijn mensen als u, wij kennen onze waardigheid. Kadhafi is een ziekelijke geest, ik walg van de man. Wij willen nu eindelijk onze vrijheid.'

Gevangenen en slaven
Volgens Mohammed is het de jeugd die in Libië een einde wil maken aan het bestaan van 'gevangenen en slaven' waartoe Kadhafi hen veroordeelde. 'Toen we zagen wat er in Tunesië en Egypte gebeurde, raakten we onze angst kwijt. We voelen dat we met miljoenen als één man tegen hem zijn opgestaan. En neem van me aan, het blijft niet bij Libië. De revolutie trekt steeds verder.'

Dat de wind, hier aan de rand van de Middellandse Zee, snijdend en soms bijna ijzig is; dat het nu en dan regent en het klimaat in februari aanvoelt als natte tenen; dat de aangevoerde broodjes slechts enkele mensen zullen voeden en de rest hongerig zullen laten: het deert de demonstranten niet. Balancerend tussen uitgelaten en ziedend, tussen angst en hoop, vieren zij de overwinning - die nog komen moet.

Ondergronds
Een wat oudere man is uit de VS teruggekomen om in Benghazi, zijn geboorteplaats, de opstand mee te maken. 'Kadhafi zit al ondergronds', meent hij. 'Of laat ik het anders zeggen: hij staat aan de rand van de afgrond. Door zijn eigen schuld, hij heeft alles kapotgemaakt. Laat hem doodgaan. Anders trappen we hem het land uit.'

Hoe overtuigd het protest in de straten van de oost-Libische stad ook klinkt, de demonstranten weten dat zij het vuur moeten laten overslaan naar hoofdstad Tripoli, willen ze werkelijk het einde van het kolonelsbewind beleven. 'Tripoli moet de moed hebben zich bij ons aan te sluiten', zegt Faraq Akoedi. 'Als dat gebeurt, zullen we allemaal vrij zijn.'

De sfeer bij het gerechtsgebouw is zwanger van jeugdig testosteron. Later op de avond, in het donker, klinken luide salvo's geweervuur. Vreugdeschoten, ongetwijfeld. Maar helemaal zeker is dat nog lang niet.

Kinderen staan op een verwoeste tank in Benghazi, Libië.Beeld ap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden