Enigmatisch en obscuur

Van de Haarlemmer Johan Torrentius is maar een schilderij bewaard gebleven. Toch genoeg voor een boek, een opera en een straat vernoemd naar deze raadselachtige schilder met zijn onzedige levenswandel.

De rechtszaak tegen de Haarlemse schilder Johannes Symonszoon van der Beeck (1588-1644) - verlatijnst tot Torrentius - is betrekkelijk goed gedocumenteerd. Inclusief de verhoren waaraan hij werd onderworpen terwijl hij, zelfs naar toenmalige maatstaven, hevig werd gefolterd. Maar onduidelijk blijft waarom hij in 1628 tot twintig jaar tuchthuis werd veroordeeld, nadat de Haarlemse schout eerst de doodstraf op de brandstapel tegen hem had geëist.


Zijn vervolgers verwezen naar zijn lichtzinnige levenswandel. Naar zijn onnavolgbare schildertechniek, die voor tovenarij werd gehouden. Naar zijn demonstratieve gerinkel met gouden dukaten en zijn gepoch over invloedrijke relaties. Ook werd hij met de 'ketterse' broederschap van het Rozenkruis geassocieerd, al speelde dit in de rechtszaak uiteindelijk een bescheiden rol. Maar geen van deze vergrijpen, of wat daar in de 17de eeuw voor doorging, rechtvaardigde de zware straf die Torrentius werd opgelegd.


Dat vonden ook veel van Torrentius' tijdgenoten, onder wie stadhouder Frederik Hendrik - een van zijn invloedrijke relaties - en de Engelse koning Karel I. Eerstgenoemde intervenieerde meerdere malen ten gunste van de Haarlemse schilder. De laatste bood hem een betrekking aan als hofschilder. Torrentius zat slechts twee jaar van zijn straf uit. Van het daarop volgende verblijf in Engeland (waar hij tot 1642 verbleef) is niets meer bekend dan wat de politicus Robert Walpole erover later schreef: 'Torrentius veroorzaakte meer schandaal dan dat men tevreden over hem was. Hij keerde terug naar Amsterdam waar hij tot zijn dood in verborgenheid leefde.'


Even opmerkelijk als het feit dat een schilder wegens zijn onzedige levensstijl tot twintig jaar tuchthuis kon worden veroordeeld in de als tolerant te boek staande Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, is het feit dat een zo kleurrijke figuur en een zo gevierde schilder als Torrentius bijna vier eeuwen na zijn dood in obscuriteit is verzonken. Alleen specialisten kennen nog zijn naam. Van zijn oeuvre, waarvan niet duidelijk is hoe omvangrijk het ooit is geweest, is slechts één tekening in een liber amicorum en één schilderij behouden gebleven: het (ronde) Emblematisch stilleven met kan, roemer, kruik, breidel, pijpen en muziekblad dat tot de collectie van het Rijksmuseum behoort. Veel schilderwerken van zijn hand zouden na zijn veroordeling zijn vernietigd.


Het had maar een haar gescheeld of ook de enige getuigenis van Torrentius' meesterschap zou verloren zijn gegaan. In 1913 trof een amateur-volkskundige het bij toeval aan bij de kinderen van een Enschedese 'winkelier in tabak, sigaren, kruidenierswaren, enz.' Die schokten de vinder met het verhaal dat het paneel dienst had gedaan als deksel van een aangebroken vat met krenten. In 1862 zou het de grote brand van Enschede hebben doorstaan.


'Je hield van hem of je verafschuwde hem', schrijft Wim Cerutti, oud-loco-gemeentesecretaris van Haarlem, in zijn onlangs verschenen biografie van Torrentius. Hoe het oordeel over Torrentius ook luidde: diens fortuin speelde er een grote rol in.


Voor de een gold de schilder als weldoener, voor de ander als parvenu. Hij ging goed, zij het wat opzichtig gekleed. Hij bezat een eigen paard. Aan de toog speelde hij achteloos met zijn gouden rijders terwijl hij oneerbiedige opmerkingen maakte over God. Maar hij was gul voor zijn relaties, vrienden en volgelingen - die hem als Sire zouden hebben aangesproken.


Bij een meerdaags bezoek aan een herberg in 1627 zouden hij en zijn metgezellen (op zijn kosten) voor 484 gulden hebben gegeten en gedronken. Een bedrag waarvoor een ongeschoolde arbeider 'zo'n twee tot drie jaar zou hebben moeten werken', weet biograaf Cerutti.


Het waren niet louter eerbiedwaardige etablissementen die hij bezocht. Torrentius zou erover hebben gepocht 'dat hij alle hoeren van de grote steden in contributie had'. Tijdens zijn proces erkende hij graag in gezelschap van vrouwen te verkeren. Echter niet om 'eenich oncuysheyt te bedrijven', maar om modellen te scouten.


Helaas kan het nageslacht zich er niet van vergewissen waarin die zoektocht heeft geresulteerd. Uit oude beschrijvingen van Torrentius' doeken kan echter worden opgemaakt dat zijn eerbetoon aan de vrouw soms een erotisch karakter had. Zo schilderde hij Adam en Eva 'doorluchtich als glas' of liet hij - volgens een Engelse catalogustekst - een vrouw in het oor van een man 'pissen'. 'The other is a woman pissing in a mans eare.' Deze ongebruikelijke thema's moeten voor Torrentius uiterst lucratief zijn geweest. Het is althans onaannemelijk dat zijn fortuin afkomstig was van zijn vader, een bontwerker die in Amsterdam vooral faam genoot als eerste bewoner van het plaatselijke tuchthuis.


Even enigmatisch als de schilder, is diens techniek. Op het enige aan hem toegeschreven schilderij staan geen penseelstreken. Uit de summiere mededelingen die Torrentius over zijn werkwijze heeft gedaan, kan worden opgemaakt dat hij zijn panelen op de grond legde en daar meerdere lagen sterk verdunde verf op aanbracht. Hij zou ook met chemische verbindingen hebben geëxperimenteerd en een camera obscura hebben gebruikt.


Mogelijk is dat de reden waarom hij derden niet toeliet tot zijn atelier en waarom hij tijdens zijn verblijf in het Haarlems tuchthuis, ondanks aanmoedigingen van de vroede vaderen, niet heeft willen schilderen: hij wilde zijn bedrijfsgeheimen niet prijsgeven. Reden voor het Rijksmuseum om Torrentius' ronde stilleven binnenkort aan een uitvoerig technisch onderzoek te onderwerpen.


De enige als zodanig erkende Torrentius is 400 jaar geleden geschilderd. In verband daarmee is 2014 tot Torrentiusjaar verheven, op voorspraak van Wim Cerutti, die niet voor niets dit jaar zijn biografie over de schilder heeft uitgebracht. Het jaar wordt verder luister bijgezet met de onthulling van de Torrentius-gevelsteen in de Haarlemse Torrentiusstraat (oktober) en een aan de schilder gewijde opera door de Haarlemse Opera (november). Of de tijdgenoot van Frans Hals daardoor alsnog een plaats krijgt toebedeeld in ons collectief geheugen, valt nog te bezien. Daarvoor is wellicht meer nodig dan een kleurrijk leven van een man die slechts één schilderij naliet.


Wim Cerutti, De schilder en vrijdenker Torrentius 1588-1644. 272 pagina's. Uitgeverij Loutje. 24,50 euro

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden